Ver weg in Europa van John Berger
Recensie door Jef van Gool (9 augustus 2016)

Voor je helling heb ik mijn oude benen!
De eerste keer had hij niets over zijn leeftijd gezegd. Nu schreeuwde hij over zijn ouderdom.
Voor je top heb ik ogen!
Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen alsof hij huilde.


Een van de allermooiste en ontroerendste (zonder enig spoor van valse sentiment) liefdesverhalen in de literatuur is ‘De tijd van de kosmonauten’ uit de bundel Ver weg in Europa van John Berger. Op een Alpenplateau waar vroeger, in de tijd dat de kosmonaut Gagarin rond de aarde draaide, wel twintig boeren hun kudden weidden, zijn in de zomer van 1982 nog slechts twee mensen overgebleven: de oude herder Marius en de jonge geitenhoedster Danielle. Als hun prille idylle door de komst van Italiaanse houthakkers wordt verstoord, kan Marius alleen tegen de bergen zijn wanhoop uitschreeuwen.

De echo van elk woord maakte de stilte die erop volgde nog beangstigender.

Rond zijn vijftigste verhuisde Berger vanuit Londen naar een bergdorpje in de Haute Savoie. Ver weg in Europa, het middelste deel van de trilogie De vrucht van hun arbeid, telt vijf liefdesverhalen en twee gedichten. Veel geluk kennen ze niet, de hoofdpersonen in de verhalen. Mannen blijven vaak eenzaam omdat veel van de jonge vrouwen zijn weggetrokken, vrouwen lopen een groot risico hun man te verliezen. Berger portretteerde deze mensen bijzonder indringend.

John Berger, in 1926 geboren in Londen, is van oorsprong kunstschilder. Nadat hij het schilderen had opgegeven, werd hij een van de meest invloedrijke kunstcritici van de jaren ’50, ’60 en ’70. Over kunst publiceerde hij onder veel meer Anders zien (1972) en Het moment van het kubisme (1976). Toen zijn experimentele roman G (1972) werd bekroond met de Booker Prize, gaf hij de helft van het prijzengeld aan de Black Panthers. De andere helft gebruikte voor het realiseren van een fotoboek over migratie in Europa. Om zelf meer te begrijpen van de exodus van vooral boeren van dorpen naar steden, vestigde hij zich in Quincy, aan de voet van de Franse Alpen.

Into Their Labours noemde hij de trilogie die hij over de kleine gemeenschap daar schreef en die naast Once in Europa (1987) bestaat uit Pig Earth (1980) en Lilac and Flag (1990). In de trilogie laat hij zien hoe de zegeningen van de moderne tijd greep krijgen op de levens van de boeren in een bergdorp. Hij doet dat zonder valse nostalgie en zonder het harde bestaan, de strijd om te overleven, te idealiseren. Het eerste deel, vertaald als Het varken aarde, telt zeven verhalen, geschreven tussen 1974 en 1978. Naargelang de dorpelingen hem meer vertrouwen en respecteren, winnen zijn verhalen aan verbeeldingskracht en historisch bewustzijn. In de inleiding licht hij zijn eigen positie toe en in een historisch nawoord geeft hij aan hoe de kapitalistische landbouwpolitiek de landelijke gemeenschappen elimineert.

Sering en vlag, net als de twee vorige delen van de trilogie vertaald door Sjaak Commandeur, voert figuren uit Het varken aarde en Ver weg in Europa opnieuw ten tonele. Ze hebben hun dorp moeten verlaten en wonen in Troje, een fictieve wereldstad, symbool voor de metropolen overal ter wereld waarin mensen van het platteland een toevlucht zoeken. In Troje ontmoeten twee jonge mensen elkaar. Samen ondernemen ze een odyssee door de stad, ‘door de dromen en de ruïnes van het moderne leven’.

De drie delen van De vrucht van hun arbeid, eerder afzonderlijk verschenen, werden door De Bezige Bij in 1998 gebundeld in één band. Daarna waren ze jaren niet meer verkrijgbaar, tot de Biltse uitgeverij Schokland het zeer te prijzen initiatief nam om in haar reeks ‘Kritische klassieken’ de afzonderlijke delen opnieuw uit te brengen, in de vertaling van Sjaak Commandeur en met nieuwe nawoorden door Cyrille Offermans. Het varken aarde en Ver weg in Europa zijn al verschenen, Sering en vlag volgt in oktober.