Terug tot Tovar van Hans Vaders
Recensie door Ezra de Haan (9 oktober 2012)

Beierse vakwerkhuizen in Venezuela

Het lezen van de verhalenreeks Otrobanda (2007) deed mij indertijd besluiten niets ongelezen te laten van wat de op Curaçao wonende schrijver Hans Vaders schreef. Met terugwerkende kracht las ik Tropische winters (2001) en was weer onder de indruk. Vorig jaar liet Vaders een ander talent aan bod komen met zijn dichtbundel Kate Moss in Mahaai (2011) die hij samen met beeldend kunstenaar Herman van Bergen maakte. Nog opvallender dan de toch al zeer krachtige beeldtaal van Van Bergen vond ik de gedichten van Vaders. Uit iedere regel bleek de invloed van het leven op de Cariben, het lezen en het zich eigen maken van de Zuid-Amerikaanse literatuur. Het leverde soms niets ontziende portretten op van het leven daar. Vaak werd er rijkelijk gebruik gemaakt van bijvoeglijke naamwoorden en zelden stonden ze niet op hun plek.

‘Terug tot Tovar’ ontstond als feuilleton in de Amigo, een krant op Curaçao. In Nederland komen we het nog zelden tegen, hier heerst de column, het korte, het vluchtige… En dat terwijl we voorbeelden hebben als Louis Couperus die op dezelfde wijze als Vaders tot meesterwerken is gekomen. Hans Vaders is het ‘feuilletonschrijven’ niet vreemd. Ook Otrabanda, dat bekroond werd met de Tourism Journalism Award (Curaçao) en de Tourism Media Award (Miami), kwam op dezelfde manier tot stand. Terug tot Tovar doet ook aan Vaders debuut Tropische winters denken. Daarin overdenkt een oude man zijn leven, net zoals Ramón Romero de las Rosas dat doet in de hoofdstukken die ‘Slotakkoord’ heten. Vaders zoekt graag het experiment op en blijft desondanks herkenbaar. Iets wat bewonderenswaardig is.

Hans Vaders zocht voor zijn roman een vorm die passen moest. Ilse Smiedt, een van de vele personages in dit boek, levert die vorm. Ilse was danseres, al kan ze het niet meer als we de roman beginnen te lezen. De rumba, de cha-cha-cha en de mambo waren haar passie. Net zoals zij in cirkels ronddraaide, soms van man tot man ging, gaat de cirkelgang die Vaders hanteert. In het begin word je er draaierig van. Je weet even niet in welke armen je lag of wie je iets in het oor fluisterde… Vaders laat zien dat de wereld en ook het leven een cirkelgang is, je zou haast denken een herhaling. Maar daar zit juist de grap. Het lijkt vaak op elkaar wat vaders en zonen overkomt, toch leeft ieder zijn eigen leven. Toevallige ontmoetingen blijken net zo goed van levensbelang te zijn.

Eigenlijk vormt alles een immense puzzel waarbij alles en iedereen samenhangt. Regelmatig verwijdert Vaders zich ver van de personages in de roman. Hij is dan de danser die zijn meisje even alleen laat. Twee hoofdstukken verder is hij weer bij je en legt hij uit hoe het nu eigenlijk zat. Je dacht dat hij ver was, hij was echter dichtbij… Het hoorde bij de dans, was niet meer dan een variatie. In het boek is de dans meer dan een vorm. Voor Ilses moeder is dansen onbespreekbaar. ‘Dat is iets voor puta’s, voor hoeren,’ zegt ze als Ramóns Venezuela-bar aan het Waaigat en het dansen ter sprake komen.

Terug tot Tovar is een roman met meerdere stemmen. Hij vertelt het levensverhaal van Ilse Smiedt, maar ook dat van Ramón Romero de las Rosas, voor wie ze Chopin en Brahms speelde. In die dagen waren haar vingers nog niet reumatisch en was Ramón haar grote liefde. Ramón zelf schrijft aan zijn ‘Slotakkoord’, zijn memoires die niet voor niets een muzikale titel hebben gekregen. Wim Liebknecht zoekt naar zijn roots en is daarvoor naar Tovar gegaan. Via hem komen we weer bij zijn vader Wolf Liebknecht terecht. En zo gaat het maar door. Ergens hebben al deze mensen met elkaar te maken. Allemaal zijn ze, zwervend over de wereld, direct of indirect op Curaçao beland. Al is het maar met de genen.

Niet alleen in zijn poëzie is Hans Vaders een auteur die je leest om zijn taal. Daar is hij gul mee, hij strooit metaforen en bijvoeglijke naamwoorden rond alsof hij ze moeiteloos uit de mouw schudt. Neem de beschrijving van de gevoelens van de oude en versleten Ilse Smiedt, ooit een soepele, charmante danseres.

