Haaienkoorts van Morten A. Strøksnes
Recensie door Guus Bauer (14 november 2016)
Morten A. Strøksnes (1965) is de belangrijkste literaire journalist van Noorwegen, daarnaast is hij historicus, fotograaf en schrijver van non-fictie. Zijn achtste en nieuwste boek, Haaienkoorts, is zijn internationale doorbraak. Het is aan tientallen landen verkocht. De ondertitel luidt: De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse zee. Ja, dat is het uitgangspunt. Morten en zijn vriend Hugo willen een Groenlandse haai naar boven halen. Een monster dat acht meter lang kan worden en duizend kilo zwaar, dat op grote diepte leeft, zich zeer langzaam voortbeweegt, maar toch snelle zwemmers als zeehonden en robben weet te verschalken.

De lage temperaturen zorgen ervoor dat de Groenlandse haai een extreem langzame stofwisseling heeft en soms wel vierhonderd jaar oud kan worden. Bedenk dat een Groenlandse haai dus geboren kan zijn op de sterfdag van Shakespeare en Cervantes, 23 april 1616, en je begrijpt waarom een dergelijk wezen tot de verbeelding spreekt.

De twee hartsvrienden hebben elk hun eigen motivatie. Hugo komt uit een lange lijn van walvisvaarders en eigenaren van visverwerkingsbedrijven, maar is nu kunstenaar en wil het skelet tentoon gaan stellen, Morten is journalistiek en milieutechnisch geïnteresseerd. Het project verschuift steeds meer naar de achtergrond, het opvissen van het roofdier wordt bijzaak. De twee vrienden raken op het water verwikkeld in een aanstekelijke kenniscompetitie. Overigens zonder dat het boek zucht onder weetjes. Dat is te danken aan de vlotte pen van Strøksnes en de intelligente manier waarop de kennis in de tekst is gemasseerd.

Haaienkoorts leest als een (avonturen)roman. De overweldigende Noord-Noorse natuur zorgt als vanzelf voor bespiegelingen over het onbekende. Want we weten eigenlijk nog maar bar weinig over wat zich allemaal in de diepten afspeelt, nog minder dan over het heelal. Haaienkoorts wordt langzaam een viering van de overweldigende veelvoud aan leven, geeft daarnaast een goed gefundeerde waarschuwing af. Want al het leven heeft de oorsprong in de zee. Om jezelf te kunnen begrijpen, moet je eerst weten hoe je soort ontstaan is. Strøksnes weet er, onder meer door de bijzondere vorm waarvoor hij heeft gekozen, een universeel geheel van te maken. Hij weet te enthousiasmeren, zonder dat het een trucje wordt. Haaienkoorts is oprecht.

Hugo voegt door zijn originele manier van kijken, de verschoven blik van de kunstenaar, een poëtisch element toe. Hij behandelt zijn boten als mensen, geeft ze net als zijn voorvaderen namen mee en dicht ze eigenschappen toe. Wanneer je de nukken van een boot kent, kun je de zee bedwingen. Mensen die dichtbij de natuur staan hebben een andere, meer praktische kijk op leven en dood. Het gaat puur om overleven. Hugo vist, op kleine schaal, om het oude ambacht in ere te houden. Hij knapt de immense hallen van een fabriek van een zijn voorvaderen op om voorlichting te kunnen geven over de ecologie. En om een plek te bieden aan kunstenaars, een plek waar gecreëerd wordt, in plaats van geslacht.

Morten vliegt in elk van de vier seizoenen vanuit Oslo naar het hoge noorden van Noorwegen. Daar staat nog een huis op palen dat hij heeft geërfd van zijn grootvader. Je voelt ook in de tekst duidelijk dat hij elke keer opleeft wanneer hij weer op de rubberboot zit op het uitgestrekte Vestfjord. Hij doet daar zijn knellende deadline-jas uit. Alle tijd om, op een ontwapenende manier, na te denken over het bestaan.

Strøksnes voegt mystieke elementen toe, vertelt over de meest bizarre zeewezens, geeft achtergrondinformatie, maakt ‘boekenwijsheid’ fijn inzichtelijk en ruimt misverstanden uit de weg – bijvoorbeeld dat haaien extreem gevaarlijk zijn voor de mens, de cijfers zijn onthutsend. Per jaar worden er meer dan zeventig miljoen gedood, het aantal mensen dat gewond raakt of wordt gedood steekt daar schril bij af: tussen de tien en twintig. Hij laat de geschiedenis, met alle fantastische schepsels, herleven, verbindt op overtuigende wijze de geheimen van de diepzee met de uitgestrektheid van het universum, legt meer originele, geloofwaardige dwarsverbanden. Hij wijdt veel aandacht aan de collaterale schade van de visserij, zonder in geitenwollenkousengezeur te vervallen. Tijdens het schrijven van Haaienkoorts raakte Strøksnes vrouw zwanger. Boek en kind verschenen vrijwel tegelijk. De beschrijving van de overeenkomsten bij de foetus met dat van een vis – de ogen zitten aan weerszijden van het hoofd, de zakjes of spleten op het bovenlichaam zijn de ‘kieuwbogen’ die zich zullen ontwikkelen tot de keel en de mond – maakt dit boek helemaal rond. Strøksnes geeft het daardoor mee aan een nieuwe generatie. ‘Moge de zee je goedgezind zijn.’

Haaienkoorts is een uitgesproken boek om weer eens een keer weg te kijken van het scherm en je pagina na pagina te verwonderen.