Mijn ontvoering door Elle van Rijn en Toos van der Valk
Recensie door Guus Bauer (14 december 2011)

Eind november 1982 werd Toos van der Valk ontvoerd door een Italiaanse bende. Zij is de vrouw van pater familias Gerrit van der Valk van de bekende horecafamilie met de toekan. Toos is op dat moment 52 jaar oud en moeder van zeven kinderen en vijf kleinkinderen.

Vaak is ‘de vrouw van dertien miljoen’ nadien benaderd voor interviews en verfilmingen. Omdat er veel uitgaven zijn verschenen met feitelijke onjuistheden, heeft ze eenmalig besloten om na bijna dertig jaar actrice en schrijfster Elle van Rijn (1967) het verhaal op te laten tekenen onder de titel Mijn ontvoering.

De ontvoerders, zoals later bleek een bende van veertig Italianen, hadden het vooraleerst gemunt op Gerrit. Een jaar lang hebben ze de familie gevolgd. Ze wisten alles, tot en met de auto’s en de plekken waar de kleinkinderen schoolgingen. Als een paar gemaskerde mannen de villa bij het motel Nuland binnendringen, denkt Toos in eerste instantie aan een grap van haar zonen.

Ze is zilveren voorwerpen aan het verzamelen voor het winkeltje van haar oudste dochter Marijke. Gerrit is na een etentje boven gaan slapen. Al snel blijkt het goed mis en ontwaakt in Toos de ‘survivor’. Ze weet de ontvoerders ervan te overtuigen dat Gerrit niet thuis is. Ze krijgt een bivakmuts op en wordt achterin een auto geduwd.

Toch weet ze de weg in te prenten die wordt gevolgd. Ze is er dan ook zeker van dat ze in een flat in Brussel wordt vastgehouden. Of beter gezegd, als een kettinghond aan de verwarming wordt vastgelegd. Ze moet in een oranje tentje blijven liggen op een dun luchtmatrasje. Douchen mag ze niet. Als ze naar de wc moet gaat er een kussensloop over haar hoofd. Ze krijgt thee, melk en af en toe een boterham en, hoe kan het ook anders, voornamelijk pasta’s als middagmaal.

Van Rijn heeft ervoor gekozen om de onthutsende stukken van Toos zelf af te wisselen met de beschrijvingen van Marijke van de dagen in Nuland waar de gehele familie zich heeft verzameld rond de leider Gerrit, die je langzaam ziet afbrokkelen. Deze afwisseling maakt het boek sterk en spannend. Je raakt net zo verontwaardigd als Toos en haar familie. Uit het nawoord van Toos blijkt hoe ze nog steeds geëmotioneerd kan raken als ze aan de ruim drie weken gevangenschap denkt.

Het is geen wonder, want ze moet vechten tegen de verveling, tegen de constante twijfel en doodsangst en als ze een briefje heeft weten weg te stoppen in een luchtschacht wordt ze maar net niet door haar vier belagers verkracht. Nu dit boek er is, zijn Toos ook veel details van het thuisfront bekend geworden die ze niet wist.

Zo waren de zonen zelf op onderzoek uitgegaan. Ze liggen bij verlaten schuren en gaan na het uitloven van een beloning van een ton de meest bizarre tips na. Dan volgt de ontknoping. Marijke en haar man Harry leveren het geld af. Toos moet de ontvoerders ervan zien te overtuigen dat ze niets over hen weet. Maar ze heeft met eentje, die ze de Raaf noemt, af en toe een praatje kunnen maken en via slinkse trucjes informatie over de omgeving in zich opgenomen.

Drie van de vier daders worden snel opgepakt. Van de dertien miljoen die uiteindelijk is betaald, is maar een schijntje teruggevonden. De knulligheid waarmee de Nederlandse politie de zaak heeft behandeld, wordt nog maar eens aangestipt. In eerste instantie dachten ze dat Gerrit zijn vrouw ergens had verstopt om op die manier een grote som wit te wassen. Mijn ontvoering is een boek over oprechte (moeder)liefde en diepe verbondenheid. En eens te meer wordt duidelijk hoe lang zoiets ingrijpends doorspeelt, bij het slachtoffer zelf en de familieleden. Een jaar na de ontvoering ging motel Nuland op mysterieuze wijze in vlammen op. Een van de dreigementen van de ontvoerders.