Praatjes voor de West van B. Jos de Roo
Recensie door Ezra de Haan (18 december 2015)

Literair schatgraven

In 2014 promoveerde B. Jos de Roo op een dissertatie die zowel door de Antilliaanse als door de Surinaamse literatuurcritici zeer goed werd ontvangen. Het onderwerp betrof de radio-uitzendingen van de Wereldomroep naar de West (Suriname en de Antillen) in de periode 1947-1958. De wereldomroep liet voor deze uitzendingen zowel Antilliaanse als Surinaamse auteurs verhalen schrijven. Deze verhalen werden door de schrijver zelf voorgelezen. Van de 267 literaire bijdragen wist Jos de Roo er 173, van de op schrift bewaard gebleven verhalen, terug te vinden. Een belangrijke vondst, vooral omdat er niets van de radio-opnames bewaard is gebleven… De ‘papieren’ versie vond De Roo terug in het draaiboekenarchief van de Wereldomroep. Nu klinkt dat ‘vinden’ iets makkelijker dan het was. De eerste keer dat hij in contact kwam met het archief was in 1995. Een nogal verbijsterende ervaring.

De draaiboeken lagen opgeslagen op het vochtige zand van een kruipruimte in de stookkelder en werden aangetast door muizen en vocht. In de kort tijd dat ik toen zocht, vond ik negen bijdragen van (Boeli) van Leeuwen terug. Bij steekproeven die ik nam, zag ik ook dat er een schat aan onbekende verhalen lag van schrijvers aan het begin van hun carrière, of van mensen van wie niet bekend was dat zij ooit literair werk hadden geschreven.

In 2006 dook hij voor de tweede keer het archief in. Systematisch werd het 100 meter lange archief in kaart gebracht. De situatie was veel beter dan voorheen, maar de schade als gevolg van de vochtige kruipruimte was voor sommige draaiboeken fataal geweest.

Er ontbraken hele periodes en soms was een pak draaiboeken aangetast door water of muizenvraat, of waren ze een klont geworden.

Wellicht was de nonchalante wijze van bewaren het gevolg van de gedachte achter de Praatjes voor de West. Men noemde het in die dagen causerieën, of een babbeltje. Ze wisten immers niet dat sommige teksten door schrijvers van belang geschreven werden. Dat bleek pas veel later toen Boeli van Leeuwen, Frank Martinus Arion, John Leefmans, Jules de Palm, Henk Dennert en nog vele anderen hun literaire waarde hadden bewezen. Maar tussen de draaiboeken zaten meer teksten die aan de vergetelheid onttrokken moesten worden: de spinverhalen van Johan Ferrier en Raúl Römer, de verhalen over Sint Maarten van Irving Plantz. Ook wat betreft de Surinaamse geschiedenis kwam het nodige boven tafel. Zo bleek de Surinaamse nationalistische beweging Wie Eegie Sanie maandelijks zendtijd te hebben gehad om haar ideeën over taal, cultuurpolitiek en literatuur te verkondigen. Een bijdrage van Eddy Bruma, de leider van Wie Eegie Sanie kan zelfs als een beginselverklaring worden beschouwd.

…dat het in onze bedoeling ligt de strijd aan te binden tegen de Nederlandse cultuur in Suriname. Dit is echter gezichtsbedrog. Wij strijden niet tegen iets, maar voor iets. Onze vereniging richt zich niet tegen de overwaardering van de Nederlandse cultuur, maar streeft ernaar de Surinamers te leren hun eigen cultuur naar waarde te schatten. Daardoor zullen zij vanzelf wel de Nederlandse cultuur als een vreemde herkennen, waarmede zij wel bevruchtend contact zullen willen hebben, maar die voor hen niet langer het onbereikbare ideaal zal zijn.

De informatie die Jos de Roo in dit boek over Boeli van Leeuwen biedt, is haast een boek op zich. Naar aanleiding van de 28 bewaard gebleven teksten die hij voor de Wereldomroep schreef, wordt op zijn gehele oeuvre en leven ingegaan. Gelukkig wordt ruim geciteerd uit de 28 verhalen. Ze zijn typisch Boeli en doen soms denken aan zijn verhalenbundel Geniale anarchie.

Het vervult mij altijd met een zeker genoegen als ik een mens ontdek, die door de maatschappij niet tot een eenheidsworst is gedraaid. Die bij wijze van spreken met een snelle beweging kaas uit de muizenval haalt en lachend kijkt hoe het deurtje dicht klapt. De Curaçaoënaar heeft van nature respect voor zulke types en het Papiamento kent vele namen voor de individualist.

Ook de op dat moment nog studerende Frank Martinus Arion krijgt veel aandacht in deze studie. Zo lezen we over zijn Afrikaanse notities, de weerslag van zes weken in Ivoorkust, Ghana en Nigeria. Een belangrijke ervaring omdat het zeer waarschijnlijk de basis vormde voor zijn poëtische debuut Stemmen uit Afrika. Tevens kunnen we uit zijn bijdragen opmaken dat er sprake was van een verschuiving in zijn oordeel over Nederlanders en Nederland. Van uiterst positief naar kritisch. Ook John Leefmans was in die tijd nog student en was voorzitter van de Surinaamse studentenvereniging. Zijn elf bewaard gebleven bijdragen zijn wisselend van kwaliteit maar geven wel een goede indruk van hoe Surinamers hun leven in Nederland beleefden.

De Nederlander leeft onder een immer betrokken hemel, en daarom is hij zo gesteld op zijn interieur. ’s Avonds trekt hij de gordijnen dicht en sluit de boze wereld buiten.

Is het nu niet zo dat wij, denkend aan Nederland een land zien waar negen maanden lang regen valt en de andere drie maanden een en al vriezen, hagelen, sneeuwen zijn?


Praatjes voor de West is een boek dat iedereen die liefde heeft voor de Antilliaans en Surinaamse literatuur, gelezen moet hebben. Jos de Roo maakt door veel te citeren, nauwgezet te lezen en te becommentariëren duidelijk hoe belangrijk de Praatjes voor de West van de Wereldomroep waren. Het is een boek dat bomvol informatie zit, nieuwsgierig maakt naar de behandelde auteurs en de literaire en sociale geschiedenis van de Antillen en Suriname. Ben je eenmaal begonnen met lezen dan blijf je lezen.