Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte van Joachim Meyerhoff
Recensie door Guus Bauer (31 maart 2016)
Joachim Meyerhoff (1967) is acteur bij het Deutsche Schauspielhaus en het Wiener Burgtheater. Hij speelde ook in diverse films en tv-series en regisseerde daarnaast een aantal producties. Een echt podiumbeest zou je denken, een natuurtalent dat het bovendien niet van een vreemde heeft – zijn grootmoeder was een gevierd actrice – maar het tegendeel blijkt waar te zijn. De rijzige, slanke man die Meyerhoff nu is, was een onzeker kind, zoals we al konden lezen in de groteske, hilarische roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is, en blaakte ook als student aan de toneelschool op z’n zachts gezegd niet van het zelfvertrouwen.

Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte is een verslag van de drie jaar dat Meyerhoff studeerde aan de toneelschool in München en dat hij bij zijn grootouders in huis woonde. Je zou deze tweede roman, waarvan de titel natuurlijk verwijst naar Goethe’s Werther, kunnen lezen als een vervolg op de jeugdroman, als opnieuw een groeipijnboek over de vormende tiener- en jongtwintigertijd van het personage Meyerhoff – er zijn genoeg verwijzingen naar gebeurtenissen die de hoofdpersoon hebben geblinddrukt, het dodelijke ongeval van zijn middelste broer bijvoorbeeld – maar enige kennis van het eerdere werk is tegelijkertijd niet nodig. De schrijver geeft precies genoeg uitleg, kort en bondig.

Hij borduurt op dezelfde hilarische én verontrustende toon voort. Opnieuw brengt hij de verwondering over zijn omgeving en vooral ook over zichzelf met veel panache. Het personage Meyerhoff is blij dat hij eindelijk weg kan uit de Noord-Duitse plaats Schleswig, waar zijn vader directeur is van een psychiatrische instelling en waar hij op het terrein is opgegroeid tussen de hopeloze gevallen. Voorlopig zal hij een paar weken bivakkeren bij zijn grootouders, zij een nog steeds bloedmooie diva en hij een stokdove gepensioneerde professor in de filosofie. Meyerhoff krijgt de roze kamer in de villa toebedeeld.

En dan gaat het boek voor de lezer open. Het blijkt dat de grootouders er zeer strikte gewoontes op na houden, die overigens doordesemd zijn met verschillende alcoholica, beginnend met de whisky om zes uur. Al decennia leven ze volgens hetzelfde stramien, iets dat in vroegere jaren tot hilariteit bij de kleinkinderen leidde, maar dat, naarmate de roman vordert, toch ook duidelijk voor houvast voor de jonge toneelschoolleerling zorgt. Sterker nog: opa en oma blijven ook jaren na hun dood gemakkelijk voor de geest te halen, leven heel duidelijk voort. ‘Hun leven was zelf de gebeurtenis.’ Meyerhoff blijft uiteindelijk meer dan drie jaar bij hen wonen.

Meyerhoff is een rasverteller, zijn romans hebben een hoog entertainmentgehalte, maar hij weet door de melancholische onderlaag, ragfijn aangebracht, toch ook echt te ontroeren. Wat een liefdevol portret heeft hij van zijn grootouders gemaakt. Mensen die door hun eigenzinnigheid menig bezoeker – ook al is het een zestigjarige ex-student, inmiddels zelf al hoogleraar – de stuipen op het lijf jagen, maar die toch op hun geheel eigen wijze een extra invulling geven aan de acteursloopbaan van de hoofdpersoon. Eigenlijk is de thuissituatie in die jaren veel bepalender. Stukken in het huis worden afgewisseld met perikelen op de toneelschool. Wat er in die tijd – of misschien nog wel – allemaal verwacht werd van de studenten. Allemachtig, wat weet de schrijver zijn gestuntel, zijn twijfel sterk te verwoorden. Meyerhoff is de koning van de zelfspot. De leegte, de leegte en het grenzeloze verlangen om maar door iets, door wat dan ook, echt te worden gegrepen.

Maar eigenlijk wil hij helemaal niet op het toneel staan. Hij wil incognito zichzelf zijn. De opleiding zorgt er feitelijk voor dat hij te veel zichzelf observeert, dat hij zich van elke handeling, van elke grimas bewust is en daardoor heel onnatuurlijk overkomt. Zijn persoonlijkheid lijkt zich te splitsen. Hij wordt iemand die bijna niet meer luisteren kan naar zijn inborst. En dat alles met zoveel gevoel onder woorden brengen, dat is het ware kunststuk van deze roman. Los van alle hilarische stukken. Zoals wanneer de toneelschoolleerling gezellig met de vleesgeworden tv-detective Derrick in de sauna van zijn grootouders zit te keuvelen. Hij weet goed te verbergen dat hij zich ten opzichte van dit icoon, die niet meer los te weken is van zijn tv-personage, zich een volledige nul op acteergebied voelt. Nog meer losgezongen van zijn ik.

Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte is opnieuw een waarachtig familieverhaal, een mooi doorkneed stukje verleden, een herschikte kijk op een periode. Meyerhoff zegt over zijn grootjes dat ze altijd de gewoonte hadden om het grote klein en het kleine groot te maken. Dat is nu precies wat de schrijver met deze roman heeft gedaan. De dood lijkt bijna geen vat te hebben gekregen op de twee oudjes, zo sterk, zo duidelijk, zo levensecht heeft de schrijver ze neergezet.