Gids van joods erfgoed in Nederland van Jan Stoutenbeek en Paul Vigeveno
Recensie door H.A. Hofman (13 mei 2016)
Deze gids van joods erfgoed in Nederland maakt om meerdere redenen indruk. De auteurs hebben in de eerste plaats ontzaglijk veel materiaal verzameld en dit op een overzichtelijke manier weten te presenteren. Het tweede dat indruk maakt, is de joodse gemeenschap die, hoewel klein van omvang, een grote bijdrage heeft geleverd aan de opbouw van de Nederlandse samenleving.

Desondanks heeft die samenleving het joodse smaldeel tijdens de Tweede Wereldoorlog lelijk in de steek gelaten. Zelfs als er wel hulp werd geboden, zat er in een aantal gevallen nog een lelijk randje aan. Soms moesten joden betalen voor onderduik. Het kwam ook voor dat men joodse kinderen een christelijke opvoeding wilde geven. De VU-hoogleraar Gesina van der Molen bijvoorbeeld heeft het leven gered van zeventig joodse kinderen. Na de oorlog spande zij zich echter in om deze kinderen in een christelijk gezin te houden. Zij drong er op aan dat joodse ouders die de oorlog hadden overleefd, uit de ouderlijke macht zouden worden gezet. Je kunt het bijna niet geloven als je dit leest. De conclusie moet wel zijn dat er toch een culturele kloof is tussen ons en het voorgeslacht. Voor de christenen was het kruis een teken van verlossing, schrijven de auteurs, voor de joden was het kruis menigmaal het symbool voor moord en vervolging (blz. 377).

Er waren Nederlanders die hun leven wel op het spel hebben gezet om joden te redden. Eén van hen was J.W. van Hulst, die mee hielp om het leven van joodse kinderen uit de Hollandse Schouwburg te redden. Eerst wilde hij geen gehoor geven aan de smeekbede om te helpen. Maar toen hij in het Oude Testament las over de vervolging van joden in het Perzische Rijk door Haman, zag hij dat als een aanwijzing om bij te springen. Overigens komt Van Hulst in het boek niet voor. Wel Walter Süskind die als beheerder van de Hollandsche Schouwburg het leven van zeshonderd kinderen heeft gered. Helaas kwam hij in februari 1945 zelf om het leven, ergens in Duitsland, op een onbekende plaats. Je leest in dit boek meer over verraad van Nederlanders dan over hulp van de kant van Nederlanders.

Maar dit boek gaat niet alleen over de jaren 1940-1945. Integendeel, het geeft per streek en per plaats een grondige beschrijving van gebouwen en monumenten die te maken hebben met de joodse cultuur en geschiedenis vanaf de Middeleeuwen. Allerlei interessante gebruiken worden besproken. Zo wist ik niet dat in elke nieuw gebouwde synagoge bewust een gebrek wordt aangebracht. Er is namelijk geen gebouw dat de vergelijking met de tempel in Jeruzalem kan doorstaan. Die tempel is in 70 na Chr. door de Romeinen verwoest.

Het boek opent met een uitvoerige beschrijving van joden in Amsterdam. Dit deel vergt alleen al 150 bladzijden. Terecht natuurlijk, want 60% van de joden woonde in Amsterdam. De bezienswaardigheden worden stuk voor stuk besproken, meerdere plattegrondjes maken inzichtelijk waar ze te vinden zijn in de stad. Duidelijk wordt wel dat het beeld van kapitaalkrachtige joden niet klopt. Het merendeel van de joden leefde in de 19e eeuw in bittere armoe in sloppen rond het huidige Waterlooplein. De joden die wel rijk waren, behoorden meestal tot de liberale stroming binnen het jodendom en kwamen oorspronkelijk uit Spanje en Portugal. De arme joden daarentegen kwamen uit Oost-Europa en Rusland. De diamantindustrie heeft in de hoofdstad vele jaren aan arme joodse gezinnen werk en dus een inkomen verschaft.

Na het deel over Amsterdam volgen delen over Holland, Zeeland, Utrecht, het Noorden, het Oosten en het Zuiden van het land.

Het gaat in deze streken van het land om merendeels kleine gemeenschappen waarvan de leden het niet breed hadden. Dat kwam omdat de joden tot 1796 waren uitgesloten van de meeste beroepen. Joden moesten zich richten op een nieuwe nering waar de bestaande verboden niet op van toepassing waren. In Twente was dat bijvoorbeeld de textielindustrie en op de Utrechtse heuvelrug de tabaksindustrie. Daarnaast konden joden werken in beroepen die vooral van belang waren voor de eigen groep. Het voorbeeld daarvan is de joodse slager en de rituele slacht. In 1796 schonk Napoleon joden burgerrechten. Daarmee kwam de emancipatie van joden op gang.

Het boek getuigt van de ravage die de Tweede Wereldoorlog heeft gebracht over de joodse gemeenschap in het hele land. Maar het getuigt ook van veerkracht, want na de oorlog volgt er een opmerkelijk herstel, vooral in Amsterdam.

Deze gids is een prima naslagwerk, ook zeer goed bruikbaar bij een stadswandeling in een van de vele plaatsen die aan bod komen. Ik hoop dat in Nederland nog lang een vitale en gerespecteerde groep joodse burgers gevestigd zal blijven. In de Amsterdamse wijk waar ik woon zijn zij een welkom en kleurrijk onderdeel in het straatbeeld.