Hitler en de Eerste Wereldoorlog van Thomas Weber
Recensie door Guus Bauer (7 april 2011)

De geboren Oostenrijker Adolf Hitler meldde zich na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vrijwillig aan bij het Beierse leger. Eerder had hij zich in Oostenrijk gedrukt voor de dienstplicht. Hij werd ingedeeld bij het zestiende reserveregiment, een in de hiërarchie zo laag aangeschreven onderdeel dat bij gebrek aan voldoende materiaal de soldaten werden uitgerust met een nephelm. Die was vervaardigd van lijndoek en overtrokken met grijze stof om het nog enigszins op een helm te laten lijken. Het leverde de soldaten extra tegenstanders op: de eigen regimenten die de soldaten van het zestiende en zeventiende aanzagen voor Britten. Vriendelijk vuur.

De historicus Thomas Weber vraagt zich in het voorwoord van zijn Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog : het ware verhaal af waarom Hitler in de vijfhonderd pagina’s tellende historie van het regiment slechts tweemaal voorkomt: in een korte opmerking en met een wazige foto. Hitler zelf verklaarde later dat zijn tijd bij het zogenaamde List-regiment ‘de belangrijkste ervaring in zijn leven’ was geweest, de ‘universiteit’ waar ook zijn gedachtegoed is geschoold. Weber toont met zijn smakelijk geschreven boek overtuigend aan dat Hitler en zijn latere kompanen de geschiedenis achteraf nadrukkelijk te zijner gunste hebben herschreven.

De historici hebben over het algemeen alleen naoorlogse bronnen gebruikt, de sterk gekleurde hagiografieën van ‘medestrijders’ en Hitlers eigen ‘non-fictie’ Mein Kampf. Gemakshalve ging men voorbij aan het feit dat er eigenlijk bijna niets bekend is over de periode die door historici als de beslissende jaren in Hitlers leven worden beschouwd. Weber heeft als eerste het oorlogsarchief van het regiment geraadpleegd en tevens de rechtbankdossiers. Niemand had in negentig jaar tijd de linten van de ongeordende en ongecatalogiseerde stapels losgemaakt.

De getuigenissen en brieven van soldaten en officieren vormen een belangrijke bron voor Webers werk. Hij bestudeerde ledenlijsten, las brieven die jarenlang op zolders in Beieren lagen en spitte met een heel team door dossiers van de NSDAP, de FBI en de voorloper van de CIA. Haast vanzelf dook steeds nieuwe informatie op. Het boek beantwoordt grofweg vier vragen. Politiseerden Hitler en zijn maten al tijdens hun diensttijd in Wereldoorlog I of pas daarna? Leidden de oorlogsperikelen überhaupt tot een grotere politieke belangstelling? Speelde de gecreëerde mythe rond Hitler en zijn ‘strijdmakkers’ een rol bij de opkomst en de handhaving van het naziregime? Was Hitler een typisch product van zijn regiment? Zou hij zonder de oorlog en zijn eenheid nooit de man zijn geworden die hij uiteindelijke werd?

Weber toont aan dat Hitler niet exemplarisch was voor het merendeel van zijn regimentgenoten en voor een oorlogsgeneratie. Het is interessant om mee te gaan in de redenen die Weber opgeeft waarom een politiek sterk verdeelde Weimar-republiek zich kon ontwikkelen tot een dictatuur onder de soldaat eerste klasse Hitler. Een frontsoldaat geëerd met zowel het IJzeren kruis tweede klasse alsook die van de eerste klasse. Zeer uitzonderlijk voor iemand van zijn rang. De reden daarvoor moet eerder gezocht worden in het feit dat de ordonnans die Hitler het grootste gedeelte van de oorlog was, het erg goed kon vinden met de officieren in het hoofdkwartier. Hij was geen bataljonskoerier, maar een regimentskoerier en kwam daarom bijna niet aan het front. Zijn post bevond zich kilometers achter het front van stinkende loopgraven, afgerukte ledematen, ontstoken voeten, ziektes en zinloze stormlopen.

Hitler bracht een groot gedeelte van zijn tijd door met het lezen van boeken en het kwasten van ansichtkaarten van ruïnes. De echte frontsoldaten keken de zogenaamde ‘etappenzwijnen’ met de nek aan. Dat is overigens zo gebleven, ook toen Hitler kanselier was geworden. Iedereen die het aandorst om later aan zijn zorgvuldig opgebouwde imago te tornen, werd met alle mogelijke middelen vervolgd. De Joodse officier met wie hij het heel goed kon vinden – en die hem het IJzeren kruis der eerste klasse bezorgde – viel in 1937 in handen van de Gestapo wegens ‘verzinsels’ over de Führer.

Dit boek gaat ook over de manier waarop de regimentgenoten betrokken raakten bij de overgang van de politiek redelijk stabiele negentiende eeuw naar de eeuw met maar liefst twee Wereldoorlogen. Weber haalt op overtuigende wijze de mythe onderuit dat Hitler in de Eerste Wereldoorlog door zijn tijd en zijn makkers bij regiment ‘gevormd’ is. Het toont eens te meer aan hoe een dictator de geschiedenis naar zijn eigen hand zet. Tot eind 1919 blijkt Hitler te twijfelen over de politieke richting die hij op wil gaan. Wat hem uiteindelijk in de ultrarechtse hoek deed belanden kan ook Weber niet beantwoorden. Dat zal altijd wel een raadsel blijven.