Vreemd eten van Hans van Hartevelt
Recensie door Ezra de Haan (13 januari 2009)

‘Zonder eten naar bed’

Het korte verhaal is sinds jaar en dag het ondergeschoven kind van de literatuur. Juist het kortverhaal, zoals de Vlaming het noemt, krijgt zelden de aandacht die het verdient. Neem Vreemd eten, de verhalenbundel van Hans van Hartevelt, waarin veertien verhalen rond het thema eten staan. Eigenlijk vergeet je die thematische opzet van de bundel al snel. De verhalen verschillen zoveel van elkaar, qua toon en onderwerp, dat ze het ook zonder die bundeling hadden gered. Voedsel, het eten ervan en waar dat gebeurt, het genot of de walging die het teweeg brengt, biedt mogelijkheden tot variatie die Hans van Hartevelt ten volle heeft benut.

Ruim 25 jaar reisde de auteur rond de wereld. Hij bezocht meer dan dertig landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. In Vreemd eten hebben veel van zijn ervaringen in het buitenland, maar ook die in Nederland, hem geïnspireerd tot het schrijven van een uiterst plezierige verhalenbundel.

Doorgaans zal de lezer vooral voor de exotische verhalen gaan. Vreemd eten bedient de lezer daarbij op zijn wenken. In ‘Hemels maal’ reist van Hartevelt af naar Tibet. Onderweg naar een nog te ontsluiten witte vlek op de kaart van de wereld, eet hij mee van wat de pot schaft. Een meereizend levenloos lichaam in een lijkwade van ruwe jute blijkt niet echt bevorderlijk voor de eetlust.

‘Poppenkast’ is wellicht het beste verhaal in de bundel. Het speelt zich af in Mali. Sebastiaan moet opdraven op het diner dat de Franse ambassade in het poenige l’Amitié in Bamako heeft georganiseerd. Projectleiders uit de hele wereld zijn aanwezig om de bestorming van de Bastille te vieren. Uiterst precies wordt die copieuze maaltijd beschreven, iedere wijn, elke Crémant, zowel de soupe aux grenouilles als de rivierkreeftjes à la chablisienne, het kalfsbiefstukje met cantharellen, de patrijs en de ganzenlever als het citroenijs, krijgen alle aandacht. Maar de weerzin van Sebastiaan is groot. Hij kent de omstandigheden buiten deze culinaire wereld te goed. Weet dat kinderen een paar meter verder van de honger sterven. Dat het verschroeide land dorst naar het water dat wel voorradig is als de exotische tuin van het hotel besproeid moet worden. Dat hoertjes zich voor luttele euro’s verkopen zodra hij maar even het terrein van dat hotel verlaat. Het hek ertussen scheidt twee werelden die nergens samen te lijken komen.

Haaks op het culinair genot in ‘Poppenkast’ staan andere verhalen waarin dat wat er gegeten wordt minder smakelijk is. In India zijn het de pepers, in Rusland de grote hoeveelheden stamppot, de wodka en de haar in de keel, die tot misère leiden. Dat buitenlanders ons eten als vreemd eten ervaren, toont Hans van Hartevelt in het verhaal ‘Hollandse Chinees’. Het is het verhaal van de ultieme wraak na eetervaringen in China waarbij honden, slangen, beer, rat, pad en muis opgegeten moesten worden. Nu de Chinese collega in Nederland is, krijgt hij een koekje van eigen deeg. Haring met uitjes en Leidse kaas met komijn op wittebrood krijgt hij voorgeschoteld. Gerookte paling blijkt voor hem iets heel anders dan gekookte of gebakken slang. Met moeite weet hij de lijkenvreter weg te krijgen. En vervolgens krijgt hij aardappelpuree, blauwaderkaas en mosselen. Het is een heerlijk verhaal, vol humor.

En zo staan er meer in deze bundel. Maaltijden op Cuba, waarbij dames net zo smakelijk beschreven worden als het eten, oer-Hollandse tafelgesprekken over de begrippen ‘honger’en ‘trek’, eigenlijk maakt het helemaal niet uit waar ze zich afspelen. Ieder verhaal is een aanleiding voor de auteur om alles eruit te halen wat erin zit. Hans van Hartevelt doet denken aan een chef-kok die met niet meer dan wat worteltjes, uien, paprika en een stuk kip in staat is iets op tafel te zetten dat je niet snel vergeten zal. Zijn bundel komt overeen met een goed diner. Je vindt er de amuse, het voorgerecht, het culinaire hoogtepunt en het verrassende toetje. Een beschaafde lezer consumeert deze bundel in alle rust.