Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky
Recensie door Guus Bauer (28 januari 2008)

Een onweer in de verte

‘Ik lijk soms wel een beroepsjood. Elke keer, en dat is vaak, als ergens in de wereld een Joods vraagstuk in het nieuws komt, rinkelt bij mij de telefoon. Ik ben tegen wil en dank de Zwitserse deskundige geworden.’

Niet verwonderlijk, Charles Lewinsky (1946) schreef een vuistdikke kroniek over een Joodse familie, die begint in 1871 en eindigt in 1937. De roman is bezig aan een Europese opmars. Na het succes in het Duitse taalgebied en Italië, verschijnt het zevenhonderd pagina’s tellende boek binnenkort in Spanje, Frankrijk, Zweden, Denemarken en Israël. In Nederland is het uitgebracht onder de titel Het lot van de familie Meijer.

Zijn eerste werk, een theaterstuk, schreef Lewinsky toen hij zestien was. ‘Het werd daadwerkelijk opgevoerd, maar het was zo puberaal, dat alle toeschouwers waarschijnlijk acné hebben gekregen. Vervolgens had ik de moed om een roman af te ronden, gelukkig ook de literaire smaak om het aan niemand te laten zien.’ Lewinsky ging meteen na de middelbare school bij het theater. Hij werd dramaturg en regisseur. Zijn eerste enscenering werd gelijk een hit. Zelf schrijft hij dit toe aan het geluk van een naïeveling. Zijn tweede stuk was een totale flop. ‘De ruïnes van mijn jeugdige grootheidswaan moeten nu nog ergens in de coulissen liggen.’

Na een inspirerende ontmoeting met de bekende regisseur Frits Kortner en een studie theaterwetenschappen kwam hij via allerlei omwegen terecht in de tv-wereld. Hij schreef een serie die goed werd ontvangen en maakte als redacteur een bliksemcarrière. ‘Wanneer ik niet bij Kortner in de leer was gegaan, was ik waarschijnlijk een provinciale held gebleven.’ Uiteindelijk zou hij teksten maken voor meer dan duizend afleveringen voor verschillende Duitse, Oostenrijkse en Zwitserse teeveezenders.

Begin jaren tachtig besloot hij om onafhankelijk auteur te worden. In eerste instantie bleef hij schrijven voor tv-shows. ‘Literair ongeveer net zo uitdagend als een alpinist op een termietenheuvel.’ Er was brood op de plank met bestelde waar. Hij schreef conferences voor een travestietenact, leverde meer dan dertig hoorspelen af, maakte carnavalsliedjes en was de scenarist van een film over een Zwitserse band die met volksmuziek succesvol door Azië toerde. Onbedoeld hilarisch.

In zijn vrije uren weidde hij zich aan de serieuze literatuur. Een toneelstuk over de uitvinder van de Guillotine en een roman, Hitler auf dem Rütli, waarin hij schetste hoe het had kunnen lopen als Zwitserland bij het Derde Rijk was ingelijfd. Het leverde een storm van protesten op bij de patriottische Helveten. ‘Wij waren de betere mensen, hadden quasi Hitler verslagen. Met mijn boek wilde ik aangeven dat het waarschijnlijk bij ons niet beter of slechter was afgelopen dan elders.’

In 2002 kwam de erkenning waar elke auteur op wacht. Zijn roman Johanisstag werd een bestseller en kreeg de Schillerprijs. Maar helaas ging de uitgeverij op de fles. Dus maar weer een theaterstuk, een musical en een nieuwe teeveeserie. ‘Die had meer kijkers dan de finale van het wereldkampioenschap voetbal, als ik nog even een medaille op de schrijversborst mag hangen.’

Van nature is Charles Lewinsky een nieuwsgierig mens. Wat hij nog niet heeft gedaan, wil hij zo snel mogelijk onder de knie krijgen. ‘Eind jaren negentig vatte ik het idee op om een geschiedenis te schrijven over een Joodse familie, van oorsprong afkomstig uit een klein Zwitserse dorp, die met een stoffenhandel en kledingmakerij hun plaats in de samenleving proberen te bevechten. Dat het uiteindelijk een boek werd waarin op de achtergrond de hele Europese Joodse geschiedenis, en daarmee die van het antisemitisme, een plaats kreeg, kon ik toen nog niet vermoeden.’

Ruim zeven jaar werkte hij aan zijn magnum opus. Hij schreef het boek lineair en maakte tijdens het schrijven geen enkele notitie, gebruikte slechts een enkel velletje met de geboortedata van de protagonisten. Zelfs de stamboom zette hij achteraf in elkaar. ‘Invallen noteer ik bewust niet. Als een mooie metafoor mij niet te binnen schiet op het moment dat ik met het boek bij een passende passage ben aangeland, dan was het waarschijnlijk ook niet goed genoeg. Anders wordt een boek een soortement kleurplaat. In het Duits: Mahlen nach Zahlen.’

Zoals Lewinsky zich met veel verschillende disciplines bezig houdt, heeft hij ook in elk van zijn twaalf boeken een andere stijl. Hij past zijn toon aan aan het onderwerp. Zo schreef hij een boek over het cynisme op tv met uitsluitend korte zinnen, geen enkele metafoor. In een roman over een briefschrijver hanteerde hij de zogenaamde kettingzinnen. Het lot van de familie Meijer wordt verwoord door een alwetende verteller en door de overleden oom Melnitz die bij belangrijke familiegebeurtenissen ‘op bezoek’ komt om commentaar te leveren, als het alwetende geheugen van het slachtoffer.

