Achteraf bezien van Bernard Bot
Recensie door H.A. Hofman (19 januari 2016)
Bernard Bot heeft Nederland vele jaren gediend als diplomaat (onder meer als ambassadeur) en als politicus (minister van Buitenlandse Zaken in de kabinetten Balkenende II en III). De enorme ervaring die hij heeft opgedaan stelt hij nu te boek in het zeer lezenswaardige Achteraf bezien.

Die titel is mooi gekozen. Bernard Bot maakt goed duidelijk hoe complex de problemen zijn waar diplomaten en politici mee te maken krijgen. Regelmatig lopen zaken anders dan gepland en verwacht. In Nederland worden dan onderzoekscommissies ingesteld die precies weten aan te wijzen wat er fout is gegaan en hoe er gehandeld had moeten worden. Enige bescheidenheid is op z’n plaats, constateert Bot terecht. Met de kennis van het heden is het wel wat gemakkelijker geworden om te oordelen. Als voorbeeld noemt Bot de Irak-commissie. Op het moment dat zo’n commissie wordt geformeerd, weet men natuurlijk altijd meer dan ten tijde van de besluitvorming. Bot geeft dat op bladzijde 360 aan in een prachtige zin: ‘Nederland is voorloper in het optuigen van commissies die naderhand bepalen hoe gehandeld had moeten worden.’

In zorgvuldig gekozen bewoordingen schetst Bot de zaken en personen die hij op zijn pad tegen kwam. Personen die hij prijst, zullen daar blij mee zijn. Personen die Bot laakt, zullen zich amper gekwetst kunnen voelen vanwege de sublieme wijze waarop hij die kritiek verpakt. Het is een manier van verwoorden waar we van kunnen leren in het ongeremde debat dat vandaag de dag gevoerd in de samenleving. Maar misschien moet je hier diplomaat voor zijn en is het ook nog eens een gave.

Wat was het geheim van de succesvolle loopbaan van Bot? In het voorwoord schrijft hij dat dit ‘geheim’ een hecht gezinsverband is. Zijn vrouw, ‘altijd mijn beste raadgever’ en – blijkens het nawoord – zijn drie kinderen hebben elkaar in goede en ‘enkele slechte tijden’ vastgehouden.

De recente geschiedenis trekt aan het oog van de lezer voorbij. Het is buitengewoon interessant voor iemand die tijdgenoot is en het nieuws goed heeft gevolgd thans het commentaar van Bernard Bot te lezen.

De ineenstorting van het Sovjetrijk en het commentaar: ‘Het communisme heeft niets goeds tot stand gebracht’ (blz. 110). De felle emoties over het voornemen kruisraketten in West-Europa te plaatsen en het commentaar: ‘Angst voor de Sovjet-Unie maskeren door toe te geven aan de eisen van dat land was onacceptabel in mijn ogen’ (blz. 129). Het verplicht uitdragen van de waarde van de mensenrechten aan niet-westerse landen wat vaak averechts werkt (blz. 165; 193; 195; 405-407; 438). De controverse Kohl-Lubbers: ‘Kohl was onvermurwbaar en had een hekel aan Lubbers’ (blz. 214).

Wat de mensenrechten betreft, verhaalt Bot over een bijeenkomst met Arabische leiders waar hij te horen kreeg dat de mensenrechten waren opgesteld door mensen, maar de regels van de Koran waren opgesteld door God (blz. 437). Dat is een kwestie die ook voor sommige christenen kan spelen. De wet van God gaat als het eropaan komt voor de wet van mensen. Maar deze Arabische landen hadden wel de VN-mensenrechtenverdragen ondertekend. Daar hadden zij dan ook wat terughoudender in moeten zijn als ze er niet op aangesproken wilden worden.

Bot is er niet op tegen om de mensenrechten aan de orde te stellen, maar pleit voor een meer praktische benadering. Biedt bijvoorbeeld aan om gevangenispersoneel te trainen als een land het gevangeniswezen gaat hervormen. Dat heeft meer effect dan iemand de les te lezen.

Het boek wordt opgeluisterd met tal van anekdotes. Luns die tijdens lange en saaie vergaderingen zijn schoenen op tafel deponeerde achter een stapel documenten en ging lezen. Den Uyl die zijn overhemd half uit zijn broek had hangen, want dat was goed voor zijn imago. President George Bush die koningin Beatrix goedkeurend een klopje op de schouder geeft. Overigens is Bot positief over deze Amerikaanse president en ook over koningin Beatrix die ons land uitstekend heeft vertegenwoordigd. Dat is hij niet over Poetin die ‘koel en onaangedaan’ overkomt.

Bernard Bot heeft een rijk en boeiend-wisselvallig leven gehad. Tegenslagen zijn hem niet bespaard gebleven. Het gezin heeft de Japanse bezetting meegemaakt. ‘De atoombom heeft ons leven gered’, zeiden zijn ouders thuis (blz. 336). Zijn vrouw is hem te jong ontvallen.

Een tikje ijdelheid is Bot niet vreemd. Dat blijkt wel uit dit boek. Achteraf bezien is ook het verhaal van zijn successen en het ‘achteraf’ halen van zijn gelijk. Maar tegelijk besef je als lezer dat hij ook heel veel kritiek het hoofd heeft moeten bieden, en vaak onterechte kritiek. Dat valt ook niet mee, dus wie zou hem misgunnen dat hij met dit boek zich tevens revancheert? Ik doe er graag een compliment bovenop. Dit is een mooi en heel interessant boek, prima uitgegeven door Prometheus.

Te vrezen valt dat Bernard Bot nog veel meer materiaal tot zijn beschikking heeft, maar dat hij, diplomaat als hij is, dit materiaal niet geschikt en gepast heeft bevonden om te publiceren. Gelukkig biedt hij meer dan genoeg om het lezen van zijn boek de moeite waard te maken. Hij schrijft gemakkelijk, dus de omvang is geen hindernis.

Waardevol is ook dat Bot op meerdere plekken in het boek zijn visie op het buitenlandse beleid aangeeft. Idealisten denken dat de samenleving maakbaar is, maar ministers hebben met een weerbarstige werkelijkheid te maken. De band met Duitsland is van eminent belang, Nederland is aangewezen op Europa, een geloofwaardige defensie is gezien de toenemende chaos in de wereld onontbeerlijk.

‘Meestal krijgen ministers kritiek te horen, zelden lovende woorden,’ constateert Bot op blz. 491. Laten we deze nestor in de politiek de waardering geven waar hij gezien dit verslag van zijn loopbaan alle recht op heeft. Fijn dat hij de tijd en de moeite heeft genomen om zijn memoires te publiceren.