Adolf Hitler van Volker Ullrich
Recensie door H.A. Hofman (17 oktober 2014)
Deze tweedelige biografie, waarvan nu het eerste deel in vertaling is verschenen, heeft een grote toegevoegde waarde ten opzichte van eerder verschenen biografieën.

In de eerste plaats stelt biograaf Volker Ullrich de persoon van Hitler centraal. Ian Kershaw gaat in zijn befaamde biografie over Hitler veel meer uit van de maatschappelijke context, structuren en processen. Door de aanpak van Ullrich krijgen we meer zicht op persoon en karakter van Hitler en zijn invloed op het politieke gebeuren. Het is de oude vraag die Karl Marx al opwierp: worden personen geleid door ontwikkelingen of beïnvloeden personen de gebeurtenissen? Ullrich laat zien hoe bepalend de persoon Hitler was. Zijn benadering heeft ook als voordeel dat zijn boek, als de schrijver eenmaal op gang is gekomen, meeslepend is om te lezen.

Het tweede punt dat Ullrich maakt is dat Hitler geen onbenul was. Dat beeld rijst wel op uit andere biografieën. De lezer denkt dan: hoe kon deze charlatan ooit aan de macht komen, met zijn idiote geschreeuw en groteske gebaren? Ullrich laat zien dat Hitler een geslepen politicus was, mensen pijlsnel kon doorgronden, hun zwakke kanten feilloos wist te ontdekken en tot zijn eigen voordeel wist aan te wenden. Bovendien was Hitler een groot acteur die personen en een menigte kon bespelen zoals een pianist zijn piano tot leven brengt. Hitler speelde rivalen behendig tegen elkaar uit, wist wisselende bondgenootschappen te smeden en won steeds weer de strijd om de macht.

In de derde plaats laat Ullrich zien dat Hitler niet de onontkoombare uitkomst was van de vrijwel permanente crisisjaren waar Duitsland na de verloren Grande Guerre in 1918 in terecht was gekomen. Uit wanhoop koos het volk voor een man die de verlosser en bevrijder leek te zijn. Maar zo is het niet gegaan. Het is een compleet wonder dat Hitler ooit aan de macht is gekomen. Het is te wijten aan corrupt optreden van de overheid, aan het permanent onderschatten van Hitler en zijn ideologie, aan slapheid en politiek gekonkel. Als iets duidelijk wordt in dit boek, is het wel dat Hitler voortdurend werd onderschat. Eerst in Duitsland zelf, daarna door de politieke leiders in Europa. Eigenlijk had de politieke carrière van Hitler al in 1923 beëindigd moeten zijn. Maar de rechters en de openbare klager waren op de hand van Hitler en lieten hem met de schrik vrij komen.

Daarna had de toekomstige Führer vele malen onderuit kunnen en moeten gaan. Hij hypnotiseerde echter als het ware zijn aanhang en was zijn tegenstrevers steeds weer te slim af. In december 1932 leek zijn rol opnieuw uitgespeeld. Verkiezingen hadden hem niet aan de macht gebracht. De verkiezingsuitslagen werden minder gunstig voor zijn partij. De aanhang morde. En toen ging in januari 1933 de gelauwerde veldmaarschalk uit de Eerste Wereldoorlog, rijkspresident Paul Hindenburg, overstag en wees hij Hitler aan als rijkskanselier. Op het moment dat Hitler in de coulissen leek te verdwijnen, plaatste Hindenburg hem op het podium. Een dramatisch moment waarmee Hindenburg zijn blazoen voorgoed heeft bevlekt. De man was oud, zijn omgeving was een corrupte kliek, maar toch: de veldmaarschalk schreef vleierige brieven aan de voormalige korporaal in het keizerlijke leger en nam hem in bescherming hoewel hij wist van de straatterreur. De gegevens die Ullrich verstrekt zijn voor mij nieuw en ontluisterend voor de persoon en de reputatie van Hindenburg.

Ullrich brengt interessante trekken in de persoon van Hitler voor het voetlicht. In de kleine kring van intimi was Hitler charmant, warm en humoristisch. Hij kon andere mensen geweldig goed imiteren en zijn gezelschap bulderde van het lachen als hij daar een staaltje van ten beste gaf. ‘We hebben ons tranen gelachen,’ noteerde de toegewijde Goebbels dan in zijn dagboek. Later, als rijkskanselier, stopte Hitler hiermee. Het verdroeg zich niet langer met zijn waardigheid als Führer van het Duitse volk. Ullrich heeft ontdekt dat Hitler de belastingen ontdook. Een ijverige belastinginspecteur in München kwam daar in 1934 achter. De man werd afgekocht met geld en een promotie. Albert Speer, architect en later minister van bewapening, was trouwens ook een profiteur. Met zwart geld kocht hij een villa in Berlijn en een landgoed in de plaats Oderbruch.

