Wissen van Anneke Claus
Recensie door Ezra de Haan (30 juni 2011)

Op de net verschenen crèmekleurige dichtbundel van Anneke Claus ontbreekt haar naam op de omslag. Ook de titel geeft zich pas prijs als je het boek kantelt en de letterfragmenten in diepdruk op je laat inwerken. WISSEN lees je dan. Het doet denken aan lang vervlogen tijden, aan een schoolbord en krijtjes. En nog voordat je de grijze pagina's van de bundel gaat lezen, vraag je je al af waarom Anneke deze gedichten wil wissen, wil wegvegen, wil wegvagen. Alleen een echt goede vormgever is hiertoe in staat.

Met Wissen maakt Anneke Claus schoon schip. Achterin de bundel schrijft ze: 'Is dit de nieuwe Anneke Claus. Nee, dit is niet de nieuwe Anneke Claus'. Wissen is het vastleggen en wegvagen van de stadgedichten die ze tussen januari 2009 en januari 2011, meestal in opdracht, schreef. Slechts twintig gedichten haalden de eindlijn en staan nu in Wissen.

Zijn het dan slechte gedichten die Anneke Claus schreef? Zeker niet, je kunt hoogstens zeggen dat ze anders zijn. Maar een gedicht van Claus blijft herkenbaar, ook als het in opdracht is geschreven. Dat eigene, of misschien moet ik zeggen eigenzinnige, kenmerkt zich door een rebelse houding. In opdracht schrijven zal als een muilkorf hebben aangevoeld. Geen wonder dat deze hond gebeten heeft. Een van de gedichten ‘werd afgeketst wegens een schrijnend tekort aan positieve boodschap’. Zodra je zoiets leest weet je dat er iets is geschreven dat de moeite waard is. Het betreft het gedicht ‘Minstens twee goede redenen’ waarin Claus reageert op de voortschrijdende bezuinigingen in de zorg en de vraag welk net mensen opvangt die in meerdere opzichten buiten de sociaal-economische boot vallen. Het gedicht is bijtend. Cynisme gebruikt op een manier die navolging vraagt.

Minstens twee goede redenen (fragment)

De vrijwilligers zullen u oprapen.
De voorzitter van het comité zal u oprapen.

Niet!
Toch niet.

U zult zichzelf oprapen.
In het ergste geval zal uw moeder u oprapen.

Toch.

Dat heeft u weer. Feiten die er niet om liegen.
Bewijzen om u tegen te zeggen.

U mag nog niet omvallen. Gelooft u mij.
Het is nog veel te vroeg.


Het is een van de prima gedichten in ‘So Long Goede Doelen’, de laatste reeks van de bundel, waarin Stadjers, de jongens en meisjes van de reïntegratiedienst en ontwikkelingshulp ter sprake komen. Ik lees fijne regels en vind het jammer dat ik Annekes stemgeluid daarbij moet missen. (al hoor ik het haar in gedachten zeggen)

Jij weet niet hoe het komt/ maar het is goed dat het gebeurt.

Je hebt een pas die toegang geeft tot de wereld.
Brood had je al. Nu nog spelen.
Gaat de ander zitten, ga jij staan.
Kaarsrecht. Je weet hoe het moet.
Je hebt een rechte rug van al dat water dragen.


Bijzonder zijn ook de gedichten in ‘Adieu, Plaatsen van verval en wederopbouw’. Hier toont Anneke Claus haar liefde voor de stad en de provincie Groningen en dat wat verloren gaat. Het levert betrokken maar vooral erg goede poëzie op. Neem het gedicht ‘Saalien Blues’ over de stadswijk Helpman, ooit een apart dorp tussen de gemeentes Groningen en Haren. In dertien regels trekt de hele geschiedenis aan je voorbij.

Saalien Blues

Het was een hels kabaal toen gletsjers
De Hondsrug omhoog duwden.
Blinde zandworm in de klei.

En toen daaruit, huis voor huis, het dorp verrees.
De veldkeien weg, onvermijdelijk de ratelwagens
Motorvoertuigen, fanfares.

De natte brug weet er alles van.
Dat kun je horen aan hoe diep hij zwijgt.

Vanmorgen heeft een vakkenvuller me fossiel genoemd.
Niet met zoveel woorden, maar het scheelde een haar.

Volgens mij komt u al sinds de prehistorie in deze super.

Die brug en ik, denk ik

wij begrijpen elkaar.


Hier ze je het wonder van de poëzie, dertien regels volstaan om het heel verre verleden en het platte, dagelijkse heden samen te brengen. Mooi is het hoe in dit gedicht het woord fossiel wordt gebruikt en hoe de Hondsrug een meesterlijke metafoor krijgt: blinde zandworm in de klei. Niet voor niets herkent Claus zich in de brug, ze is de brug. Een brug die verbindt maar ook die tussen twee verschillende werelden. In ‘Wat kopen we ervoor’ (een gedicht over het Ebbingekwartier) laat ze zien aan welke kant ze staat. De woorden die ze kiest zijn weloverwogen en uiterst duidelijk.

Wat kopen we ervoor (fragment)

Toch staat de laatste pijp fier verlicht
tussen de cementmolens.

Uit deze bouwput kruipen ze omhoog
de nieuwe zonen van Juda Gerzon, Vleesconserven
en de fascistische ijsfabrikant Belfi.

Ze hebben grootse plannen.
Ze zijn ontzaglijk cultureel.


Wie zo durft te schrijven verdient van stadsdichter tot Dichter des Vaderlands bevorderd te worden. Zeker in het huidige culturele klimaat hebben we dichters als Anneke Claus nodig. Wissen is een bundel die zeker niet vergeten, laat staan uitgewist mag worden. Het laat een kant van Anneke Claus zien die we nog niet kenden. Nu is het wachten op de volgende verrassing.