In tijden van oorlog van Alexis Jenni
Recensie door Guus Bauer (5 december 2012)
November 2011 werd de debuutroman In tijden van oorlog van Alexis Jenni (1963) bekroond met de prestigieuze Prix Goncourt. Prompt werd het vuistdikke boek een megaseller in Frankrijk en de auteur een wereldwijde literaire ster. Voordien gaf Jenni biologieles op een middelbare school in Lyon. Al na een pagina is het duidelijk dat we hier, gelukkig maar, niet te maken hebben met het zo typische lerarenproza, dat braaf feitjes oplepelt en bol staat van uitleg.

Oorlogsveteraan Victor Salagnon geeft in een buitenwijk van Lyon schilder- én levenslessen aan een jongeman, die als wederdienst het verhaal van de kapitein bij de paratroepen belooft op te tekenen. Met veel geluk heeft Salagnon zowel de Tweede Wereldoorlog, de Franse strijd in Indo-China als de burgeroorlog in Algerije overleefd. Weliswaar nam hij deel aan het oorlogsgeweld, daarin meegesleurd door het groepsgedrag, maar een stuk van zijn ‘onoverwinnelijkheid’ moet ook gezocht worden in zijn trouw aan het penseel en aan Eurydice, de Algerijnse liefde van zijn leven.

Jenni heeft voor een bijzondere vorm gekozen. Desgevraagd heeft hij een twintigtal jaren onbekommerd kunnen schrijven aan dit epos. Na deze komeetstart zal de druk allicht zijn toegenomen. In hoofdstukken, zeg maar rustig novelles, die hij ‘commentaar’ heeft gedoopt, komt de naamloze jongeman aan het woord, die de lezer haast wel moet identificeren met de schrijver. Hij gaat alleen naar zijn werk als hij geen smoes meer kan verzinnen om afwezig te zijn. Liever ligt hij met zijn vriendin dagenlang in bed. Krabbelt wat woorden in zijn dagboek en kijkt af en toe tv. Het is 1991 en de Golfoorlog staat op uitbreken. Franse troepen vertrekken naar Irak. Het lijkt of Jenni de lezer op slinkse wijze nog een oorlog in de maag wil splitsen. Maar eigenlijk gaat dit magnum opus over alle grote thema’s. Het is zelfs eerder een roman over esthetiek en liefde dan over de verschillende slagvelden. De jongen is in gevecht met de wereld. Salagnon leert hem kijken met een liefhebbend schildersoog. Hij moet in beeld brengen door te tekenen. Wie schildert redt zijn ziel. Zo heeft Salagnon immers alle gruwelijkheden kunnen doorstaan.

Die oorlogsherinneringen zijn ingebed in de beschouwingen van de jongeman. Jenni romantiseert het soldatenleven niet, al zouden de verschillende oorlogsdocumenten het stuk voor stuk als snoeiharde avonturenromans goed doen. Jenni constateert en laat het oordeel over de mentaliteit van de Franse troepen aan de lezer. Die kan bijna niet anders dan de daden veroordelen. Moedig in een land dat doorgaans niet bekend staat om zelfkritiek. ‘Als je in de oorlog alleen de mensen doodt die vechten, voer je alleen maar oorlog. Terreur is een heel doordacht instrument, bedoeld om in onze omgeving paniek te zaaien die de weg vrijmaakt.’

Jenni voert oude strijdmakkers van Salagnon op die geen weg weten met hun ervaringen. Ze kennen geen liefde, schrijven of schilderen niet. Als het aan hen lag, dan waren de problemen in de buitenwijken van de Franse grote steden, de ‘warzones’, zo opgelost. Kun je iets anders doen, als je eenmaal oorlogvoeren hebt geleerd? Ze weten zelf niet meer wie ze zijn en daarom willen ze de mensen die anders zijn weg hebben. Maar, vraagt Jenni zich af, je kunt mensen niet ongestraft over vrijheid, gelijkheid en broederschap leren als ze die niet krijgen.