Grensland van Raymond Williams
Recensie door Guus Bauer (8 april 2014)
Dankzij de liefde kreeg Gerbrand Bakker de roman Border Country van de Welshe schrijver Raymond Williams (1921–1988) onder ogen. Een vriend was verliefd geworden op een vrouw uit Wales en pakte het op z’n zachtst gezegd voortvarend aan. Hij las alles waarop hij de hand kon leggen over het schiereilandland in de vorm van een varkenskop in het centrale westen van het Verenigd Koninkrijk. Na enige aarzeling liet Bakker zich overhalen om de roman te vertalen, daarbij waarschijnlijk toch ook geleid door zijn voorliefde voor rurale onderwerpen en de fijn laconieke onopgesmukte stijl van Williams. Grensland is verschenen in de onvolprezen serie klassiekers Cossee Century.

De plattelandsbewoners in de grensstreek met Engeland zijn stroef, dwars, afwachtend, grotendeels zwijgzaam. Zij hebben hun eigen regels, ongeschreven wetten die buitenstaanders ontgaan. Soms is een gebaar voldoende. Ze zijn immers op elkaar aangewezen, weten nog wat samenleven echt inhoudt. Overleven door letterlijk en figuurlijk elkaars kar te trekken. Een bijna klasseloze maatschappij. De saamhorigheid wordt echter behoorlijk op de proef gesteld wanneer de grote mijnwerkersstaking van 1926 uitbreekt.

Het spoorwegpersoneel heeft zich, deels met tegenzin, solidair verklaard. Harry Price, een toonbeeld van rechtlijnigheid, is het laatst in dienst gekomen als seinwachter – een geweldig beroep natuurlijk om ruraal en laconiek over te schrijven – en moet dus het eerst het veld ruimen wanneer de staking gebroken wordt. Zijn oude vriend en collega Morgan Rosser, een gedreven vakbondsman, is na afloop geknakt. Zijn idealen zijn hem naar zijn gevoel definitief ontnomen. Een man van buigen of barsten.

Matthew Price, de zoon van Harry, woont in Londen. Hij heeft een vrouw en twee kinderen en is docent Economische geschiedenis. Hij bestudeert Wales en is daar tot hilariteit en toch ook ergernis van zijn mededorpsbewoners voor naar Londen gegaan. Hij heeft jaren her Glynmawr verlaten om als eerste van de familie, zelfs als een van de weinigen uit zijn streek, te gaan studeren. Een uitzondering in de jaren vijftig en zestig, zeker voor kinderen van eenvoudige komaf.

De roman begint wanneer Matthew de trein neemt naar zijn geboortegrond in Wales. Zijn vader heeft een hartaanval gehad en ligt stil in zijn bed boven in de slaapkamer van het ouderlijk huis (sic!). De tweedeling tussen het verleden, de geboortegrond, en het heden in het verre Londen wordt door Williams effectief en indringend duidelijk gemaakt. In Wales, het ‘land zonder wegen terug’, wordt Matthew door iedereen Will genoemd. Je ziet hem gedurende zijn reis steeds meer worden opgesplitst. Hij is enerzijds een echte zoon van het Welshe platteland, maar is bij terugkomst in zijn geboortedorp ook de feeling een beetje kwijt. Er kleeft aan hem toch ook iets stads, hij is ‘gevlucht’, een geëmigreerde. Hij voelt zich in de stad noch in het geboortedorp helemaal op zijn gemak. Zijn vrouw pikt het tijdens de telefoongesprekken goed op. Zij merkt dat ook zijn stem veranderd is.

De hoofdstukken waarin Matthew/Will aan het bed van de zieke zit, worden afgewisseld met de gebeurtenissen uit zijn jeugd c.q. uit de jeugd van zijn vader, van de omgeving die aan verandering onderhevig is en de effecten die het heeft op mensen die van generatie op generatie in een traditie leven, die van vader op zoon een metier, een levenswijze – en ook een levenswijsheid – doorgeven.

‘Een vader is meer dan een persoon, hij staat in feite voor een samenleving, de omgeving waarin je opgroeit. Wij zijn ontheemd en we hebben leren leven in een ander soort samenleving. We blijven contact houden, maar we zetten het werk niet voort. Wij hebben een persoonlijke vader maar geen sociale vader.’

Morgan Rosser besluit mee te gaan in de vaart der volkeren. Hij verlaat het seinhuis waar Harry weer in genade is aangenomen en gaat in de handel. Keer op keer probeert hij zijn goede vriend mee te krijgen en later ook diens zoon. Maar het lijkt erop dat het Matthew gedurende de ‘terugreis’ met zijn vader steeds meer duidelijk is geworden dat hij veel van hem wegheeft. Dat de rechtlijnigheid nog niet zo slecht is gebleken.

Morgan Rosser: ‘Het leven hier, Matthew, draait om verbouwen en kopen. Tenminste, zo lijkt het, en meer schijnt er niet te zijn. Maar dat doet de zaak geen recht. Het werkelijke leven van deze mensen draait om elkaar. Zelfs hun geloof is voor elkaar. [ … ] Onbegrip kweekt slechtheid. Dat heb ik altijd al gezegd, over deze plek. Ze leven in het verleden. En dat is overal zo.’

In de maanden voor de dood van Harry groeien vader en zoon bewonderenswaardig naar elkaar toe. Matthew/Will beseft dat hij met zijn studie naar de ontwikkelingen in Wales niet wetenschappelijk maar emotioneel bezig is. IJzersterk is dat Williams dit gegeven zonder sentimentaliteit brengt. Matthew/Will is gedurende deze roman op weg naar begrip voor zijn afkomst.

Harry Price sterft en de mensen uit het dorp komen als vanouds in het geweer. Persoonlijk verdriet wordt haast niet getolereerd. Wat gedaan moet worden, wordt zonder morren gedaan om daarna zo snel als mogelijk weer over te gaan tot de orde van alledag. De zelfverdediging van een kleine gemeenschap tegen de buitenwereld. Alle leden zijn ieder afzonderlijk en tezamen verantwoordelijk voor het waarborgen van het voortbestaan van het dorp. Een zeer oud zelfverdedigingreflex.

Tot slot een van de vele mooie scènes.

Harry Price heeft zijn leven lang naast zijn baan bij de spoorwegen bijen gehouden en stukken land bewerkt. Matthew/Will komt vlak na de dood van zijn vader in diens schuur:

‘Hij zag het hakblok staan, met het onordelijke patroon van kaarsrechte snedes, als aders. De bijl stond in het blok, de steel omhoog, klaar om te pakken. Instinctief pakte hij de steel vast. Het hout was heel glad en sinds kort was er een ijzeren ring om bevestigd, vlak onder het blad. Het blad bewoog licht toen hij de steel vastgreep. Hij trok de bijl niet uit het hakblok, maar streelde het gladde hout en hij omklemde de steel even, als geruststelling. Hij bleef enige tijd in het schuurtje staan, het rook er naar steenkool en vochtige zakken.’

Grensland is een parel, een geweldig epos over de verhouding tussen vader en zoon, een eerbetoon aan traditie en aan individuen die ten prooi vallen aan grotere krachten. Bakker is de aangewezen persoon gebleken om de Beckettiaanse, opvallend soepel langs elkaar heen glijdende dialogen in goede Nederlandse banen te leiden. De roman stamt oorspronkelijk uit 1960 maar heeft nog niets aan kracht verloren.