Schutkleur van Bernadette Heiligers
Recensie door Ezra de Haan (11 april 2016)

Wat voorbij is, is voorbij

Bernadette Heiligers was tien jaar lang journalist en programmaker bij de radio. In die hoedanigheid schreef ze onder meer Curaçao Close-up (1986), Cultuur maakt het leven mooier (2003) en Forsa di Palabra (2003). In 2004 verscheen eigen werk met illustraties van Elis Juliana. Samen met Jos de Roo schreef ze Vanuit de UNA gezien : een kijk op de Curaçaose samenleving (2005). In 2008 verscheen haar bundel Flecha, met 33 verhalen in het Papiaments. Grote aandacht trok haar belangrijke biografie Pierre Lauffer : het bewogen leven van een bevlogen dichter (2012).

Schutkleur is de eerste roman van Bernadette Heiligers. Het boek begint met de simpele vraag of Corine een vriendenboek voor Harold wil schrijven. En zoals zo vaak maakt een verzoek meer los dan degene die erom vraagt beseft. Gerda, in dit geval, heeft geen weet van de verhoudingen van veertig jaar geleden. Want zo lang is het geleden dat ze als nieuwkomer onderdeel van de familie werd. Ze was Harolds blanke, Hollandse bruid. Haar eerste reactie indertijd: ‘Het is hier heel anders dan ik had gedacht’ sprak boekdelen. Ze had palmbomen verwacht, riviertjes en watervalletjes. In plaats daarvan was het droog op Curaçao. Haar schoonfamilie bestond uit Mamai en Papai, Norma en Renata oftewel Tire en Wire, een twee-eiige tweeling, Roy, een broer die Dandy Boy werd genoemd, Edwin, een andere broer en Corine, de verteller van het verhaal. Ze was de jongste en was opvallend bruin. Een kleur die een doorn in het oog van de familie was en waarmee zelfs Harold niet durfde te spotten.

Peinzend over het vriendenboek en de inhoud denkt Corine na over het verleden. Vooral pijnlijke momenten komen bij haar boven. Gerda die haar gezicht door een hond liet likken, het misnoegen van Mamai en de hilariteit die het bij Roy en Edwin teweeg bracht. Harold die, om geen ‘derdewereldindruk’ op zijn Hollandse bruid te maken, zijn familie letterlijk voorschreef hoe ze zich moesten gedragen.

‘Die rollen in je haar… denk maar niet dat je straks zo kunt rondlopen,’ maande ze Mamai. ‘In Nederland gebruiken ze die alleen om er krullen mee te maken.’
‘Awel hier niet!’ sputterde Mamai. ‘Hoe hou ik mijn haar anders de hele dag in bedwang, hè?’
Mijn zussen stortten zich ook in de discussie over de omslag die van ons verwacht werd.
‘Belachelijk!’ protesteerde Norma. ‘Pan franses met vork en mes? Dat smaakt niet.’
‘Dan halen we voorgesneden brood,’ zei tante Elba. ‘Die dikke puntbroden zijn toch niet goed voor jouw figuur. In Europa is zo’n derriere vreselijk ordinair.’


Ook de Nederlandse Gerda wordt door de familie besproken. Het maakt de lezer van deze roman bewust van de impact die een Hollandse bruid in die dagen op een Antilliaanse familie had. Men spreekt over de import van asperges. Men vraagt zich af wat er in een man omgaat als hij zich tegen een lichaam aandrukt dat van voren noch van achteren welvingen vertoonde… dus vlak als het Nederlandse landschap was. Ze vragen zich af of het door de stijfsel in de moedermelk komt dat Gerda zo stijf danst.

