Zacht als Staal van Richard de Nooy
Recensie door Ezra de Haan (3 september 2010)

De geslaagde meesterproef

In 2008 debuteerde de Zuid-Afrikaanse schrijver Richard de Nooy in het Engels met Six Fang Marks and a Tetanus Shot, in het Nederlands vertaald als Zes beetwonden en een tetanusprik. Voor deze humoristische en met vaart geschreven roman ontving hij de Best First Book Award van de Universiteit van Johannesburg. De al twintig jaar in Amsterdam wonende De Nooy ontving een stimuleringsbeurs van het Fonds voor de Letteren voor het schrijven van een tweede roman in het Nederlands.

Met de tweede roman bewijst een auteur of hij schrijven kan. Het debuut is vaak het resultaat van jaren schrijven en herschrijven, van overdenken en verzamelen. De tweede roman geeft hem minder tijd. En toch wordt er van hem een volwaardige roman verwacht die zijn vorige zelfs overtreft. De meeste auteurs zakken bij deze krachtproef door het ijs.

De Nooys tweede roman, Zacht als Staal, is meer dan geslaagd, je kunt het een geslaagde meesterproef noemen. De toon van het boek, de vertelwijze, de taal en de humor leveren het bewijs dat deze schrijver van uitdagingen houdt. IJsbrand, de broer in Zes beetwonden en een tetanusprik, speelt ook in dit boek een kleine rol. Belangrijker is echter het verhaal van Alma Nel, de Zuid-Afrikaanse moeder die naar Amsterdam afreist om het lichaam van haar zoon op te halen. De stad moet haar gaan vertellen wie haar zoon eigenlijk was, wat hij daar deed en waarom hij daar, eindelijk vrij om voor zijn herenliefde uit te komen, toch de dood vond.

De Nooy weet de taal, zowel de Nederlandse als de Afrikaanse, moeiteloos naar zijn hand te zetten. Hij schrijft zo goed dat het je als lezer vaak ontgaat hoe soepel, elegant en adequaat hij dat doet. Zo gebruikt hij natuurlijk de typische ‘Richard de Nooy-stijl’ die zich typeert door stoerheid, mannelijkheid en humor.

‘Wat een spectaculair wijf was dat zeg, Mevrouw Alma Nel! Zag eruit alsof ze uit zo’n ouderwetse film was weggelopen. Droeg het soort kleren dat mijn oma vroeger aanhad naar de kerk. En was uit hetzelfde hout gesneden. Hardhout. Rechtdoorzee. Maar ook een beetje blind voor gevaren.’

De schrijver die we, tot nu toe, kenden als een ruwe bolster blanke pit, blijkt ook een poëtische kant te hebben die hij vooral uit in beschrijvingen van de Danteske taferelen in de Amsterdams binnenstad. Een cokedealende rastaman en zijn klant worden als volgt beschreven:

‘De monnik probeerde zich uit de voeten te maken, maar een zwarte reus haalde hem met vijf grote passen in. Zwarte slangen dansten om zijn hoofd terwijl hij op de monnik insloeg met Alma’s blauwe neplederen koffertje, dat ineens niet meer dan een handtas leek die een zware duurproef onderging op de monniks rug en hoofd , totdat hij viel.’

In hoofdstuk vier schurkt Richard de Nooy even tegen het erfgoed van onze volksschrijver Gerard Reve aan in een schoolopstel van Staal, de hoofdpersoon van Zacht als Staal. Het verhaal over de twee geile ezels en zijn oom Schalk Lourens verwijst niet alleen naar Reve maar had zelfs door hem geschreven kunnen zijn. De toon, de humor en het opzoeken van de grens van dat wat je schrijven kunt, herinneren daar meteen aan.

En zo valt er meer te genieten aan dit boek. Neem het verweven van het Afrikaans en het Nederlands. De Nooy weet precies zoveel van zijn moedertaal te gebruiken dat het exotisch en toch begrijpelijk is, dat je glimlacht bij de woorden van zijn zus en stiefbroer en tegelijkertijd snapt hoeveel harder die Zuid-Afrikaanse samenleving is.

‘Wat is er met je broertje? Wat heeft-ie nou? Is-ie ziek? Ek kon die aapstuipe daarvan krij. Gek werd ik ervan!

‘Maar een jongen die een meisje wil zijn, dat is sommer onnozel, moeilikheid soek, sê ek jou. Dat snapt toch iedereen!

‘Maar Staal was een ander verhaal. Hij was toen pas een jaar of drie, maar je kon al zien welke kant het uit ging. Daar was regtig geen salf aan te smeer nie. Bij het minste of geringste liep hij blèrend naar zijn mammie. Wat een tjankbalie! En we deden er thuis alles aan om hem op het rechte pad te krijgen. Dit was vir ons regtig ’n taai toffie.’


Richard de Nooys roman leest als een staalboek van stijlen. De stem van de bezorgde, totaal wereldvreemde moeder, zeker als het om de wereld van de homoseksualiteit gaat, het gebroken Nederlands van de Poolse hoerenjongen Janusz Kidziak, het verslag van de Zuid-Afrikaanse aversietherapeut over de middelen die men indertijd gebruikte om liefhebbers van de herenliefde te ‘genezen’, iedere keer weer weet Richard de Nooy exact te verwoorden hoe mensen praten en denken. Vooral dat laatste is regelmatig schokkend in deze roman.

Bijzonder knap in Zacht als Staal is de manier waarop Amsterdam, met name het homoseksuele Amsterdam, beschreven is. Nergens is het plat of karikaturaal geworden en daar waar de liefde een rol speelt, en dat is vaak in deze roman, is die telkens weer herkenbaar, integer en met veel gevoel beschreven zonder ook maar een moment larmoyant te worden. Iedereen hield op zijn manier van Staal. Zijn lovers in de Cockring en de Why Not?, de kappers Beau en Belle, de veel oudere geliefde Thierry en de Poolse Janusz. Misschien hielden ze wel te veel van hem. Een euvel dat hem ook al in Zuid-Afrika was overkomen toen men hem koste wat kost wilde ‘genezen’.

Richard de Nooy laat met deze roman zien dat er een keerzijde aan de liefde is, dat die mensen blind maakt en foute beslissingen veroorzaakt. Maar dat is slechts het verhaal van deze schitterende roman, het tweede deel van een nog te voltooien drieluik. Belangrijker is het spel met de taal van de auteur die werkelijk ieder personage in dit boek een eigen stem geeft. Zacht als taal verdient door een groot publiek gelezen te worden. Het is lang geleden dat ik een roman las waarin zo goed en zo soepel de Nederlandse taal werd toegepast. Misschien is het een goed idee Zacht als Staal voor te schrijven als lesmateriaal op de diverse schrijversvakscholen…