Het kasteel van Elmina van Marcel van Engelen
Recensie door Ezra de Haan (12 augustus 2013)

You sold us

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in de voormalige koloniën afschafte. Keti Koti, de verbroken ketenen, zijn het Surinaamse symbool voor de afsluiting van een zeer zwarte bladzijde van onze vaderlandse geschiedenis. Heel terecht komen er ten gelegenheid daarvan de nodige boeken uit. Romans zoals Porto Marie van Els Langenveld, De zwarte Messias van Chika Unigwe, de herdruk van Slaaf en meester van Carel de Haseth en meer historische boeken als De opstand op het slavenschip Meermin van Dan Sleigh en Piet Westra.

Marcel van Engelen koos als journalist voor een heel andere vorm en ging in Het kasteel van Elmina op onderzoek in Ghana, de voormalige Goudkust. Daarvandaan werden Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen op onmenselijke wijze naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribische gebied verscheept. Hij haalt geschiedenis boven die schaamte oproept. Vooral omdat de feiten voor zich spreken.

Zijn interesse komt op bij het bezoeken van een Nederlands kerkhof in West-Afrika. Het graf van de in 1808 vermoorde gouverneur Hogebom zorgt voor kippenvel op zijn rug. Het is alsof de grafstenen tot hem spreken. Dit gevoel zal de journalist vaker overkomen.

Van Engelen bezoekt het kasteel van Elmina, een van vele forten die Nederland aan de West-Afrikaanse kust had. Naarmate hij zich meer in de slavernij en de geschiedenis ervan verdiept, merkt hij dat het eerder vragen dan antwoorden oproept. Zo had Nederland in 1872 dit gebied na drie eeuwen aanwezigheid overgedragen aan Engeland. Sinds de slavenhandel was afgeschaft, leverden de gebouwen immers niks meer op. Maar stel dat het opdelen van Afrika anders was verlopen? Dan was de Goudkust nu geen gewezen Britse kolonie maar een gewezen Nederlandse...

De aantallen mensen die van Afrika naar Brazilië (4,9 miljoen) en de Caraïben (2,3 miljoen) werden verscheept, doen je adem stokken. Ieder zinnig mens vraagt zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Marcel van Engelen beantwoordt die vraag in het hoofdstuk ‘In slaven’. Hij maakt duidelijk dat er al kritische geluiden klonken toen de Spanjaarden en Portugezen hun, toen nog, Indiaanse slaven barbaars behandelden. Het waren immers mensen? Vooral Spaanse en Portugese geestelijken kwamen met bezwaren. Maar ook de Nederlandse predikant Jacobus Hondius reageerde er negatief op in zijn Swart register van duysent sonden (1679). ‘Dat Afrikaanse slaven werden behandeld alsof het maar beesten waren.’ Het geld dat ermee verdiend werd, was naar zijn zeggen een vloek. De oplossing van de Zeeuwse dominee Udemans voor dit probleem was simpel: ‘Afrikanen die als slaaf voor christenen werkten en zo kennismaakten met de ware God, waren in de nieuwe wereld beter af dan op hun eigen continent dat in staat van barbarij verkeerde.’

Van Engelen durft vragen te stellen. Bijvoorbeeld wie de kopers en wie de verkopers waren. Waren het de Afrikanen die met goud en later mensen als betaalmiddel de Europese spullen kwamen uitzoeken? Of waren het de Europeanen die textiel, huishoudelijk gerei, wapens en munitie als valuta gebruikten om goud en later slaven te kopen? Naarmate het onderzoek vordert, wordt duidelijk dat de macht van Europa niet verder dan de kust met zijn forten reikte. Met andere woorden: Van Engelen verwijst het verhaal dat de technologisch en economisch superieure Europeanen naar Afrika kwamen om daar met spiegeltjes en kraaltjes de argeloze, onwetende, onontwikkelde Afrikanen te manipuleren, naar de prullenbak. De geschiedenis blijkt heel wat ingewikkelder in elkaar te steken.

