Het lichte duister van Harman Nielsen
Recensie door Ezra de Haan (18 september 2013)

Tover en heelzalf

Fantasy en sciencefiction waren jarenlang het ondergeschoven kindje in de wereld van de literatuur. Inmiddels is daarin het nodige veranderd. Schrijvers als Isaac Asimov, J.G. Ballard en Ray Bradbury vallen onder de literatuur en iedere verfilming van een boek van Tolkien trekt volle zalen in de bioscoop. Fantasy is volwassen geworden. Terry Goodkind en Tad Williams zijn hier debet aan. En ook Nederland heeft inmiddels een schrijver die al jaren onverdroten aan een romancyclus werkt. Harman Nielsen is zijn naam en Het Verscholen Volk heet de nu zes delen tellende cyclus. Ze zijn los van elkaar te lezen en vormen samen een postapocalyptische wereld die tot in ieder detail wordt beschreven. Vaak wordt de auteur geprezen om zijn taalbeheersing en spanningsopbouw. En dat is geen wonder, Harman Nielsen schreef menig literaire roman voordat hij aan zijn spannende, maar ook weemoedige Fantasy-reeks durfde te beginnen.

Voor Harman Nielsen was de stap naar Fantasy een vanzelfsprekende. ‘Ik ben aan de cyclus begonnen, omdat Fantasy me de vrijheid gaf te vertellen over een speciale wereld met een speciale problematiek. Die vrijheid van verbeelding moet volgens mij trouwens aan alle kunst ten grondslag liggen.’ De auteur herkent zichzelf in een schrijver als Stanislaw Lem die het boek Solaris schreef. Ondanks de thematiek, die je typisch sciencefiction zou kunnen noemen, heeft de schrijver vele literaire prijzen in de wacht gesleept. Het werk werd door de grote cineast Tarkowsky verfilmd en zijn opmerkingen over het verhaal openden Nielsens ogen voor de mogelijkheden van het genre.

‘Zo dolen we door onze wereld , waarin we onszelf hebben opgesloten. We zijn gestrand in iets dat we eerst hebben ontworpen en daarna gebouwd, iets wat we ons eerst hebben verbeeld en daarna tot onze werkelijkheid hebben gemaakt. We kunnen in deze, onze werkelijkheid niet meer zien waar we zijn. Of waar we heengaan. Of dat we ergens heengaan. Of wie we zijn. Als we dat willen zien, zullen we opnieuw onze verbeelding moeten gebruiken.’

Harman Nielsen heeft deze uitspraak begrepen en begon aan een reeks boeken die je misschien beter als kronieken kunt omschrijven. Elke deel beschrijft een eigen episode en is een verhaal op zich. Alle verhalen tezamen vormen de geschiedenis. In die vertellingen maken we de ontwikkeling van diverse mensen mee. En in elk nieuw deel van Het verscholen volk verandert de wereld door wat de personages in het vorige deel hebben gedaan. Veranderingen kosten tijd, zeker als het de wereld betreft. En Nielsen schroomt dan ook niet grote stappen in die tijd te nemen. Het zijn stappen van twaalf jaar. En naarmate de reeks vordert kunnen het ook stappen van eeuwen worden...

Het Verscholen Volk verhaalt over een volk waarvan slechts een klein, zwak deel weet te ontsnappen aan slavernij. Juist het overleven van de zwakken is een belangrijk gegeven in de boeken van Nielsen. Zelf ziet hij de zwakken, de misfits zoals hij ze liever noemt, als mensen die brozer zijn. Ze kunnen niet mee met de hoofdstroom en bezwijken makkelijk onder de spanningen van het bestaan. Nielsen denkt dat ze eerder ten onder gaan door wat anderen hen aandoen dan door wat er om hen heen gebeurt.

De kwetsbaarheid geeft hen echter ook andere vaardigheden en mogelijkheden, zoals die van de magie. In ieder deel van de cyclus komen nieuwe talenten naar boven en daarmee verrassingen voor de lezer. Dankzij vergeten gaven weten ze op een leeggeplunderde aarde te overleven. Wanneer de waarnemers, die de buitenaardse wezens achterlieten, via bakens willen doorgeven dat er een nieuwe oogst mensen beschikbaar is, besluiten ze in te grijpen. Mus en zijn vrienden beginnen een tocht die hen in contact met vreemde volkeren zal brengen. In de ruïnes van de oude steden dwalen immers het riviervolk en het wagenvolk rond en buiten de muren doolt het keldervolk...

In het vijfde deel, De oudste zang, is er nog slechts een van de metgezellen van Mus in leven, en ook haar einde nadert. Uil ziet de wereld verdonkeren zonder dat het wordt beseft. Er staat een oorlog op uitbreken. Samen met Kat, een nakomeling van Mus zwerft ze rond… Het Lichte Duister is het zesde en op een na laatste boek van de reeks waaraan Nielsen in 2003 begon. Weer lezen we over het dolen van Kat. Mede dankzij hem is de macht van de Voogd gebroken en daarmee de kracht van zijn leger. Kat heeft niets meer dan zijn luit. Door zijn magische kracht zijn de steden weer tot bloei gekomen, is er weer handel ontstaan en is er zelfs kans op welvaart. Juist dan, met vrede in het verschiet, valt de schaduw weer over de wereld. Sommigen hebben rekeningen te vereffenen, anderen smeden snode plannen. Dan hult de Middelste Stad zich in dieper duister dan de bedoeling was. En deze keer schiet ook de macht van Kat, de Zanger schromelijk tekort.

Eigenlijk is iedere poging tot samenvatting van dit epos gedoemd te mislukken. Vooral omdat het dan slechts de inhoud belicht en wat de boeken van Harman Nielsen zo bijzonder maakt, is zijn stijl. Die is literair zonder zwaar te zijn, het is Fantasy van topkwaliteit. Doodnormale situaties veranderen onder je ogen in bijzondere. Neem deze scene die spannend is, filmisch en buitengewoon intens.

‘Boog rende. Achter zich hoorde ze de zware voetstappen en snelle diepe ademhaling van Valk en de staalmeester; ze hielden haar nog bij, maar raakten bij iedere hoek die ze omsloegen meer achterop. Zij was lichter. Licht als het kind dat voor haar rende. De stegen, waar modder lag, en mos, en vuil, waren bochtig, smal, en schemerig, en ze glooiden sterk af in de richting van de kade. Soms voelde ze na een hoek onverwacht twee, drie treden die ze, alsof ze zweefde, nauwelijks nog met haar tenen raakte; dan weer viel de glibberige grond weg onder haar voeten en vloog ze een ogenblik werkelijk, om glijdend neer te komen. Het was een wonder dat ze niet viel! Maar inhouden kon ze niet, wilde ze niet. Sneller en sneller ging ze. Met beide handen hield ze haar rok hoog, tot bijna boven haar dijen; achter haar wapperden de slippen als de uiteinden van een in de wind losgeraakt zeil. Maar ze struikelde niet, stak haar handen zelfs niet eenmaal uit om steun te zoeken tegen de blinde muren links of rechts, zo zeker bewaarde ze in haar grote haast haar evenwicht.’

Harman Nielsen wist in tien jaar een hele wereld tot leven te brengen en met ieder deel groeide het aantal lezers. Wees gewaarschuwd! Wie zich aan deze reeks waagt, kan er zeker van zijn dat hij de waan van de dag even uit het oog verliest.