Weg van Jowi Schmitz
Recensie door Guus Bauer (12 december 2016)
Kind noch kraai

Jowi Schmitz (1972) heeft twee romans voor volwassenen gepubliceerd, daarnaast schrijft ze kinderboeken en non-fictie. Haar nieuwste spruit Weg wordt gecategoriseerd als een Young Adult uitgave, een boek voor jongvolwassenen. Zijn die marketingvehikels eigenlijk nodig? Ongetwijfeld zijn er hokjesgeesten onder de lezers, maar ook in het geval van Weg begrenst het ergens alleen maar het lezerspubliek. Dit is een volwaardige roman die door de frisse non-nonsens stijl iedereen vanaf een jaar of pakweg twaalf bij de strot kan grijpen. Geen tierlantijnen. Strakke taal, die de emoties als een krimpfolie omsluit. Luchtdicht verpakt, maar duidelijk zichtbaar. Pagina na pagina wordt het plastic opengeknipt en ontsnapt de wanhoop.

Anna is amper vijftien en voelt zich een reservekind. Zij is de dochter van een echtpaar dat een kinderopvanghuis drijft. Haar oudere broer Wiggert is eveneens een biologisch kind van de leiders. Maar in het huize Landvoorzand wordt niemand voorgetrokken. Wanneer je een jaar of acht oud bent, moet je voor jezelf kunnen zorgen. Het is de crime vergelijkbaar met die van het kind van de leraar. In de klas word je eerder extra streng behandeld om elke schijn van voortrekken te vermijden.

De oppermoeder en oppervader van Landvoorzand zijn zelf vroeger ook in de steek gelaten, weten niet goed hoe ze met hun eigen kinderen moeten omgaan, hebben eigenlijk nog meer binding met de adoptiekinderen. Schmitz zet de moeder niet neer als een tiran, althans niet op de klassieke manier. De moeder van Anna schreeuwt niet, gilt niet, houdt haar handen thuis, sluit niemand op. Ze heeft een dodelijke glimlach en geeft corvee. Maar het ergste is dat ze iemand daarna dagen negeert.

Is het feit dat iemand zelf in de steek is gelaten, is beschadigd, een verontschuldiging, een verzachtende omstandigheid? Schmitz kaart een van de laatste ‘taboes’ aan: moeten ouders van hun kinderen houden, en omgekeerd? Het gemis van Anna is hemeltergend, maar door de duidelijke taal nergens sentimenteel. Geef dat kind een aai, denk je de hele tijd. Alleen een schrijver, een moeder die zelf voor haar kind heeft moeten vechten (zie: Schmitz, Te vroeg geboren, 2014) kan dit zo hartverscheurend mooi neerzetten. Wat wordt Anna in de steek gelaten. (En natuurlijk ook Wiggert, maar die gooit het ogenschijnlijk, jongensachtig over zijn schouder.) Terwijl ze haar stinkende best doet. Ze is buitengewoon doorsnee, heeft geen gaatjes in haar kiezen, maar een immens groot gat in haar borstkas.

Haar enige maat, naast haar nuchtere broer, is de lange, wat oudere slungel Robin. Hij laat haar zien dat het eigenlijk mooi is dat niemand haar wil. Op die manier hoef je je niet van je ouders los te weken. Ze zitten samen op een vangrail (sic!) en maken plannen voor een vlucht. Ruimte, lucht, beweging. Wanneer Anna een beetje nepstoer smalend zegt dat ze dan samen lang en gelukkig zullen leven, geeft Robin haar een duwtje en zegt dat ze overal verhalen van maakt. En dan vraagt hij hoe het echt zit.

Weg zit vol met fijne speldenprikken, die het boek naar een hoger, literair plan tillen. Het leest lekker weg en is tegelijkertijd gelaagd. Niets is moeilijker dan voor ieders mond koken. Alles dat gemakkelijk lijkt, is doorgaans moeilijk gekomen. Schmitz heeft af en aan zes jaar aan dit boek gewerkt. ‘Misschien hoort het bij weglopen, dat een verhaal heel veel andere verhalen zou kunnen zijn geweest,’ merkt zij terecht op. Het verklaart het ‘dwingende’, de noodzaak van Weg.

Robin lijkt Anna’s reddingsboei, maar klampt ze zich niet te veel aan hem vast? Ja, mag het?! Op weg naar een bezoek bij zijn vader in de gevangenis wordt hij door een auto geschept en raakt dodelijk gewond. De andere kinderen worden pas uren later op de hoogte gebracht. Anna ziet, misschien wel juist door die extra desinteresse, geen uitweg meer en gaat er vandoor, gekleed in de legerjas van Robin. Ze heeft haar piekhaar afgeknipt en is getransformeerd in een slungelig, iel jochie. Een lift met een vrachtwagen zo ver mogelijk weg. Eindelijk op eigen benen, maar haar escapisme helpt haar niet bij het vullen van het gat in haar borstkas. Ze moet op de loop, als ze niet zou bewegen, zou ze nog verder afsterven.

Het ‘thuis’-front is niet bijster geïnteresseerd in het ‘lastige’ kind. Anna komt in Barcelona terecht, na een lift met een charismatische dwerg-vrachtwagenchauffeuse. De afstand die Anna tot huize Landvoorzand heeft genomen, maakt haar probleem alleen maar duidelijker zichtbaar. Voor Anna zelf en voor de lezer. Maar er is een vriend, in de vorm van een jong kauwtje. Een slimme vogel die gered wordt en tegelijk voor redding zorgt. Er zijn zwervende muzikanten waarbij ze zich aansluit. De daklozen die zich werkelijk hebben vrijgemaakt van de maatschappij, maar tegen een hoge kostprijs. Ze worden beschimpt, worden gezien als onaangepasten, als smerig, vies, mislukt, als een last. Maar ze zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen.

Anna verandert haar naam in Robin, rouwt op deze manier voor haar maat. Met delicaat gebrachte rituelen. Af en toe neemt ze een handje zand uit haar zak en strooit ze hem figuurlijk uit. Zo markeert ze zelf ook elke plek waar ze is geweest.

Ergens hoopt ze toch dat haar moeder of haar vader naar haar op zoek gaat. Ze belt om aan te geven waar ze is. Maar het is ijdele hoop. De oppermoeder verlaat haar opvangplek niet. Anna mag altijd bellen en eventueel terugkomen, onder voorwaarden. Anna/Robin zal het zelf moeten rooien. Je raakt gemakkelijk weg van deze doordesemde roman.