Zo maakte een onderzoek van de Ghanese historica Akosua Perbi duidelijk dat er al slavernij bestond voordat de Europeanen kwamen. Het ging zelfs zover dat de locale economie volledig afhankelijk was van de slavenarbeid. Het grote verschil met de slavernij in de Nieuwe wereld was dat slaven niet werden buitengesloten van de gemeenschappen maar daarin werden opgenomen. Ze werden na verloop van tijd onderdeel van de familie waarbij ze leefden. Slaven waren een bijproduct van oorlogen. Als er vrede heerste in het binnenland, was het aanbod aan slaven laag. Dat alles veranderde vanaf ongeveer 1700. Afrikaanse volken aan de kust begonnen op de groeiende westerse vraag in te spelen en trokken ten strijde met het doel om slaven te halen en te verkopen.

Zodra Van Engelen werkelijk de slavenhandel gaat beschrijven, komt het schaamrood op je kaken. Het was handel en zo sprak men er ook over. Sommige slaven, zoals die uit de Congo, stonden goed aangeschreven, die uit de Nigerdelta, de zogenaamde Calabares, waren impopulair bij de planters in Suriname. Het best was een ‘melange’. Alsof het koffiebonen betrof… Een grotere diversiteit aan herkomst, en dus talen, maakte de kans op samenspanning tegen de slavenhandelaar kleiner. Om er verzekerd van te zijn dat men de slaven kreeg die men gekocht had, werden ze direct gebrandmerkt. In die dagen schreef ene Bosman: ‘Het komt misschien wat wreed en laf barbaars voor, maar deze gang van zaken is noodzakelijk voor een goed verloop van de handel.’

Iets verder in het boek lezen we over de omstandigheden waaronder de slaven naar de nieuwe wereld werden getransporteerd. Dat ze naar omstandigheden redelijk voedsel kregen, klinkt mij als een vloek in de oren. Dat dit niet uit humanitaire overwegingen gebeurde, mag duidelijk zijn. Een dode slaaf betekende verlies. Sommige historici hebben weinig begrepen van de geschiedenis en gebruiken soms vergelijkingen die stuitend zijn. Piet Emmer vond het nodig de ruimte die Afrikanen hadden op een slavenschip te vergelijken met die op een Boeing 747. Dat zijn metafoor hem veel vrienden heeft gekost, mag duidelijk zijn. Onmenselijkheid komen we echter ook tegen bij de Ashanti als de slavernij eindelijk op zijn eind loopt. Hun koning Osei Bonsu zei: ‘Als jullie de slavenhandel slecht vinden, waarom vonden jullie die eerst dan goed? Waarom willen de Britten alleen nog maar goud en ivoor ontvangen en geen slaven meer?’ Als het aan hem gelegen had, was alles bij het oude gebleven… Door dit soort uitspraken kan het gebeuren dat woedende Surinamers in Ghana tot uitspraken komen als ‘You sold us!’ Of tot de meer gematigde uitspraak: ‘Die Ashanti zouden zelfs hun eigen moeder nog verkopen!’

Het kasteel van Elmina van Marcel van Engelen wijst op een geschiedenis die minder zwart-wit, eerder grijs is, zoals de rol van de Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog. Op geen enkele wijze wil Van Engelen de rol van de Europeanen verdoezelen of humaner maken. Wat hij daarover schrijft, toont een eeuwendurende en misselijk makende houding tegenover Afrikanen. Dat er echter meer speelde dan westers geldgewin maakt het boek nog gruwelijker. Er komen ook zwarte bladzijden uit de Afrikaanse geschiedenis naar boven die men, ook daar, liever zou vergeten of verzwijgen. Daarmee schreef hij een pijnlijk boek dat verplicht zou moeten zijn in het middelbaar onderwijs. Het kasteel van Elmina werpt licht op het gruwelijke verhaal van de slavernij waarvan de effecten tot op de dag van vandaag voortduren. Door iedereen voor zich te laten spreken, ook als het woedend makende opmerkingen zijn, kan dit boek een opmaat zijn naar een nog bredere discussie over de waarheid achter de slavernij van weleer.