Als er iets duidelijk wordt uit dit boek is het wel dat het bekende naoorlogse gezegde Wir haben es nicht gewusst niet opgaat. Hitler heeft vanaf het vroegste stadium in zijn politieke loopbaan nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij oorlog wilde om ‘Lebensraum’ te verkrijgen en uit was op de ondergang van het Joodse volk. En als men zijn boek Mein Kampf niet las en zijn toespraken niet beluisterde, was er nog het straatgeweld van de knokploegen van de partij. In dit opzicht is het boek van Ullrich zonder meer verontrustend. Mensen kijken weg van wat ze niet willen weten en lopen met een boog om de feiten heen. Verontrustend is ook wat deze biograaf schrijft over de snelheid waarmee mensen zich na de machtsovername in 1933 aanpasten aan de gewijzigde omstandigheden. Ouders leerden hun peuter van acht maanden om op het zien van een foto van de Führer de Hitlergroet te brengen. Binnen de kortste keren brachten zelfs vroegere tegenstanders op straat de Hitlergroet, accepteerden zij de Führercultus en was antisemitisme algemeen geworden. Het zijn zaken die je doen beseffen hoe fragiel een democratie is.

Ullrich neemt binnen het raamwerk van zijn chronologische verhaal meer thematisch gerichte hoofdstukken op over Hitlers relatie tot vrouwen, de mens Hitler, zijn leven op de Berghof, de Führercultus (die aan het waanzinnige grensde), zijn regeerstijl. Stuk voor stuk zeer interessante hoofdstukken met boeiende citaten van Hitler zelf en zijn naaste omgeving. Het valt hierbij op dat Ullrich zich distantieert van de historicus Joachim Fest die zich volgens Ullrich na de oorlog voor het karretje van Albert Speer heeft laten spannen door bij te dragen aan een zeker eerherstel. Ullrich laat zien dat Speer niet misleid werd door Hitler, maar een kruiperige vleier van Hitler was, die dolgraag de favoriete architect van de dictator wilde zijn. Bovendien vond Ullrich in de onafzienbare berg aan documenten bewijzen dat Speer bij het oppakken van Berlijnse Joden en hun deportatie naar de vernietigingskampen een voortrekkersrol speelde. Speer had in Neurenberg ook de doodstraf moeten krijgen. Er ontsprongen wel meer mensen de dans. Hans Globke bijvoorbeeld was een belangrijke ambtenaar en betrokken bij het opstellen van de Neurenberger rassenwetten. Na de oorlog kon hij zijn loopbaan gewoon voortzetten en bracht hij het tot staatssecretaris in het kabinet-Adenauer.

Als Hitler de oorlog had gewonnen en de Joden waren uitgeroeid, zouden christenen aan de beurt zijn gekomen. Het grote bezwaar van Hitler was dat ‘die zwartrokken’ boven het vaderland een nog hoger gezag erkenden. In de jaren dertig ging de Rooms-Katholieke Kerk net als nu ook al gebukt onder een golf van processen inzake seksueel misbruik van kinderen en jongeren door priesters en andere geestelijken. Het regime maakte er graag gebruik van om de kerk de duimschroeven aan te draaien. Hitler: ‘Het past niet als de kerk de moraal van de staat bekritiseert, als men zelf meer dan genoeg reden heeft zich zorgen te maken over de eigen moraal.’ Goebbels had het over ‘seksuele misdadigers in priestergewaad’ die achter hun ‘walgelijke lusten’ aanjoegen. De kerk werd om praktische redenen tijdens de oorlog min of meer met rust gelaten. Overigens laat Ullrich zien dat de Rooms-Katholieke Kerk zich veel meer heeft verzet tegen het regime dan de Lutherse kerk heeft gedaan.

Het geheel overziend is dit eerste deel van de biografie een magistraal werk, meeslepend geschreven, steunend op een grondige kennis van de bronnen, met oog voor de grote lijn maar ook met levendige details die voorkomen dat een lezer zou afhaken. Je blijft geboeid lezen over een tijdvak waarvan je hoopt dat het voorgoed achter ons ligt. Ik kan nog wel meer citeren, maar het gaat niet aan het boek over te schrijven. Het is aan te raden dit boek, dat veel van een standaardwerk weg heeft, zelf te gaan lezen.