70ers van nu van Rose Mary de Boer
Recensie door Guus Bauer (6 april 2017)
Journalist Rose Mary de Boer interviewde in 2000 opmerkelijke vijftigers. Nu laat ze in Zeventigers van nu opnieuw voornamelijk kunstenaars aan het woord over hun voortschrijdende leeftijd, geïllustreerd met mooi ingetogen zwart-wit portretten van Patricia Steur. Is de zeventiger van nu de zestiger of zelfs de vijftiger van vroeger? De mens op leeftijd is in doorsnee heden ten dage actiever, veel assertiever ook, heeft over het algemeen ook meer te besteden. Maar er komt onder de senioren nog wel degelijk veel (sociale) armoede voor. Er zijn legio vijftigers die al zijn uitgeblust. Er zitten nog een hoop gepensioneerden uitzichtloos achter de geraniums.

De geportretteerden zijn eigenlijk zonder uitzondering vechters, mensen met, om eens een ‘damesbladenwoord’ te gebruiken, een grote passie voor hun vak, voor het leven. Die het geluk hebben hun bestaan zinvol in te kunnen vullen, tot de dood hen van ons scheidt. Misschien een wereldreis van een paar maanden wanneer het bedrijf is verkocht, een gedeeltelijke terugkeer naar een familieleven nadat een ernstige ziekte is overleefd, maar de actrice, de interieurkoning, de journaliste, de acteur, de restaurateur, de muzikant, het mode-icoon, de schilderes, de zanger, de cabaretier, de filmer, de natuurfotograaf, de schrijvers en de tv-persoonlijkheden willen gewoon verder werken.

Ze hebben stuk voor stuk nog steeds een grote ‘drive’, een ongebreideld enthousiasme. ‘Het jongetje en het meisje in hen is wakker gebleven’, aldus acteur Peter Faber. Cabaretier Herman van Veen voelt zich nog bruisend als een kind van twaalf met herinneringen van zeventig jaar, maar dan wel met de kanttekening dat zo goed als het vroeger was, het vroeger nooit geweest is. Het is een geluk dat men nog mag werken. Een sabbatical duikt bij deze levenslustigen hoogstens eens in het achterhoofd op.

Voor allen geldt dat ze niet zo veel waarde hechten aan het getal. Ze verbinden er gebeurtenissen aan uit hun privéleven. Het blijft iets wonderlijks – om filmer Frans Weisz te citeren – dat vooral in Nederland al vanaf je tiende overal je leeftijd bij wordt vermeld. Hij wordt, geheel terecht, woedend wanneer iemand vraagt of hij NOG wat doet tegenwoordig. Het zijn derden die je daadwerkelijk oud maken. Het megacliché ‘Je bent zo jong als je je voelt’ is op elk van de geportretteerden van toepassing.

De foto’s van Steur zijn stijlvol, vormen een goede eerste indruk. Ze zijn natuurlijk, beslist niet geposeerd. Iedereen komt ontspannen over. De interviews zijn open. De Boer valt niet in de valkuil van het Q en A gesprek. Een gemakkelijk vraag en antwoordspel. De zeventigers staan in het spotlight, doen hun verhaal zonder schroom. Het maakt de teksten oprecht. Het zijn geen promotiepraatjes. Hier zijn mensen van vlees en bloed aan het woord. Net zo kwetsbaar als ieder ander, maar met de reddingsboei van een talent, van een culturele uitlaatklep. Dit boek geeft niet alleen inzicht in de denkwijze van de hedendaagse zeventiger, maar doet ook de kijk op sommigen veranderen, geeft nog maar eens aan waarmee de Bekende Mens te kampen heeft.

Kunstenares Phil Bloom kwam in 1967 in het programma Hoepla één minuut naakt in beeld. Een kunstzinnig experiment, maar men sprak er ook in de vrijgevochten jaren zestig schande van. Het is levensbepalend geweest, is altijd aan haar blijven kleven. Belangrijker voor haarzelf was de zware hersenbloeding die zij op zeventwintigjarige leeftijd kreeg. Het heeft haar leven in ‘voor’ en ‘na’ verdeeld. Ze schildert nu verhalen en schrijft schilderijen, is tevreden met haar bestaan van tegenpolen.

