Aarde van David Vann
Recensie door Guus Bauer (30 juli 2012)
David Vann, in 1966 geboren op een eiland bij Alaska, debuteerde vlak voor zijn veertigste met een combinatie van een thriller en een reisverhaal. Voor de sterk autobiografische verhalenbundel Legende van een zelfmoord kon hij in eerste instantie geen uitgever vinden. Toen het in 2010 toch verscheen, werd het prompt een wereldhit. Vann heeft tussen zijn negentiende en negenentwintigste een zestal concepten geschreven voor romans en non-fictie boeken. Toen legde hij de teksten opzij en werd onder meer klusser en zeeman. Voor de zojuist in het Nederlands verschenen roman Aarde heeft hij ook uit deze bron geput.

Het is 1985. Galen is een jongen van tweeëntwintig die alleen met zijn moeder Suzy Q woont in het oude, statige familiehuis dat omringd is met de resten van een walnotenboomgaard, ergens in een droge Amerikaanse vallei. Galens vader is onbekend, de moeder wil althans niet zeggen wie hij is. Hij heeft het recht verspeeld, een minuut nadat ze gezegd had dat ze zwanger was, verdween hij. Oma is, op z’n zachtst gezegd, vergeetachtig en vegeteert in een verzorgingstehuis: een ziekenhuis annex gevangenis. Galen ziet zichzelf als een ‘oude ziel’ en heeft als grootste doel onthechting van het wereldse. Lees: afstand nemen van zijn moederkloek.

Hij moet naar zijn eigen idee tot grootse zaken in staat zijn. Misschien is hij wel een profeet. De overmoed van de jeugd? Er is een vermogensfonds, maar er wordt alleen geleefd van het geld voor het water en voor de tuinman. Galen wil studeren, wil een reis naar Europa maken, maar het komt er niet van. Ook Helen, de zus van Suzy Q, aast op geld. Haar zeventienjarige dochter Jennifer moet binnenkort collegegeld betalen.

Suzy Q houdt vast aan oude tradities. Wanneer er problemen zijn, zwijgt ze of bedekt ze deze met de mantel der moederliefde: minisandwiches met komkommer. Zij ‘hersteld’ de wereld. Vann is een meester in het beschrijven van scheve familieverhoudingen. Vanaf pagina een is het duidelijk dat er geen oplossing mogelijk is. Een boek als een strop die steeds ietsjes strakker wordt aangetrokken. Voor kinderen die opgegroeid zijn met een ouder die achterblijft na een sterfgeval of een scheiding, kunnen de situaties pijnlijk herkenbaar zijn. Eigenlijk is Galen namelijk een surrogaatechtgenoot voor Suzy Q.

Het lijkt erop dat Suzy Q alleen een kind heeft gekregen om haar eigen jeugd te herscheppen, te verbeteren. Ze wil een verleden naspelen dat nooit heeft bestaan. Naar alle waarschijnlijkheid sloeg haar Duitse vader haar. Alle mannen zijn beesten. Reageert ze dit af op Galen? De dementerende oma is alleen nog goed als geldschieter. De onderkoelde hatelijkheden tussen Helen en Suzy Q maken eens en te meer duidelijk dat we familie niet voor het kiezen hebben. ‘Wij zijn de muizen, de kat is de waarheid.’

Vann vergroot tot in het extreme het aantrekken en afstoten tussen mensen uit. Nicht Jennifer geilt de maagd Galen op, maar vindt hem tegelijk wanstaltig. Het levert een paar stomende, geloofwaardige seksscènes op, zoals bekend lastig te schrijven.

Langzaam, maar uiterst effectief, werkt Vann naar de apotheose toe. We gaan geen plot verklappen, maar je zou kunnen zeggen dat er niet veel voor nodig is om de rol van cipier te laten veranderen. Er zit humor en bijtend cynisme in deze roman, het is vanaf het begin beklemmend, maar vanaf dit punt is Vann op z’n best. Galen neemt min of meer afscheid van zijn lichaam. ‘De aarde is zijn leermeester. [ … ] Hij wilde geen deel uitmaken van de mensengemeenschap. Hij wilde in de geologische tijd stappen.’ De verschuiving is briljant. Je kunt zowaar sympathie opbrengen voor de moeder. Vann levert weliswaar een open einde af, maar had de ondraaglijkheid nog kunnen versterken door iets eerder te stoppen. Een zaak is in elk geval overduidelijk: ‘De wereld is onrechtvaardig tegenover hen die echt liefhebben.’