Kruispunt van Joseph Hart
Recensie door Ezra de Haan (4 november 2015)

We hebben leiders nodig

Dat Joseph (Jopi) Hart Curaçao kent als geen ander bleek al uit de vuistdikke roman Verkiezingsdans die in 2013 verscheen. Het was het ‘Nederlandstalige origineel’ van Election Dance (2006). Eerder verschenen de viertalige dichtbundel Entrega (2000) en de roman The Yard (2010). Met zijn roman Kruispunt voegt hij wederom een kloeke roman aan zijn oeuvre toe. In zekere zin hebben de romans Verkiezingsdans en Kruispunt iets gemeen, in beide boeken is er immers sprake van corrupte politici, georganiseerde misdaad en persoonlijke opoffering. Toch wil Jopi Hart met zijn laatste roman ook iets anders duidelijk maken: het minderwaardigheidsgevoel dat sommige mensen op de Antillen tot daden brengt die niet al te verstandig zijn.

Jopi Hart wijst in het voorwoord van zijn boek op het effect dat het lezen van De terreur van de schaamte : brandstof voor agressie (2007) van dr. Aart G. Broek op hem had. Met groeiende bezorgdheid had hij het falende onderwijssysteem, het toenemend aantal eenoudergezinnen en de verloedering van vele wijken op Curaçao gevolgd. Het boek van Aart Broek was het antwoord op veel vragen die bij hem opkwamen. Het werd hem duidelijk waardoor al dat agressieve en gewelddadige gedrag bij jonge mensen ontstond en hij wist ook dat het verwijzen naar een onverwerkt slavenverleden een te eenvoudige verklaring was. Hij besloot er een roman over te schrijven.

Op het eerste oog is Kruispunt een roman die het moet hebben van een klassieke opbouw. Twee personages trekken alle aandacht naar zich toe: Giovanni en Frensel. Het zijn antagonisten en doordat hun leven en denken haaks op elkaar staan, leer je als lezer twee mogelijke levens op Curaçao kennen. Giovanni is een intelligente student. Hij raakt in Nederland betrokken bij sociaal-culturele activiteiten en de komst van pastoor Alfredo uit Curaçao, die met name studenten van zijn eiland wil ontmoeten. Het positieve en sociale dat kenmerkend is voor Giovanni, is ver te zoeken bij Frensel. Die is gefrustreerd, voelt de Nederlander op hem neerkijken, belandt in de drugshandel en is geobsedeerd door ‘Macho Nato’, een Curaçaose politicus die Nederland haat en iedereen oproept het eiland te bevrijden van die ellendige makamba’s. Het scherpe zwartwit van goed en kwaad, zoals ik het nu schets, zien we niet terug in het boek. Integendeel, Jopi Hart kent het leven van de misdeelden op Curaçao zo goed dat het portret dat hij van hen schetst eerder medelijden dan aversie oplevert. En dat begint al vanaf de eerste pagina.

En plotseling kwam in volle hevigheid terug wat zich ’s avonds had afgespeeld, toen hij in een vlaag van woede het grote hakmes had gepakt en als een razende de huidige minnaar van zijn moeder had aangevallen. Hij kon nog steeds de rake klappen voelen toen de man hem het mes had afgepakt, zijn arm bijna uit de kom had gedraaid en een regen van oorvijgen had doen neerdalen op zijn hoofd. Frensel gaf niets om pijn, daar was hij aan gewend. Veel erger vond hij zijn onhandigheid, dat het hem niet gelukt was die smeerlap om zeep te helpen. Met zijn acht jaar was hij gewoon niet opgewassen tegen het brute geweld van de zoveelste kerel die langskwam om ‘het’ met zijn moeder te doen. Maar deze had het op zijn lievelingszus gemunt en moeder had het toegestaan!

