Slaaf en meester van Carel de Haseth
Recensie door Ezra de Haan (5 november 2008)

Maïs en boon

Dankzij de publicatie van Slaaf en meester is een belangrijk boek over de ‘grote slavenopstand’ op Curaçao van 1795 eindelijk toegankelijk voor de Nederlandse lezer. Het boek verscheen in het Papiaments in 1988 als Katibu di shon. In 2007 verscheen de novelle in Duitse vertaling onder de titel Sklave und Herr.

Dit ogenschijnlijk kleine boek laat na lezing een verpletterende indruk achter. De novelle is gebaseerd op de destijds bloedig neergeslagen slavenopstand. Carel de Haseth beschrijft de gebeurtenissen door de ogen van Louis Mercier, de slaaf, en Willem (Wilmoe) van Uytrecht, de planter. Samen zijn ze opgegroeid, maar slaaf en meester bleven ze. Zwart en wit. Anita, een slavin, wekt bij beiden hartstocht op. ‘Wilmoe’ maakt dankbaar gebruik van zijn ‘rechten’ als meester. Louis kan als slaaf slechts toekijken. Het is het begin van een woede die later grote gevolgen heeft. Hij wil Wilmoe laten beseffen dat deze slaaf minstens zijn gelijke is. Deze ziet alles heel anders. Hij maakt een vergelijking met maïs en bonen. Bonen verrijken de grond, zodat de maïs beter groeit. Op hun beurt ranken de bonen dan om de maïsstengel. Ze hebben elkaar nodig om te kunnen bestaan.

Door in de novelle dezelfde gebeurtenissen zowel vanuit het perspectief van de slaaf als van de meester te beschrijven worden de verschillende werelden van beide personages in zes hoofdstukken nietsverhullend weergegeven. Het denken van slaaf en meester stevent op een niet te voorkomen confrontatie af. En terwijl we lezen over de opstand, de ongelijke strijd tussen de machthebbers en de slaven, de wreedheden aan beide kanten, het gevangen nemen van de leiders en het uiteindelijke gruwelijke eind van Louis en zijn kompanen, gaat de titel steeds meer voor zich spreken. Slaaf en meester. Want wie is uiteindelijk de meester en wie de slaaf? Louis verkiest immers de zelfverkozen dood boven de slavernij. Bij zijn meester Wilmoe knaagt het geweten en heerst ook tot lang na de opstand nog de angst voor een volgende opstand. Anita is echter beiden meester. Ze hield van beide jongemannen en bleef dat doen, ook nadat beiden haar, in een poging elkaar te treffen, verkracht hadden. Anita wilde Wilmoe tonen dat ware liefde de grenzen niet kent die slavernij tussen mensen trok.

Juist die combinatie van een broeierige driehoeksverhouding en de gruwelijke details van de slavenopstand en de terechtstellingen, die overigens alle op historische feiten berusten, maken Slaaf en meester tot een novelle die regelmatig aan het werk van Shakespeare doet denken. Alles wat iedereen overkomt is het logisch gevolg van het denken en doen van de personages. Op voorbeeldige wijze voorziet Carel de Haseth de lezer in de proloog en het nawoord van alle noodzakelijke feitelijke informatie. Juist de wetenschap dat hetgeen de slaven in de novelle overkomt op ware feiten berust, doet de haren te berge rijzen. Slaaf en meester is daarmee literair en historisch van grote betekenis.