Nuttige idioten van Els de Groen
Recensie door Ezra de Haan (23 februari 2016)

Zijn we bang geworden?

Jean-Paul Sartre schreef ooit een meerdelige studie over Gustave Flaubert getiteld: L’idiot de la famille. Wanneer een van de grootste schrijvers van de Franse literatuur een idioot wordt genoemd, neig je er al snel toe om het woord als een compliment te zien, als een geuzennaam. Het woordenboek verklaart het woord idioot met ‘iemand met een afwijkend standpunt of gedrag’. Els de Groen werd in de jaren tachtig voor het gemak nog onder de noemer ‘nuttige idioten’ geplaatst. Haar interesse voor het onbekende en ontoegankelijke oosten riep in die dagen verbazing op. De Groen liet zich daar echter niet door afschrikken en reisde twintig jaar door Rusland en de landen van Oost-Europa.

In 1999 verscheen haar debuutroman De bruidskogel. Van haar, samen met de Russische dissident Eduard Uspenski geschreven Het jaar van het goede kind werden internationaal 1 miljoen exemplaren verkocht. En ook van Straling, mag het ietsje meer zijn? gingen in diverse landen 60.000 exemplaren over de toonbank. Van 2004 tot 2009 was Els de Groen lid van het Europees Parlement. Ze kent de twee werelden die lang door een muur van elkaar werden gescheiden als geen ander. Met de val ervan in 1989 leek er een einde aan de Koude Oorlog te zijn gekomen. De strijd in de Oekraïne en het neerhalen van de MH17 hebben inmiddels pijnlijk duidelijk gemaakt dat Oost en West weer tegenover elkaar staan.

Nuttige idioten : voor, na en door de Muur is de volledige titel van haar nieuwe boek. In vijfentwintig korte, columnachtige hoofdstukken levert Els de Groen haar bijdrage aan de discussie hoe het nu verder moet. Het boek begint met het plan dat ze in 1984 had om een bundel samen te stellen met verhalen uit Oost en West. Een Cultureel Uitwisselingsverdrag faciliteerde haar voorstel. Nederland betaalde de reis, Rusland het verblijf. En onbevangen, zij het met de nodige argwaan wat betreft de kritiek op het Sovjetcommunisme, reisde ze af naar de wereld achter het IJzeren Gordijn. Het was het begin van een lange reis waaraan eigenlijk nog geen einde is gekomen. Door gebruik te maken van al haar eigen ervaringen en, niet te vergeten, de nodige humor, schetst De Groen de ontwikkelingen sinds het vallen van de muur. Haar nuchterheid is daarbij kenmerkend. En deze levenshouding zat er al vroeg in. Toen de mogelijkheid van een kernoorlog er nog in de lucht hing, we spreken over de jaren tachtig, zag zij al de situatie voor zich waarin overlevenden van een aanval met kernwapens te maken zouden krijgen.

Waren de SS-20’s werkelijk zoveel erger dan onze kruisvluchtwapens? Kon de geldverslindende afschrikking niet worden vervangen door welbegrepen eigenbelang? Niemand wordt graag vernietigd, ook niet per ongeluk. Met het toenemend aantal wapens nam de kans op vergissingen toe.

Interessant aan Nuttige idioten is vooral hoe het aan de ene kant een ver verleden lijk te beschrijven: de tijd dat Oost en West door een muur van elkaar gescheiden waren, maar ook die van nu: de tijd waarin Oost en West door een onzichtbare muur van elkaar gescheiden zijn. Je krijgt het idee dat er, los van een korte periode van toenadering, weinig is veranderd. De complexiteit van het verschil tussen dat verleden en het heden wordt langzaam maar zeker duidelijk door alle voorbeelden die De Groen in haar boek geeft. Ze beschrijft dit zelf als volgt: ‘Geschiedenis is verwarrend en chaotisch als ze ontstaat, maar ligt naderhand keurig gestreken op de plank.’

Met ieder hoofdstuk in Nuttige idioten lopen we met flinke stappen door de geschiedenis. We lezen over de betrokkenheid van Els de Groen bij de antikernwapenbeweging en het bewust maken van de gevaren van kernenergie. Hoe de pers op haar uitlatingen, en die van anderen, reageerde. Wanneer op 26 april 1986 Tsjernobyl in de brand vliegt en een kernreactorvat ontploft, blijkt alles waarvoor ze gewaarschuwd had droeve waarheid te worden. Mede door haar kennis van de mogelijke gevolgen van deze ramp besluit ze een boekje te schrijven dat wijst op het immorele gesjoemel waarvan zowel in Oost als West sprake was, als het om kernenergie ging. Haar boekje Straling : mag het een ietsje meer zijn maakt de lobby woedend. In Rusland, waar ze met Uspenski aan een kinderboek werkt, blijkt de Sovjetburger totaal onwetend te zijn over gevolgen van fall-out.

