Afrikaans geheim van Roger Martin du Gard
Recensie door Guus Bauer (17 augustus 2017)
Het winnen van de Nobelprijs voor de Literatuur kan vreemde gevolgen hebben. Het grote publiek denkt vaak dat de teksten zeer literair zijn, uiterst ingewikkeld. De bekroning kan er vreemd genoeg voor zorgen dat een oeuvre in de vergetelheid raakt. De Franse schrijver Roger Martin du Gard (1881 – 1958) werd in 1937 in Zweden gelauwerd voor zijn cyclische roman De Thibaults, een epos waar hij met korte onderbrekingen twintig jaar aan had gewerkt. In de hausse van herontdekkingen heeft ook de Nederlandse (her)vertaling een breder publiek weten te vinden.

Du Gard hield zich ook daarna ver van literaire coterieën, voelde zich niet capabel om in jury’s te gaan zitten of er uitgesproken meningen op na te houden met betrekking tot andermans werk. Het kostte hem al veel moeite om zijn personages een standpunt in te laten nemen. Hij voelde zich veroordeeld tot dialogen. Dat verklaart het sterk verhalende karakter van zijn werk en zijn nauwgezette vormkeuzes, zeker ook in de novellen die hij daarnaast schreef.

In Afrikaans geheim onthult Du Gard de confidentie van een medepassagier op de postboot van Noord-Afrika naar Marseille. Leandro is een oude boekhandelaar die hij al eerder had leren kennen toen deze in Frankrijk aan het sterfbed zat van een zestienjarige neef, een ziekelijke ‘Perzische prins’. Du Gard en Leandro brengen de augustusnacht door aan dek in ligstoelen. Het is zoel en helder, als vanzelf raakt Leandro – volks van aard, maar ontwikkeld door lectuur en reizen – in een mijmerende stemming. Hij is echter te discreet om zijn prangende jeugdherinnering door sentimentaliteit, door valse nostalgie te laten verdrinken.

En dat is gelijk de kracht van deze vertelling. Du Gard functioneert slechts als verslaggever, als doorgeefluik, cijfert zichzelf weg. (Ogenschijnlijk.) De novelle opent met een inleiding voor een redacteur van een tijdschrift die om een bijdrage van de hand van Du Gard heeft gevraagd. De schrijver schetst de achtergrond van Leandro, geeft zo het personage een ziel.

In die weergaloze eenzaamheid vertelde Leandro voor het eerst over zijn verleden, in bewoordingen die ik getrouw heb opgetekend. Ik schrijf deze paar bladzijden uit mijn aantekenboekje voor u over.

Dit is dé manier om via de vorm waarachtigheid aan je fictie te geven. Een geloofwaardigheid die tegelijkertijd iets raadselachtigs meegeeft aan het verhaal. De hele geschiedenis die Du Gard laat volgen is een werk van zijn verbeelding, een zoektocht naar mogelijkheidsfactoren. De verscheidenheid aan menselijke reacties op een bepaalde situatie. Opgetekend ‘zonder enig literair oogmerk’. Juist die laconieke opmerking, dit literaire spel, zorgt ervoor dat de tekst gegrond wordt, letterlijk en figuurlijk. De schrijver maakt van zichzelf op deze wijze ook een personage.

De ziekelijkheid van de ‘neef’ van Leandro is ontstaan vanwege de bloedbanden. Leandro is zijn vader, zijn zuster Amalia de moeder. De twee deelden van jongs af aan een kamer op de bovenste etage van de boekhandel in de Noord-Afrikaanse havenstad. Een ‘heel natuurlijk’ verlopen, uiterst geheim gehouden relatie van een jaar of vier, die eindigde toen Leandro in Italië in dienst moest. Die definitief voorbij was toen hij aan het front in de Grote Oorlog terechtkwam en zijn zuster trouwde en een stoet van kinderen kreeg.

Du Gards vriend André Gide was enthousiast over de novelle. ‘Geen enkele zwakke plek. Niets weggemoffeld. Flaubert zou u om de hals vliegen.’ Maar Gide komt erop terug. Had de schandelijkheid graag verminderd gezien met een kunstgreep. De zoon had een genie moeten zijn in plaats van een tuberculoos kind met een marmeren huid. Du Gard verweert zich kranig. Hij heeft juist voor deze vorm gekozen omdat hij geen pleitbezorger is, wederom geen moreel standpunt inneemt. Du Gard is een moedig schrijver, zeker als men bedenkt dat Afrikaans geheim oorspronkelijk in 1931 is uitgebracht.

Afrikaans geheim is net als De verdrinking een mooie toegangspoort tot het werk van Du Gard. Het eerste hoofdstuk van De Thibaults is als voorproefje achterin opgenomen.