Krassen van Chawwa Wijnberg
Recensie door Ezra de Haan (23 december 2015)

Is haat net als natuurgeweld?

Sinds haar debuut Aan mij is niets te zien (1989) publiceert Chawwa Wijnberg met zekere regelmaat haar dichtbundels. Iedere bundel had wel een of meerdere gedichten waar je even stil van werd. Vaak refereerden ze naar haar jeugd als joods kind en onderduiker. De schaduw van de Tweede Wereldoorlog leverde bijzonder werk op. Vooral omdat Wijnberg wees op hoe weinig er maar nodig was om gedachten aan die tijd te doen herleven. De afdruk van een stoelpoot was genoeg. Haar zesde bundel Nachtvlinders door het kattenluik (2012) werd goed ontvangen. Mario Molengraaf noemde haar ‘de begaafdste dichter die er vandaag de dag op Zeeuwse bodem rondloopt.’ Krassen is de laatste bundel van Wijnberg, een fenomenale bundel.

Als nooit tevoren zet Chawwa Wijnberg in haar gedichten de taal naar haar hand. Zelfstandige naamwoorden worden werkwoorden. Woorden worden bedacht en krijgen een vanzelfsprekendheid die verbijsterend is. Interessant is dat ze zo typisch Wijnberg zijn. Ze hebben iets grappigs, zijn vilein. Met nieuwe woorden reageert ze zich af op de wereld die haar omringt en mogelijk zelfs bedreigt. Deze woorden verdienen opgenomen te worden in het dagelijks taalgebruik, wat zeg ik, in de volgende editie van de Van Dale! Schrikvoorraad, snoerloze tijden, gisterzinnetjes, fluisterregen, maandagochtendvragen, zesbaanshaast, zijn prachtige vondsten die geen enkele uitleg behoeven.

Opvallend is ook het engagement dat we in de bundel tegenkomen. De buitenwereld klinkt door tot in de gedichten. Vanzelfsprekend gaat het over het joods-zijn anno 2015 en dat wat mensen ‘gewoon’ zeggen. Maar ook over de grote woede die het losmaakt bij de dichter.

Alledaags

Op vriendelijke
conversatietoon zei ze
je moet toegeven dat
joden een naar volk zijn

ben ik een scheldwoord

als tijd vloeibaar was
en het nu
een hek op de weg
zo stil werd het

in mijn oren ruiste de zee
met loederige branding


De gedichten in Krassen gaan echter ook verder dan persoonlijk leed en ergernis. Er staan drie gedichten rond Haatman in deze bundel. Met strofen die schrijnen en tegelijkertijd een soort cynische glimlachen opleveren. Ze noemen het/ radicaliseren/ achteloos/ alsof het over/ harder rijden gaat. In ‘Haatman III’ stelt Wijnberg vragen. Vragen over de mens achter de moordende geradicaliseerde. Voelt hij niets de hater/ niet de wind/ door zijn haar/ kan hij/ met droge ogen/ slapen. Ook in ‘Aanslag in Brussel’ lezen we weer zo’n saillante opmerking: al hun menselijkheid/ verliezen/ lijkt mij/ een hoge prijs/ voor het vermoorden/ van een jood. Gelukkig is het niet alleen het dagelijks geweld dat haar bezighoudt. Als oudere vrouw reageert ze in het gedicht ‘Een illusie dan’ met een grimlach op de reclamewereld die haar als bejaarde inmiddels als een lucratieve doelgroep ziet. Fit en sterk en honderd/ lachen met eigen tanden/ tegen de wind in fietsen. Zijn er nog pensioenen/ hebben we die nodig/ met die drukke baan/ en maar blij zijn en/ gelukkig, wij/ zijn reclamemateriaal.

Heerlijk, ik moet er nogmaals op wijzen, is het taalspel in Krassen. Woorden als wankel niet moedigen of het nieuwe werkwoord meeuwen. Het speelse taalgebruik klinkt soms verraderlijk naïef in de oren. Als door een kind bedacht. Niets is minder waar. Het is taal ontstaan door het schreeuwen tegen dove oren, door het zingen in de tegenwind. Het is spelen met alle registers van de taal. Soms heeft de dichter dat spelen niet nodig, doet ze het met dat wat er al was. En schrijft een meesterwerk als ‘Wat als’.

Wat als

Wat als de leegte
ook iets is
maar zo ragfijn
dat wij het
niet kunnen snappen

zoals de ziel
doorzichtig is
en doorlaatbaar
adem van de geest

geluksgevoel
niet te wegen is
en rouw geen
zware groeven trekt
in onze aarde

alles wat leeft
om liefde kermt
maar onze oren doof
onze ogen voor lege
ruimte blind

trilt daar de oorsprong
voor wie
de toekomst vindt


Tijdens de presentatie vielen woorden als ‘wellicht de laatste bundel…’ en ook in het gedicht ‘Krassen’ schrijft Chawwa Wijnberg Er zitten/ geen woorden meer/ in mijn pen/ alleen maar kleine/ krassen. Gelukkig eindigt Krassen strijdbaar, zij het wat vermoeid. Laten we hopen dat Chawwa Wijnberg nog een lang en vruchtbaar leven beschoren is. Met meer, nog veel meer mooie gedichten. Voor degene die niet wachten kan, heeft de auteur nog een kleine verrassing in de dichtbundel bijgesloten: Een cd met vele korte verhalen door de auteur zelf voorgelezen.