Hij vertelt hoe hij, kort na het ongeluk, naar de plek van de ramp is gegaan om er jonge schoonmakers, dienstplichtigen, te vermaken. Geschrokken kijk ik hem aan. Hij lijkt slecht op de hoogte; ik weet juist te veel.

Dan lijkt de geschiedenis even een sprint te nemen. De Berlijnse muur valt, Gorbatsjov brengt scheiding aan tussen Partij en staat. In plaats van hervormingen heeft hij nationalisme op gang gebracht. Alle deelrepublieken eisen autonomie en Jeltsin steunt dat. Terwijl de orthodoxe kerk zich razendsnel herstelt van de gevolgen van het communisme, zien ook populisten hun kansen. Ieder voormalig onderdeel van de USSR zoekt naar zijn eigen identiteit en tijdens het bezoeken van collega-auteurs leert Els de Groen de diversiteit van al die landen kennen. Overal komt ze onrendabele mijnen en fabrieken en corruptie tegen. Ze komt erachter dat de Imperialistische vijand van weleer is ingeruild voor meer ‘traditionele’ vijanden: de zigeuners, de joden en de immigranten. De Groen gaat zich verdiepen in de Balkan, wederom een complex deel van de wereld. Ook Bulgarije trekt haar aandacht. Wespennesten zijn het en de anekdotes waar De Groen graag gebruik van maakt, zorgen ervoor dat je vaak sneller dan door een uiterst zakelijk verslag begrijpt waarom er in deze landen zo weinig verandert. Neem het voorbeeld van Mevrouw 40% (een verwijzing naar de provisies die ze in rekening brengt).

In 2001 is Milesjeva directeur van een NGO die zegt Roma te helpen. Uribe, haar vriendin, is eveneens actief in de civil society sector. Tweehonderdduizend dollar, steun van de EU voor de scholing van Roma leraren, sluist ze door naar ‘Stap voor stap’, de NGO van haar minnaar.

Steeds weet Els de Groen, met weinig woorden, de armoede en de oorzaken ervan te beschrijven. Het geld is er wel, maar verdwijnt steevast in de verkeerde zakken. En haar beschuldigende vinger wijst niet alleen naar het oosten. In een Bulgaars voorbeeld van diefstal gaat het geld van de Novib niet alleen naar de extreme overhead en riante salarissen voor het personeel maar blijkt ook een Nederlandse topambtenaar erbij te zijn betrokken.

In 2004 wordt De Groen een MEP, een Member of European Parliament. Veelbetekenend is haar reactie op haar functie:

Wie graag buiten de deur eet of zich graag laat wiegen op de beweging van treinen en vliegtuigen heeft een afwisselende baan. Parlementariërs echter die ook nog iets willen veranderen, hebben het een stuk zwaarder.

Vijf jaar maakt De Groen deel uit van het circus dat Europa heet. Ze leert dat je geen zeven dagen in de week verontwaardigd kunt blijven. Dat je jezelf op de emotionele waakvlam kunt zetten. Dat moest ook wel, want het zijn barre tijden. Volksbewegingen marcheren door de straten van Hongarije, Bulgarije en Tsjechië, het parlement te Brussel kleurt steeds bruiner. In 2009 gaat Els de Groen ‘op het langste reces dat ze ooit zal hebben.’ Ze verlaat het parlement na jaren voor de rechten van de Roma te hebben gestreden. Waarschijnlijk had ze geen beter moment kunnen kiezen. Een paar jaar later laait de koude oorlog op. Poetin weet keer op keer het westen met zijn acties te verrassen en te verbijsteren. Ook deze recente geschiedenis, de oorlog in de Oekraïne, het innemen van de Krim, het neerhalen van de MH17, de strijd in Syrië, de vluchtelingenstroom naar Europa, staat allemaal in Nuttige idioten. Wie zich soms afvraagt, zoals ik, hoe de huidige politiek zo ver uit de hand heeft kunnen lopen, moet Els de Groen raadplegen. Ze was er vaak bij of weet er genoeg van af. Nuttige idioten is daarmee een uiterst informatief boekje voor degene die meer wil weten dan de karige quote op zijn IPhone.