Roep der verten van Lutgard Mutsaers
Recensie door Ezra de Haan (10 november 2014)

Terang Boelan

Het begrip krontjong zal bij de meeste Nederlanders weinig oproepen, tenminste, zolang ze niets met Indonesië te maken hebben gehad. Is dit wel het geval, dan komt meteen een gevoel van weemoed op, nostalgie… En sommigen zullen zelfs weten dat er sprake is van een revival en dat er diverse muzikanten zijn die zich er nog steeds mee bezighouden. Zelfs supertalenten als Ernst Jansz (voorheen bij Doe Maar) en Julya Lo’ko. Krontjong is terug en hoe!

Voor degenen voor wie krontjong onbekend is, een korte introductie. Johan Fabricius, de in Bandoeng (West-Java) geboren auteur, vertelt ons het volgende:

‘Krontjong. Als ik het woord uitspreek zie ik het Batavia van mijn kindertijd weer voor me. Een tropennacht, heldere maan, de laan voor ons huis met de slanke kenariebomen. […] En dan in de stilte, eerst ver nog, een viool, het getokkel van een paar gitaren, een banjo, het gekweel van een soeling, diepe warme Indo-stemmen, weke weemoedige wijsjes die hart en zinnen strelen. Ze gingen over mooie meisjes die soms wreed en wispelturig kunnen zijn, over afscheid en verlangen, wantrouwen en liefdessmart.’

Zijn beschrijving geeft ons al een beetje een indruk van wat je hoort. Lutgard Mutsaers geeft in haar diepgravende studie over krontjong een uiterst heldere beschrijving welke instrumenten er bij de asli, de originele, traditionele krontjong worden gebruikt.

‘De standaardbezetting van het asli-ensemble bestaat uit viool en dwarsfluit als melodie-instrumenten, een of meer gitaren voor akkoorden en loopjes, een of meer tokkelinstrumenten zoals mandoline en ukelele, een cello en eventueel een contrabas, beide met de vingers (geplukt) bespeeld. Geen drums, geen percussie-instrumenten, alleen eventueel (in informele setting) een tamboerijn, als de musici de rinkeltrom tenminste niet weren als te legerdesheilsig of joanbaezig. De cello, de contrabas en de met de hele hand aangeslagen ukeleles hebben een stuwende ritmische functie. Als er twee ukeleles zijn, creëren die onderling een complementair ritmisch patroon en samen een tegenpatroon met de ritmes van de andere instrumenten. Het ukelele-duo heet tjoek en tjak. De instrumentale standaardbezetting als geheel klinkt zacht maar gedecideerd. Compact, maar niet als een brij.’

Meerdere dingen worden duidelijk in de bovenstaande tekst. Traditionele krontjong speel je niet eventjes. En wanneer de regels zo vastliggen zal dat zeker zijn gevolgen voor moderne varianten hebben. Zo heb je ook baru, ‘dan doen ze iets met krontjong’ binnen een genre of stijl met een andere naam. Opvallend is de heldere wijze waarop Mutsaers geluid en de wijze van spelen beschrijft. (Los daarvan is er een CD aan dit boek toegevoegd. Hierdoor kun je genieten van 19 zeldzame tracks van traditionele en moderne krontjong terwijl je dit lijvige boekwerk leest.)

Door de twee bijvoeglijke naamwoorden merk je meteen dat Mutsaers’ interesse in muziek verder gaat dan krontjong alleen. Ze is dan ook kenner van vele genres en schrijft er al lang over. Eerdere publicaties waren Rockin’ Ramona, een boek over Indorock en Haring en Hawaii (over hawaiian).