‘Wrakhout, dat ben ik. zo voel ik me na al die tropenjaren, nutteloos drijfhout aangespoeld op een vijandige muskietenkust, die men op ons eiland de vaste kust noemt. Een streek van kleine besloten kamers, groezelige bordelen en gammele behuizingen gemaakt uit het roestige blik van smerige, afgedankte olievaten, een streek waar knokkelkoorts en cholera epidemisch zijn en overal onder de armen in de sloppenwijken een onbestemde angst heerst voor de militaire politie.’

Wie niet oplet, leest het snel als een beschrijving van de omgeving. Die is echter heel anders. Er zijn Beierse snuisterijen, groene, vilten jagershoedjes met fazantenveer en koekoeksklokken te koop. Juist! U begreep het al. Vaders beschrijft hier Tovar, een oude akkerbouwkolonie zo’n zestig kilometer van Caracas. Een Duitse enclave tussen de dennen.

Ramón Romero de las Rosas is de echte Zuid-Amerikaan in deze roman. Geboren als zoon van een ongeletterde, arme veehoeder die hij nooit heeft gekend, trouwt hij op zijn zestiende met zijn nicht Lucía. De beschrijving van hoe hij met haar de liefde bedreef, is een van de mooiste erotische regels die ik in tijden las.

‘Ze werd onder mijn roede tot een door de zon opengespleten zaadlijst van de vurige flamboyant.’

Hij laat zijn vrouw in de steek, zoals veel mannen dat in deze roman doen. De tachtigjarige Ramón denkt aan haar en hoe hij haar pas weer zag, toen ze al in de veertig was. En ook denkt hij aan Tovar en waarom hij daar nooit meer heen zal gaan.

Wim Liebknecht zoekt zijn vader, of meer nog de reden waarom die was zoals hij was. Het is immers niet makkelijk de zoon van een SS-kolonel te zijn. Helaas voor Wim, die eigenlijk Wilhelmus heet, was Wolf Liebknecht wel degelijk een SS-er en stond hij op foto’s naast oorlogsmisdadigers als Seyffardt, Mussert en Rauter. Dat hij vrijwilliger was met een Duits en een Venezolaans identiteitsbewijs deed daar weinig aan af. In ieder geval leverde het Wim een helse jeugd op. Foute-Wim, Hoeren-Wim of moffen-Wilhelmus waren de namen waarmee hij het toen moest doen.

Het verhaal van Wim loodst ons door de wereldoorlog en brengt ons naar Zuid-Amerika waar menig nazi uiteindelijk naartoe is gevlucht. Voordat dit ter sprake komt, hebben we al met de Auslands-Organisation kennis gemaakt, een duistere afdeling die tot in Zuid-Amerika naar olie zocht en regelmatig spionagegegevens doorbriefde aan de Gestapo. Het oorspronkelijke streven was echter om het leven in de Duitse kolonies in nationaal-socialistische geest te hervormen. Het is een van de vele verrassingen in deze roman. Ook Curaçao speelt daarin een rol. En niet te vergeten Bonaire waar vele Duitsers, domweg omdat ze Duits waren, in een kamp werden geïnterneerd.

Curaçao komt vaak in deze roman voor. De ene keer is het een metafoor die uitstekend weergeeft hoe Ilse Smiedt het eiland ziet.

‘Ilse Smiedt had wel eens serieus overwogen terug te keren naar het rustige Curaçao van haar jeugd. Het trok nog steeds, als het diepschuimend zog van een log laverend, groot zeeschip in de Annabaai. In dat zog kon je je laten onderdompelen, maar ook verdrinken.’

De kijk van diverse personages op Curaçao in dit boek is vaak negatief. Het eiland wordt door hen een ‘afgeschreven kolonie’ genoemd, een ‘basaltrots waarop mededogen nauwelijks meer bestond, bevolkt door keiharde mensen met een bekrompen eilandmentaliteit.’ Gezien het leven dat ze vaak achter de kiezen hebben, is het geen wonder dat ze zo denken.

Terug tot Tovar is een roman die concentratie van de lezer vraagt. Wie die moeite neemt, leest een boek dat om herlezen vraagt. Je duikt in een beklemmend labyrint van herinneringen waarin het heden en het verleden elkaar afwisselen. ‘Alles moet worden beschreven. Niemand is vrij van zonden. Eenieder staat bij zijn geboorte, zonder dit op die leeftijd reeds te beseffen, al met zijn rug tegen de muur, op de voor hem of haar uitgekozen plaats van executie,’ schrijft Hans Vaders in het dagboek van een van de personages. Voor het zover is maken deze katten in het nauw vreemde sprongen. Daar had de auteur de lezer al voor gewaarschuwd met zijn mooie Hemingway-citaat. Terug tot Tovar zal net als Otrobanda zijn plek in de Caribische literatuur veroveren als een zeer originele roman, eentje zoals alleen Hans Vaders die schrijven kan.