Het is een tweedeling die we vaker in Schutkleur tegenkomen. Corine leert van haar Mamai dat er schoolvriendinnen en huisvriendinnen zijn. ‘Op school mag je met haar spelen. Thuis is iets anders. Erika moet haar plaats weten.’ Wanneer Harold later met zijn vrienden optrekt, overkomt Corine hetzelfde. Het mag dan familie zijn, verschillen blijven. Dat werd al duidelijk toen het idee voor het vriendenboek ontstond en daarbij de vraag wie het uit moest gaan voeren. Want waarom moest Gerda ermee komen? Harolds vrienden konden het immers toch ook organiseren? En met die vraag kwam meteen allemaal oud leed van Mamai naar boven. Hoeveel moeite ze zich niet getroost had om voor een goede familie te worden aangezien. Hoeveel ergernissen ze niet had onderdrukt om te voorkomen dat hun status aan stukken werd gescheurd…

Er komen momenten tevoorschijn die alles behalve geschikt blijken voor het vriendenboek: Harold die vond dat ze hun afkomst moesten afdanken en imitatie-Europeanen moesten worden. Magali komt uiteindelijk met de meest verstandige vraag. Ze wil weten hoe het komt dat Harold zo radicaal veranderd is. Zijn ‘creoolse revolutie’ komt ter sprake. Zijn inzet voor Plataforma Kòrsou, een pressiegroep die de eigen identiteit uit het verdomhoekje haalde en het Papiaments als voertaal op school wilde introduceren. Zijn bevordering tot waarnemend hoofd van het departement van Cultuur, en vijf jaar later tot beleidsmedewerker van de ministerraad op het gebied van algemene volksontwikkeling. Alleen krioyo was voortaan goed. Eigen mensen, eigen gewoonten, eigen taal. Vooral de discussies in die tijd over het Papiaments in het onderwijs spreken boekdelen in de roman Schutkleur.

‘Stel dat de leerstof [in het Papiaments] niet op tijd afkomt. Je offert in de tussentijd wel een hele generatie kinderen op.’
‘Tja. Iedere revolutie maakt slachtoffers, Maritza. Wij zijn bereid om dat offer te brengen.
’ ‘Het kan toch stapsgewijs? Als je het Papiaments nou eerst eens als brug gebruikt naar het Nederlands, dan kan je…’
‘Wat zeg je?’ riep Harold met overslaande stem. ‘Wat zeg je daar’ Hij schoot als een sprinkhaan naar voren terwijl hij zijn prooi met opengesperde ogen aankeek. ‘Als brug? Het Papiaments als brug? Aha! Eindelijk. Eindelijk komt je ware aard boven. Onze geliefde taal, dames en heren, is in de ogen van deze dame niets anders dan een brug waar je overheen loopt om bij haar Eldorado, het Nederlands, te komen.’


Het zal zo langzamerhand wel duidelijk zijn, het zoeken naar materiaal voor het vriendenboek voor Harold opent een beerput die beter gesloten had kunnen blijven. En Corine wordt zich daar steeds meer van bewust. Bernadette Heiligers weet het zoeken naar de waarheid achter de verandering van Harold tot de laatste pagina te rekken. Daarmee wordt zijn verhaal het verhaal van velen. Verhalen die je het beste kunt laten rusten, beweert men in het boek. Kleur speelt daarbij een belangrijke rol, net zoals de taal. Maar dat wat tussen mensen speelt misschien nog wel veel meer. Reden te meer om het vriendenboek te sluiten. Het blijkt een doos van Pandora. Want of Harolds gedrag, en dat van anderen, nu voortkwam uit de sociale angst te moeten ervaren wat je anderen had aangedaan of dat het met patriotisme te maken had. Het is voorbij.

Bernadette Heiligers bewijst met haar roman Schutkleur meer te kunnen schrijven dan een voorbeeldige biografie. De taal in Schutkleur kenmerkt zich door echtheid. De roman legt veel pijnpunten van Curaçao bloot en laat zien waar ze vandaan komen. Door dat in dialogen aan de lezer voor te schotelen komen diverse standpunten aan bod. Schutkleur is, na de biografie over Pierre Lauffer, een belangrijk boek voor de Antilliaanse literatuur. Laten we hopen dat Heiligers meer romans van dit kaliber in gedachten heeft. Ik ga ze zeker lezen!