De geportretteerden kijken terug, zijn over het algemeen content, weten om te gaan met hun wat minder sterke fysiek, proberen zo optimaal te leven. Verveling kennen ze niet. Iets wat opvalt is dat de meesten langdurige relaties hebben, ofwel van jongs af aan, of na een (paar) scheiding(en). Relaties die tegen grote stormen bestand zijn zoals die tussen actrice Willeke van Ammelrooy en zanger Marco Bakker. Een bij toeval – als in een spel voor een tv-programma – via een scan ontdekte kanker bij Van Ammelrooy, het door de pers uitgemelkte dodelijke auto-ongeluk van Bakker.

Het zijn allemaal door het leven gewaarschuwde mensen. Restaurateur Paul Fagel heeft vijfenvijftig jaar achter de kachel gestaan toen hij ernstig ziek werd. Vijf van zijn broers waren toen al overleden en in 1989 was bij een inbraak broer Gerard vermoord. Ook een uitzaaiing bij Paul werd in 2011 met veel wilskracht bestreden. Toch vindt hij zichzelf te jong voor een lege agenda. Niemand wil graag uitgerangeerd zijn.

Energie is het grootste geloof, zoals interieurgoeroe, positivist en doener bij uitstek Jan de Bouvrie poneert. Hij citeert Boeddha: ‘Leun achterover en geniet’. Velen hebben groot malheur gekend in het verleden en hebben dit vaak met hun werk als houvast overwonnen. Musicus Chris Hinze heeft altijd vastgehouden aan een nomadische mentaliteit. Dat heeft hem geestelijk jong gehouden, ervoor gezorgd dat hij zichzelf niet al te serieus neemt.

Men viert over het algemeen de kroonjaren niet. Schrijfster Mensje van Keulen: ‘Het geeft het idee dat je dagen zijn geteld. Het schrijven is er niet gemakkelijker op geworden. Ik heb met het schrijven van een autobiografisch werk wel de alles vergallende angst voor de dood een hak gezet.’ Zanger Rob de Nijs dankt de Heer dat hij nog goed bij stem is. Hij weet van zichzelf dat hij hemelhoog kan juichen en dodelijk bedroefd kan zijn. Toch voelt hij zich duidelijk in balans. Zijn stabiele relatie en zijn jonge zoon van vier zijn daar mede debet aan. Maar ook hij realiseert zich dat de toekomst kleiner is dan het verleden.

Glamour is uiteindelijk allemaal schijn. De angst voor de dood lijkt grotendeels overwonnen, maar er wordt wel gehuiverd voor het verlies van decorum. Antiquair Ingeborg Ravestijn put inspiratie uit het onvermijdelijk einde. Het geeft haar de kracht om goed te leven, na twee scheidingen met mannen nu in alle rust met een vrouw.

Bevlogen journaliste Emma Brunt is het meest uitgesproken. Vooral in de geschreven media is de malaise goed voelbaar. In 2005 werd ze er na decennia bij Het Parool uitgegooid na een ‘verjongingskuur’ van de krant. ‘Jong, mooi of etnisch, of het liefst alle drie tegelijk, dat is wat men wenst.’ Ze schetst als een der weinigen in dit boek een stuk overduidelijke leeftijdsproblematiek. (Zet tussendoor even mooi de soapsterretjes met een pen te kijk.)

Mannen van gelijke leeftijd zijn lastig te vinden. Ze willen allemaal aan de jonge blom. Er is voor Brunt (en voor velen met haar, niet noodzakelijkerwijs alleen maar leeftijdsgenoten) minder bevestiging van de buitenwereld. Ze werkt nog steeds door, heeft de deadlines nodig, niet alleen financieel maar ook om het vuur gaande te houden. Vriendschappen zorgen voor sociale en emotionele tegendruk. Het leven is leefbaar en ze doet het ermee. Dat is ook een realiteit. Gelukkig is een dergelijke genuanceerde stem ook te horen in Zeventigers van nu. Het is niet voor iedereen even gemakkelijk. Het toegeven vereist moed.

Dos Winkel, voormalige fysiotherapeut en sinds lang natuurfotograaf en milieuvoorvechter, besluit het boek. Een man die na de verkoop van zijn bedrijf zich volledig op behoud van de aarde, van de zeeën voor het nageslacht heeft gericht. Een blijmoedige persoon die zal doorgaan tot de dag dat hij sterft. Zoals schrijver John Irving (niet in dit boek, uitsluitend Nederlandse en Vlaamse zeventigers) zeker weet dat hij nog vlak voor hij zijn laatste adem uitblaast een idee voor een nieuwe roman zal hebben.