Tirami sù van Ronny Lobo
Recensie door Ezra de Haan (12 januari 2016)

Mijn echte ouders leren kennen

In 2013 debuteerde de Curaçaose schrijver Ronny Lobo met de roman Bouwen op drijfzand. Lobo, net als zijn alter ego architect, ontving in 1992 de Cola Debrotprijs voor Architectuur, de hoogste culturele onderscheiding op Curaçao. Blijkbaar maakte de karakters in Bouwen op drijfzand het nodige los. Het boek werd herdrukt en de schrijver ervan besloot tot het schrijven van een vervolg. Tirami sù laat zich echter ook zelfstandig lezen.

Wie Bouwen op drijfzand heeft gelezen, kent enkele personages die in Tirami sù een bijrol spelen. Lobo gaat namelijk verder waar zijn vorige boek stopte. Kenzo, de architect, en zijn geliefde Karin zijn inmiddels de trotse ouders geworden van een zoon. En ondanks dat Kenzo eraan twijfelt of hij wel echt de vader van Elroy is, gedraagt hij zich alsof het zo is. De driehoeksverhouding die in Bouwen op drijfzand zo’n grote rol speelde, zorgt ook nu weer voor twijfel bij de lezer. Die weet immers dat Roy, de vorige en plotseling verdwenen partner van Karin, ook de vader van Elroy kan zijn.

Men had na een paar dagen het zoeken naar zijn lijk gestaakt, hij was nooit meer gevonden. Karin organiseerde een afscheidsdienst in het monumentale gebouwtje van de vroegere visafslag bij de haven van Kralendijk. Ze was hoogzwanger en erg verdrietig. Men roddelde dat haar architect in zijn ondersteuning wel erg amicaal met haar omging. De familie vond het bovendien vreemd dat ze zo snel naar Curaçao kwam en bij Kenzo introk. Dit bevestigde hun vermoeden dat die twee al eerder wat moesten hebben gehad.

Tegelijkertijd lezen we over Silvana, een vijf maanden oud Arubaans meisje dat door een Nederlands stel uit Zeewolde wordt geadopteerd. Ook het verleden van dit meisje is in nevelen gehuld. Joost en Annemarie hebben beloofd zich daar niet in te verdiepen... Wanneer ze na vele jaren besluiten om naar de Antillen terug te gaan, ontmoet ‘hun dochter’, met de voor een donker meisje zo typische blonde lok, Elroy. Hij wordt, door zijn Chinese ogen, ‘chino’ genoemd, een bijnaam die hij als beschimpend ervaart en die hem doet nadenken over zijn uiterlijk en zijn verwantschap met Kenzo. Silvana die al in Nederland achter haar ‘anders-zijn’ kwam doordat sommigen haar ‘zwartje’ noemden, zit met vrijwel dezelfde vraag. De twee, inmiddels verliefde, pubers slaan de handen ineen en gaan op zoek naar hun beider verleden. Het levert antwoorden op die niet alleen hen maar ook de lezer verbazen.

Doordat de personages in de roman uit verschillende milieus op Curaçao komen, ontkomt de auteur er niet aan de verschillen te beschrijven. Het luxeleven van de geslaagde architect Kenzo verschilt nogal van dat van zijn verdwenen rivaal Roy, de zoon van een visser. En ook al zijn de verwikkelingen waarmee de diverse karakters in het boek te maken hebben nog zo onderhoudend, juist deze fragmenten waarin Lobo zijn overduidelijke liefde voor de Antillen tentoonspreidt door erover te schrijven, laten pas echt zijn talent zien.

In de schaduw van de grote manzaliñabomen reden ze het hellende weggetje af richting zee. Bij de visafslag was het druk, er waren veel kopers die op hun beurt wachtten. Onder het afdak hakte een oude visser op het grote betonnen blok een enorme mulá in moten. De moten waren al op maat gekerfd. Hij had een door de zon verweerd gezicht met stoppelbaard, grijs haar en een versleten pet op. Met scherpe ogen zette hij een machete in een kerfje, hief een ronde staaf omhoog en liet die keihard op de machete vallen.

Waar generaties zich vroeger moesten blijven afvragen of hun ouders wel écht hun ouders waren, zijn er tegenwoordig de nodige hulpmiddelen om daarachter te komen. Ronny Lobo speelt daarmee. Elroy, handig zoals de jeugd tegenwoordig met computers en het internet is, weet informatie over zijn geliefde Silvana boven water te krijgen waar zelfs haar pleegouders niet van op de hoogte waren. Elroy zelf kiest voor DNA om eindelijk helderheid te krijgen over de vraag of Kenzo zijn vader wel is.

Dat Ronny Lobo voor het Italiaanse tirami sù als titel koos mag geen verrassing heten. Het betekent: trek me op, wat staat voor: maak me gelukkig. Ook het bittere en zoete dat Elroy en Silvana in hun leven te verduren krijgen past prima bij het toetje.

Tiramisu bestaat uit verschillende lagen lange vingers met daartussen een zoet mix van mascarpone, een soort Italiaanse kaas. Je moet de lange vingers weken in Italiaanse espresso of mokka. Daarna meng je eidooiers met suiker, de mascarpone en slagroom. Dit beslag doe je laagsgewijs over de lange vingers. Als laatste doe je er een laag cacaopoeder overheen en zet je de tiramisu in de koeling.

Tirami sù, de spannende roman, bestaat uit verschillende lagen van levensgeschiedenissen met daartussen de zoete mix van passie en kalverliefde. Je moet die diverse levens ontrafelen tijdens het lezen, die van de ouders en die van hun kinderen. Ronny Lobo heeft ervoor gezorgd dat het spannend blijft tot het eind door steeds weer nieuwe informatie aan het verhaal toe te voegen. Met Tirami sù besluit hij een lang verhaal waarin diverse Antillianen een rol spelen. De vraag is waarmee deze schrijvende architect ons in de toekomst gaat verrassen. Met zijn liefde voor de kookkunst zou je een Antilliaans kookboek verwachten, maar een roman ligt eerder voor de hand. Tirami sù is in ieder geval een boek om je vingers bij af te likken.