Lutgard Mutsaers opent een wereld in Roep der verten. Zo leer ik het woord krontjongen kennen, het betekent behalve krontjongmuziek maken ook gitaarspelen, het naspelen van melodieën die in de lucht hangen. Alles kan daarbij als inspiratie dienen. Het kan een bekende melodie, of een flard van een idee zijn. Na de revival worden krontjongstandards, dus traditionele liedjes, in allerlei stijlen uitgevoerd. Dat kan hawaiian zijn, maar ook rock-’n-roll, surfrock, country-en-western, in Amerikaanse crooner (pop)stijl en zelfs reggae. Zelfs mij, als niet-kenner van het genre, verbaast het. Misschien omdat ik het nog nooit hoorde…

Zoals het een standaardwerk betaamt gaat dit boek terug naar het begin, in dit geval de Portugezen die lang geleden hun stempel op, het latere, Nederlands-Indië drukten. In 1511 veroverden ze Malakka en al in 1596 heeft de Hollander Jan Huygen van Linschoten het over de hoffelijkheid van de mannen en vrouwen. ‘Ze bedenken de prachtigste complimenten en verwerken die in hun verzen, vooral in hun liefdesliederen.’ Mutsaers wijt de melancholie, die zo kenmerkend is voor de krontjong, ook aan de invloed van de gedichten van Portugese dichter Camões in zijn Os Lusíadas. Hij maakte immers van het woord saudade (melancholie, heimwee, onvervuld verlangen) een literair begrip.

Minder lang geleden, maar daarom niet minder belangrijk voor de krontjong was Arnoldus Franciscus Snackey. Deze in 1845 geboren zoon van een Bataks-Sumatraanse moeder en Poolse vader zette het genre op de kaart en zorgde voor de doorbraak waardoor krontjong de populaire muziek van Batavia werd.

Roep der verten is een heerlijk boek dat tot lezen of doorbladeren uitnodigt. Tientallen illustraties, steevast uniek materiaal, en mooie anekdotes vullen pagina na pagina. Eindelijk lees ik eens iets over het lied ‘Terang boelan’, een lied dat iedereen kent, al was het alleen al door de pijnlijke scène in de film Soldaat van Oranje. Mutsaers levert de tekst, de vertaling en het achtergrondverhaal.

In 1915 staat de eerste, geromantiseerde krontjongende Indo op de planken in Nederland. Weliswaar in het stuk Tòtòk en Indo van de al eerder genoemde Johan Fabricius. Niet lang daarna is ook sprake van echte concerten in Nederland waarbij krontjongmuziek te beluisteren is. De auteur geeft aandacht aan werkelijk alles wat je over krontjong zou kunnen vertellen. Zo komt de Vlaamse musicus Emiel Hullebroeck ter sprake. Hij bracht in 1916 zijn liederen in Sumatra en Java ten gehore, zamelde er geld mee in voor de Belgische oorlogsslachtoffers en bracht later bevlogen zijn versie van krontjong. Maar ook de krontjongconcours in de jaren twintig. De eerste krontjongplaten worden gesignaleerd en als bewijs worden de advertenties getoond. Het begrip krontjong werd door de Hollandse amusementsmuziek omarmd, zij het in de vorm van liedjes die over Indië gingen en geschreven werden door Pisuisse en Max Blokzijl. Een voorbeeld daarvan is het lied ‘Krontjong One-Step’ uit de muzikale revue De Jantjes. En ook de literatuur bevat krontjong. In Het land van herkomst van E. du Perron lezen we over de muziek en de vertolkers ervan; op de radio was het te horen en in de film te zien. Krontjong was overal.

De prestatie van Lutgard Mutsaers valt dan ook moeilijk in woorden vast te leggen. Immens is de hoeveelheid informatie die Roep der verten bevat. Ondanks al die informatie blijft het een heerlijk leesboek, bol van historisch materiaal en vol met bijna vergeten geschiedenis. Gelukkig heeft de auteur alles vastgelegd in dit kloeke boek waarin het heden en verleden van een unieke muzieksoort samenkomen. Voor iedereen met Indische roots en/of liefde voor krontjong is dit een onmisbaar standaardwerk.