Wellink aan het woord van Roel Janssen
Recensie door Guus Bauer (4 juli 2011)

Op 1 juli nam Nout Wellink afscheid als president van de Nederlandsche Bank. Financieel-economisch journalist en misdaadauteur Roel Janssen interviewde hem ruim twintig uur over de veertien jaar dat Wellink aan het bewind was, tevens de meest roerige tijd in de moderne Nederlandse financiële geschiedenis. In het boek Wellink aan het woord gunt de scheidend president een kijkje achter de schermen. Hij is opvallend openhartig, al is het natuurlijk duidelijk dat hij niet altijd het achterste van zijn tong mág laten zien.

Wanneer Wellink in 1997 president wordt – hij heeft er dan al vijftien jaar opzitten als lid van de directie van DNB – bereidt Europa zich voor op de komst van de euro. Samen met de toenmalige minister van financiën Gerrit Zalm beleeft hij zijn finest hour wanneer ze in de nieuwjaarsnacht van 2002 op het Vrijthof in Maastricht onder veel belangstelling de eerste biljetten uit de automaat trekken. Wellink is dan al heel wat jaren betrokken bij het tot stand komen van de monetaire unie. Hij was erbij toen in 1978 de voorloper ECU in het leven werd geroepen. Snel na de invoering van de euro barstte de kritiek los. In de ogen van de burger ging de prijs van een kopje koffie ineens van twee gulden naar twee euro. Wellink maakt duidelijk dat de oorzaak voor de stijging eerder gezocht moet worden in de goed draaiende economie van 2001. ‘Sinds de introductie van de euro tot eind 2010 bedroeg de inflatie in het eurogebied gemiddeld 1,98 procent. Onze doelstelling van prijsstabiliteit – een inflatie van omstreeks twee procent – hebben we ruimschoots waargemaakt.’

Het publiek bleef morren. En dat werd alleen maar erger toen in 2007 het debacle met ABN-AMRO volgde. Dat was het moeilijkste dossier uit zijn carrière en raakt duidelijk ook een snaar bij de president. Begin 2007 had Wellink nog gewaarschuwd dat het verkeerd kon aflopen met de splitsing van ABN-AMRO, maar hij vond ook bij premier Balkenende geen gehoor. Een jaar later greep de Nederlandse staat in en kocht uit de boedel voor een kleine 17 miljard ABN-AMRO en Fortis Nederland terug. Wellink kreeg met terugwerkende kracht gelijk. Maar zijn gelijk was een nederlaag, want men verweet hem dat hij de verkoop niet had geblokkeerd. Het publiek oordeelt in een steeds populistischer maatschappij nu eenmaal snel. Wellink: ‘Men verwart de agent met de inbreker. Toezicht is geen garantie.’ Uit dit hoofdstuk blijkt dat de wereldwijde economische crisis meer invloed heeft gehad dan men had kunnen bevroeden. Het is schokkend om te lezen dat het hele Nederlandse financiële systeem een paar dagen langs de afgrond heeft gezeild.

In de geschiedenis bleven presidenten van DNB altijd op de achtergrond. Wellinks voorganger Wim Duisenberg was de man van de karakteristieke witte kuif en de pakkende oneliners. Wellink heeft het nadeel dat hij soms eerder wollig formuleert. Dan komt waarschijnlijk omdat hij – een rode draad in dit boek – altijd op zoek is naar de nuance. De scheidend president verdedigt zichzelf en zijn instelling door zaken toe te lichten. Te vaak oordeelt men over kwesties uit het verleden met de kennis van nu.

Het hoofdstuk over Icesave kun je alleen met een stijgende verbazing lezen. Misdaadauteur Janssen kan in een volgend boek helemaal los gaan met dit thema. De IJslanders lijken echt met voorbedachten rade te hebben gehandeld. Schurken eerste klas. Maar Wellink geeft ze nog het voordeel van de twijfel: ‘Misschien ligt het ook aan hun ondeskundigheid.’ De IJslanders blijken moedwillig informatie achtergehouden hebben, net als een ander lid van ‘de broederschap’ van directeuren van centrale banken, de Brit King, die al veel eerder wist dat de Landsbanki op springen stond, maar Wellink daarover niet inlichtte. Wellink doet het haast schouderophalend af met: ‘Soms geldt: eerst ik, morgen jij.’

In eerste instantie wilde Wellink niets kwijt over het dossier DSB van Dirk Scheringa omdat er procedures lopen tegen hem en een aantal directieleden vanwege vermeende schending van de geheimhoudingsplicht. Daarom citeert hij veelvuldig uit een rapport dat de Commissie Scheltema over de kwestie schreef. Scheringa groeide uit tot een volksheld, terwijl hij het publiek met tophypotheken en koopsompolissen op hoge kosten joeg. Ook hier blijkt de crisis de belangrijkste boosdoener te zijn. Scheringa hield te lang vast aan een verouderd businessmodel. Daarnaast speelden de media een cruciale rol. Volksheld Scheringa zou ook een rol in een nieuwe thriller van Janssen kunnen spelen. Met zijn charisma is hij een knuffelbankier geworden, net zoals Herman Brood Nederlands knuffeljunk was of Prins Bernard de schelmenprins. Scheringa wist op overtuigende manier de schuld in de schoenen van de politiek en DNB te schuiven.

Na lezing van Wellink aan het woord kan men niet anders dan constateren dat de zwarte piet vaak onterecht wordt uitgedeeld, in elk geval aan de DNB. De complexe financiële systemen zijn onvoorspelbaar. Wellink: ‘Het menselijk vernuft probeert altijd aan regels te ontsnappen.’ Misschien had Wellink nog beter een paar jaar kunnen blijven om ons verder door de eurocrisis te loodsen. Mensen die genuanceerd durven denken zijn zeldzaam.