33 Revoluties van Canek Sánchez Guevara
Recensie door Guus Bauer (8 november 2016)
Een iconische naam maakt nieuwsgierig. En wie kent Che Guevara niet? Als niet van de historie van de Cubaanse revolutie (1953 – 1959), dan toch in elk geval van de wereldberoemde foto uit 1960 van de eveneens Cubaanse fotograaf Alberto Korda, die een onverzettelijke knappe kop laat zien, iemand die gelooft in zijn missie. De personalisatie van de revolutionaire strijd. De foto – aanvankelijk geweigerd door de pers – is na de dood van Che een eigen leven gaan leiden op tassen en T-shirts. Het schijnt de meest gereproduceerde foto allertijden te zijn.

De fotocamera speelt ook een grote rol in de roman 33 Revoluties van de kleinzoon van Che: Canek Sánchez Guevara (1975 – 2015). Een jongeling, nog niet geheel ontdaan van alle hoop, vindt zijn uitlaatklep in het maken van foto’s van de ingeperkte wereld om hem heen. Hij legt – net als Canek zelf in deze tekst – het dagelijkse (over)leven vast zonder al te veel direct commentaar te geven. Daardoor kan de lezer zelf een scherper oordeel vellen over de dictatoriaal geleidde eilandstaat. Het is de blik van de insider.

Canek verliet Cuba weliswaar in 1996 om zich als journalist in Mexico te vestigen, maar zoals bekend was tot aan de enigszins versoepelende politiek van de laatste tijd er weinig veranderd in de samenleving sinds de vestiging van het communistische regime op 1 januari 1959. Canek liet zich in de Spaanstalige pers regelmatig kritisch uit over het Castro-regime, maar wel altijd op een opbouwende, milde manier. Welhaast literair, net zoals in deze roman. Door de subtiele, poëtische insteek van de schrijver wordt ‘de boodschap’ naar een hoger plan getild, ontstijgt de tekst die van de aanklacht, van de tragische anekdotiek.

Het boek is opgebouwd uit 33 hoofdstukken, 33 fragmenten uit het dagelijkse leven, sfeertekeningen over de ingeboete mogelijkheden en tegelijkertijd getuigenissen van de mens die altijd weer mogelijkheden ziet om grenzen te overschrijden. Met drank, lichamelijkheid, het geschreven woord of met muziek. Uiteraard slaat 33 Revoluties ook op het gelijke aantal omwentelingen van de vroegere langspeelplaat. Een plaat die vaak overslaat. Denk maar eens aan de propaganda. Steeds weer hetzelfde liedje in andere bewoordingen. De twaalf miljoen inwoners zijn allemaal platen met een kras. Het hele leven is een plaat met een kras. Het eiland is een plaat met een kras, een kras die elke dag iets dieper wordt. Deze analogie is de verbindende mantra in de tekst. Het overleven in de herhaling.

De hoop van Cubanen vervliegt langzaam, uiteindelijk werkt ook het escapisme niet meer. (Het weet hebben van de andere werelden, de pijn daarvan, wordt sterk gesymboliseerd door een bezoek aan een dollarwinkel met een Russische vriendin. Zij kan gaan en staan waar ze wil en ziet de beklemming niet.) Uiteindelijk rest nog slechts de doctrine. ‘Toen begreep hij dat het beeld van de toekomst niet de toekomst zelf is of kan zijn.’ De eenzaamheid van de onbegrepen dichter, die eigenlijk filosofie wilde studeren, maar om zijn vader (en de staat) te plezieren, of eerder niet te ontstemmen, bouwkunde studeerde, om het land te ‘helpen opbouwen’, zonder geloof in de zaak, zonder er werkelijk zijn ziel in te kunnen leggen.

Hij kaft zijn boeken, zegt dat hij Agatha Christie leest of een goedgekeurd propagandaboek, terwijl hij in werkelijkheid Milan Kundera bestudeert. De enige zekerheid binnen een dictatuur is de verwarring, de ontheemding, de willekeur.

Elders zal wellicht de discussie oplaaien of je een boek met achtentachtig pagina’s een roman kunt noemen, maar wat is het belang van een dergelijke kwalificatie, wat doet het af aan de zeggingskracht? Canek overleed tijdens een hartoperatie in 2015, daardoor blijft 33 Revoluties zijn enige roman. Die kennis geeft de tekst een extra lading, versterkt op een bepaalde manier de uniciteit van het gezichtspunt van de schrijver. Dit is het, en daarmee moeten we het doen.