Slachtvlinders van Peter de Voecht
Recensie door Ezra de Haan (23 december 2015)

Dezelfde dag morgen opnieuw

Slachtvlinders is een boek dat opvalt. Dat begint al met de omslag: een kleurige vlinder op een wit vlak doet direct aan de Rorschachtest denken. U weet wel de zogenaamde vlekkentest. Waar het om gaat is wat je in die vlekken denkt te zien en wat daar mogelijk weer de betekenis van is. Op een mooie manier toont de cover waar het om gaat in deze roman: de interpretatie we de werkelijkheid.

Peter de Voecht had een dystopie voor ogen, een inktzwarte wereld die angstig veel op Antwerpen leek. Nu weten we allemaal dat zijn literaire voorbeelden van een dystopie zelden een lichte of vredige wereld tonen. A Clockwork Orange van Burgess, 1984 van Orwell, Blokken van Bordewijk, Brave New World van Huxley en Wij van Zamjatin, allemaal zijn het baanbrekende, vaak visionaire boeken gebleken, rond een samenleving die louter akelige kenmerken kent. Wellicht kunnen we hetzelfde over een paar jaar over Slachtvlinders zeggen. Peter de Voecht voorspelt ons een oorlog, een wereld die op herhaling berust en waar geweld ongekend hard weet toe te slaan. Met de politieke ontwikkelingen van de afgelopen maanden in het hoofd wordt het je bang te moede.

Ik sta op en kijk naar buiten. In de verte teert een storm op onbekende gedachten, houdt zich in tot die na enkele kilometers van vormloos rondzwerven kan verdrinken in zijn eigen water. De stad lijkt deze ochtend nog doodser te zijn. Nergens mensen, nergens tekenen van leven. Ook niet in de parken, tussen de bomen, waarvan ik enkel de verdorde kruinen kan zien. Ze zijn deel van de stad geworden. Afgeleefde daken, een bakstenen deken van onontgonnen vuil. Hongerige kinderen in de huizen. Aaseters op zoek. Ik wil niet buiten zijn, wil niet binnen zijn.

Gelukkig kent Slachtvlinders ook een heel andere kant, een parallelle wereld die deels de agressie in die andere schaduwwereld verklaart. Er is immers sprake van een tragedie, er ligt een zuster met kanker in een ziekenhuis. En wie kent niet de woede die onmacht geven kan wanneer je met deze vreselijke ziekte wordt geconfronteerd? Juist deze menselijke, breekbare kant zorgt voor de broodnodige balans in deze doordachte roman. In de wereld van Viola is geen sprake van meedogenloze straatgevechten, vuil en ratten.

Hoor mijn voeten in de steriele gangen. Geïsoleerde geluiden. Mijn schoenen zijn nooit helemaal schoon. Ik kom bij de deur van kamer 313. Bijna pi, denk ik elke keer ongewild. … Ik adem in hou de lucht vast. Ik ga naar binnen. Tussen de zachte, diffuse schaduwen van een grijze middag, onder dagen en dagen van hulpeloze zorgen, ligt een achtjarig, menselijk fragment, bijna zorgeloos ademend, gescheiden van alle giftige smog die nu slechts de stad toebehoort.

Als lezer zet het je aan het twijfelen. Wat maken Döppeler en E. mee? Is het een nachtmerrie of de keiharde werkelijkheid of bestaan beide werelden letterlijk naast elkaar. Het is dezelfde vraag waarmee Döppeler worstelt. Beeldt hij zich die vreselijke stad in?

Wat als de straten onaangetast blijken te zijn, wat als niemand gekwetst wordt, wat als alles zoals vroeger was, wat als zijn angst om Viola elke dag opnieuw los te laten in de naar zijn gevoel dystopische straten een illusie blijkt te zijn? Een afspiegeling van niets anders dan zijn eigen angsten?

Döppeler is overigens een succesvol schrijver. In een interview legt hij uit dat alles perceptie is. Hij is zich tevens bewust van zijn twijfel. ‘Zodra hij zijn woorden uitspreekt verliezen ze hun kracht, worden ze verteerd door vierkantswortels van zichzelf en nemen ze af, sterven uit zoals geluid dat een afstand overbrugt. Het tapijt ontrafelt, en hij ziet geen enkele van zijn woorden aarden in de wereld.’ Dezelfde twijfel overkomt hem tijdens het schrijven. Vele pagina’s die hij schrijft worden dan ook door hem verscheurd.

Slachtvlinders is een boek dat om nauwgezet lezen vraagt en vervolgens herlezen. Vooral de vraag wie wie in dit boek tot leven heeft geroepen, blijft een ingewikkelde kwestie. Het is een vraag die keer op keer wordt gesteld. Zijn het wellicht de voortwoekerende hersenspinsels van de ik-figuur in deze roman? Het zorgt er in ieder geval voor dat je het boek met andere ogen bekijkt naarmate je meer over de personages, en de werelden waarin ze zich bevinden, weet. Daarmee is Slachtvlinders meer dan een dystopie, het is ook een roman over angst, met name die van de schrijver voor dat wat hij teweeg brengt. Of tot leven brengt. Het maakt Slachtvlinders tot een belangrijk debuut voor de Vlaamse letteren.