De zinnen zijn mooi afgerond, goed geconstrueerd zonder dat men het idee heeft dat ze lang in de steigers hebben gestaan. Bewonderenswaardig is de dosering van de hoeveelheid beeldspraak. Geen storende uitweidingen. Vrijwel altijd raak. Bijvoorbeeld wanneer de grootmoeder Chanele gestorven is, de vrouw die in het stoffenpaleis van de familie altijd de kassa beheerde. ‘De witte lijn van haar wenkbrauwen trok een streep door haar gezicht, een rekening die opgeteld en voldaan is.’

De manier waarop de kleine persoonlijke kwesties subtiel zijn verweven met de wereldgeschiedenis zorgen dat het boek het niveau van een vlot geschreven familiesage ontstijgt. De spanningen op het wereldtoneel zijn wel steeds aanwezig, maar dan eerder als een onweer in de verte op een zomerse dag. ‘In veel boeken zijn de figuren “toevallig” aanwezig bij belangrijke gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis. Dat is meestal ongeloofwaardig omdat het maar zelden voorkomt dat je daadwerkelijk getuige bent van geschiedkundige aardverschuivingen.’

De personages in Lewinsky’s roman ondervinden alleen zijdelings de gevolgen. Een zoon bekeert zich tot het christendom in de hoop dat hij op die wijze wel een stuk land kan verwerven om zijn droom te verwezenlijken: een groot warenhuis naar Amerikaans model. Maar een Jood blijft helaas altijd een Jood. Het enige resultaat is dat hij ook door de familie met de nek wordt aangekeken. Zijn vader verkoopt de kleermakerij en gaat onwennig op het eiland Sylt vakantie vieren. Daar vindt hij oude strijdkameraden. Weliswaar was hij van oorsprong Fransman en had dus aan de andere kant van het slagveld gestaan, maar dat deerde hen niet. Toen ze per ongeluk vernamen dat hij Joods was, verbraken ze elk contact.

Een vluchteling vertelt hoe vlak voor de Olympische Spelen die in 1936 in Berlijn plaats vonden, de revueartiesten, de musici en de komieken uit de kampen werden gehaald. Ze moesten optreden in de in alle haast heropende bars, jazzkelders en danslokalen. Men spoorde ze aan om vooral veel moppen te maken over Hitler en zijn bruinhemden. De bezoekers van de Olympiade reageerden verbaasd. Het was duidelijk: de kranten hadden zoals gewoonlijk weer eens overdreven. Er mocht zelfs kritiek geuit worden op het Naziregime. Nadat de toeristen vertrokken waren, was het uit met de pret. De artiesten werden alsnog vergast.

Het effect van dit soort ‘telling details’ wordt versterkt door de aangename lichte toon die Lewinsky hanteert. Zelfs de meest pijnlijke situaties weet hij bijna zonder sentimentaliteit te beschrijven. Zoals hij ook met historische feiten spaarzaam is. ‘Bij sommige auteurs van boeken met een geschiedkundig karakter, merk je dat ze veel hebben gelezen over het onderwerp en het eenvoudigweg zonde vinden om hun kennis niet uitgebreid te etaleren. Het worden boeken die zweten.’

Lewinsky deed ook veel research, maar uitsluitend om af en toe een gebeurtenis in de juiste context te kunnen plaatsen. Zo wist hij van minuut tot minuut wie de sprekers waren en wat ze hadden verkondigd op het beroemde Zionistencongres van Zürich. ‘Een van de hoofdpersonen, de jonge Zionist Hillel, zou immers beslist de lezingen gaan bezoeken. Alleen belandde hij op een gegeven moment in de gevangenis en werd de kennis over het congres waardeloos. Als hij het me had verteld, had ik mij het zoekwerk kunnen besparen.’

Het lot van de familie Meijer past in de traditie van de grote Europese vertelkunst. De genuanceerde, levensechte karakters lijken direct uit een roman van Flaubert te komen. Het geeft een intieme kijk in de Joodse cultuur. Opvallend is eigenlijk hoeveel Jiddisch er in de diverse Europese talen is geslopen. De uitgebreide verklarende woordenlijst zal voor veel Nederlandstaligen niet noodzakelijk zijn. De omvang van de hardback kan veel mensen afschrikken, maar in tegenstelling tot veel grote romans, zowel van omvang als van statuur, brengt Lewinsky in de laatste tweehonderd pagina’s nog een aantal nieuwe personages op het toneel. Daardoor blijft het boek tot de laatste pagina boeien. Je hebt zelfs de neiging om tegen het einde langzamer te gaan lezen omdat je geen afscheid wilt nemen van de familie.

Het boek eindigt bewust voor het begin van de Holocaust. ‘Dat is een geschiedenis die we toch allemaal wel kennen. Je moet niet bij de boodschap beginnen, maar bij de mensen. Zoals de Amerikanen zeggen: If I have a message, I go to Western Union.’ Omdat telegrammen als onbestelbaar terugkomen, vermoed je als lezer dat een naar Duitsland geëmigreerde zoon is afgevoerd. Een eenling als symbool voor zes miljoen.

Juist door de weglatingen wordt de lezer aan het (her)denken gezet. Bij een tafelgesprek wordt Dreyfuss opgevoerd als voorbeeld van een succesvolle Jood. In Zwitserland zou het voor iemand met een dergelijke achtergrond onmogelijk zijn om door te dringen tot de generale staf. Lezers met enige historische kennis weten hoe dat afliep.

De meest bijzondere reactie op zijn menselijke epos vindt Charles Lewinsky het winnen van de Chinese staatsprijs voor het beste Duitstalige boek van 2007: een klein geldbedrag en een vertaling. ‘Ik ben benieuwd hoe ze de typische Zwitserse en Joodse zinsneden in karakters om zullen zetten.’