Vergeef ons onze zwakheid van Gijs IJlander
Recensie door Guus Bauer (20 mei 2014)
Zodra de teksten van Gijs IJlander (1947) in de buurt van water geraken, kun je eenvoudigweg niet genoeg krijgen van zijn ingetogen fijn-poëtische beschrijvingen. Laat de meeuwen maar krijsen en de branding schuimen, tot in den eeuwigheid. IJlander is bij uitstek een ‘natuurschrijver’, maar met Vergeef ons onze zwakheid heeft hij een roman van formaat geproduceerd aangaande het nog altijd actuele hete hangijzer van de hulp bij zelfdoding.

Sybrand Staring is arts in een verpleeghuis. Hij heeft conform de regels de tweeënnegentigjarige heer Mos, iemand die de textielindustrie in Afrika mede groot heeft gemaakt, aan zijn zelfverkozen einde geholpen. Hij zit al tientallen jaren in het vak, maar toch is dit de allereerste keer dat hij deze procedure heeft doorlopen. Hij heeft contact gezocht met een SCEN-arts, heeft zijn collega’s binnen het medische team erbij betrokken en de directeur, iemand die hij eerder als zijn vriend beschouwt, van de gang van zaken op de hoogte gebracht. Alles volgens het Nederlandse wetboekje.

Maar de Amerikaanse dochter van de heer Mos, die nota bene al vele jaren geen contact meer met haar ouders had, neemt geen genoegen met de kwestie. Met de wet van een dergelijk pietepeuterig landje heeft zij, als lid van een pro-lifeorganisatie, niets te maken. Zij doet aangifte wegens moord. De pers krijgt daar lucht van en Sybrand gaat op advies van de directeur van het verpleeghuis met ziekteverlof. Het is de bedoeling dat hij een tijdje ‘incommunicado’ blijft.

De roman begint in medias res. Sybrand heeft zich teruggetrokken op een eiland in Schotland, waarschijnlijk een van de Hebriden, alwaar hij samen met zijn vrouw Cecile een oude schapenschuur heeft laten ombouwen tot een enigszins bewoonbaar zomerhuis. De plek waar compromisloos te leven valt. Een illusie natuurlijk. Hij probeert zijn gedachten te verzetten door flink met zijn handen in de aarde bezig te zijn. Spitten, plannen maken voor de moestuin en de natuurstenen muren op zijn erf herstellen. Daarnaast wil hij zijn ervaringen op papier zetten.

Zijn thuis achtergebleven vrouw: ‘Wat je ook doet, blijf niet doordraaien in gedachten die nergens toe leiden, maar neem afstand, maak er een verhaal van. En zet er dan een punt achter.’

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. IJlander laat heel goed de vertwijfeling zien, de manier waarop de gedachten een eigen leven gaan leiden in het hoofd van Staring. Een kwestie die nu eenmaal ook mensen treft die kunnen beredeneren en relativeren. Sybrand en Cecile hebben zich nooit echt geworteld op het eiland, voor zover dit überhaupt mogelijk is voor buitenstaanders. Weliswaar heeft hij zich verzekerd van een schuilplaats, maar betrokken bij de gang van zaken op het eiland is hij nauwelijks geweest.

Dat zorgt voor een zeker wantrouwen bij de medebewoners. Gevaar komt immers al sinds mensenheugenis van het vasteland. En dan staat er in een Engelse krant een artikeltje over dr. Death, overgenomen uit een Nederlands ochtendblad. Allemachtig wat wordt Sybrand afgeserveerd. Iedereen laat hem vallen. Het verpleeghuis neemt bij monde van de directeur afstand van de zaak, zegt dat het een privékwestie was tussen Staring en Mos. Het OM stelt dat hem niets te verwijten valt, maar slachtoffert hem ‘omdat dit een mooi geval is, om de grenzen van de wet op te zoeken’. Een casus die veel beroering zal wekken. Ja, ja, het individu opgeofferd voor het groter belang. De Nederlandse pers, o zo fijn ongenuanceerd als altijd in dit soort zaken, laat geen gelegenheid passeren om hem zwart te maken.

Dit relaas doet je begrijpen waarom de huisarts in de kop van Noord-Holland een tijdje terug de hand aan zichzelf sloeg nadat hij als willige rechterhand van magere Hein was geafficheerd.

Sybrand besluit om opnieuw te vluchten. En waar kun je beter onderduiken dan op je eigen adres? Hij neemt heel opzichtig de boot naar het vasteland en keert stilletjes via een andere route terug. De paranoia slaat bij hem toe. Hij denkt, overigens niet geheel onterecht, dat hij weleens uitgeleverd zou kunnen worden aan Amerika. Onder de keukenvloer heeft hij een oude schuilplaats gevonden, precies groot genoeg voor een volwassen man. Dit hol heeft IJlander, nomen est omen trouwens, eerder al terloops geïntroduceerd. Van dat soort zogenaamd onbeduidende details houden wij.

Wanneer Sybrand min of meer de strijd tussen leven en dood kan relativeren, spoelt er een potvis aan en wordt hij opnieuw geconfronteerd met vragen over leven en dood. In vroegere tijden was het stranden van een dergelijk groot dier zowel een onheilsteken als een geschenk van de zee. Opnieuw zijn de prachtige beschrijvingen niet van de lucht. Een lucht die overigens niet te harden moet zijn. De bevolking gaat namelijk traditiegetrouw illegaal tekeer op het overschot. Met bijlen en zelfs met kettingzagen trekt men van leer tegen de vleesberg. Uiteindelijk komt een snuggere kerel op het idee om het restant met explosieven op te blazen. U raadt het al: het regent rottend vlees. Uiterst plastische scènes, om het maar zo te zeggen. Een heel eiland aan bederf onderhevig.

Hilarisch is de tijdelijke verdwijning van Jane, de dame die achter de toonbank van de plaatselijke Winkel van Sinkel staat. Zij wordt naar binnengezogen in een van de gaten die op de romp van de walvis zijn ontstaan. Ternauwernood weet iemand haar uit de smurrie te trekken. Jane wordt de stiekeme bondgenoot van Sybrand. Wanneer ze een keer in bed liggen, constateert hij dat haar huid bijzonder zacht is. Alle vrouwen die de smurrie uit de kop van de walvis hebben aangeraakt, hebben ongewoon zachte handen.

Angstvallig probeert Sybrand een aangelopen hond te behoeden voor de kogel van een boze buurman die het beest aanziet voor een schapendoder. Kunnen Jane en de viervoeter Sybrand redden? Hij die zelf een casus is geworden. En hoe zit het met Cecile, is zij misschien de meest nuchtere? De Amerikaanse dochter blijkt minder ideële doelen te hebben. Verrassend, maar o zo menselijk!

De eilanders, gewend aan het doodschieten van afgeleefde honden en kreupele paarden, schrikken vreemd genoeg van iemand die ‘dood op bestelling’ kan leveren. Vergeef ons onze zwakheid is een sterke roman over de welhaast onbegonnen strijd van het individu tegen de massa, het gevaar van ongenuanceerdheid bij pers en publiek, het opportunisme van overheid en instellingen, het persoonlijk belang van managers, het ontmenselijkte verzorgingssysteem en de eeuwige vraag over leven en dood. Beschouwen wij inderdaad de dood niet als een overgang omdat we bang zijn voor een definitief einde? Leest allen de beste IJlander tot nu toe!