Het mag duidelijk zijn dat zo’n jeugd zijn littekens achterlaat en dat is dan ook zeker het geval bij Frensel. Waar Giovanni weet dat zijn moeder, ondanks al haar zorgen, van hem houdt, kent Frensel slechts peilloze eenzaamheid. Vriendschap zal hij in zijn leven amper kennen. Angst voor hem is iets dat hem meer aanspreekt en als beginnende kleine crimineel maakt hij dat zijn omgeving meteen duidelijk. Beide jongemannen belanden uiteindelijk in Nederland. De een voor zijn studie, de ander omdat hij bang is om opgepakt te worden. Maar ook nu nieuwe kansen zich aandienen, zelfs in de vorm van liefde, blijkt Frensel niet in staat die op te pakken. Hij is zo beschadigd dat iedere vorm van afwijzing kille woede, soms zelfs moordlust bij hem oproept. Speelbal van zijn emoties, probeert hij zich ook af te zetten tegen het gedrag van zijn ‘waardeloze landgenoten’ in een poging anders te zijn.

Op dat moment wilde hij opstaan en die zwarte aap op zijn nummer zetten. Maar hield zich in en probeerde die analfabeet met die afgezakte broek en de daarboven uitstekende onderbroek niet aan te kijken om zijn gevoelens niet bloot te geven.

Het beschrijven van pijnlijke momenten vol discriminatie is een truc die Hart vaak gebruikt. Hij wil immers zijn vinger op de zere plek leggen en draait er dan ook niet omheen wanneer hij wil duidelijk maken hoe het allemaal komt. Frensel toont ons de frustratie en de onmacht van hen die het aan liefde en opleiding ontbraken. Giovanni, met zijn hoge opleiding, laat ons letterlijk de cijfers zien waardoor veel problemen op Curaçao ontstaan. Slim bedacht door de auteur, want hoe plaats je anders percentages in een roman zonder er een studie- of schoolboek van te maken. Macho Nato geeft stem aan de ongenuanceerde woede en haat jegens de Nederlander en zijn invloed op de Antillen. Wilders praat maar dan op zijn Antilliaans. Taal die mensen als Frensel moet aanspreken.

… je altijd een tweedehandsburger te voelen, kun je beter terugkomen naar het eiland waar wij het voor het zeggen hebben. Daar (in Nederland) ben je gedoemd altijd ‘ja meneer’ en ‘dankjewel, meneer’ te zeggen tegen de makamba’s die jou te vreten geven en met een kamertje ergens in een achterbuurt denken blij te maken. Ik zeg, wees machu, kom naar huis en bouw aan je eigen toekomst. We hebben mensen nodig die bereid zijn voor hun land te strijden…

Bij Frensel gaan de woorden er in als koek. Hij ziet de politicus als zijn Messias, iemand die zin aan zijn tot nu toe doelloze leven kan geven. De lezer begrijpt dat Frensel, als de crimineel en moordenaar die hij inmiddels geworden is, levensgevaarlijk kan worden voor mensen die zijn held ook maar een duimbreed in de weg willen leggen. Hart zoekt die situatie bewust op wanneer pastoor Alfredo en zijn navolger Giovanni de confrontatie aangaan. Hierdoor ontstaat suspense die je eerder in een thriller verwacht.

Kruispunt is een roman die de gevolgen van de invloed die Nederland op het eiland en zijn bewoners heeft, genadeloos beschrijft. Je zou het boek zelfs politiek geladen kunnen noemen. Vooral omdat Hart speelt met de mogelijke effecten van een gijzeling en een opstand op Curaçao. Soms moest ik aan het werk van Boeli van Leeuwen denken. Neem de beschrijving van Frensel als ‘instrument van de dood’, zeg maar als een engel des wrake en de tegenstellingen tussen goed en slecht. Joseph Hart weet, ondanks de wellicht wat stereotype karakters in de roman, van Kruispunt een boek te maken dat spannend, en vooral verrassend is tot het einde. Kruispunt is door zijn listige opbouw een literair werk, bomvol informatie, geworden dat meer inzicht geeft in het leven van de Antilliaan dan menig doorwrochte studie.