Alle dagen samen van Erwin Mortier
Recensie door Ingrid Hoogervorst (18 januari 2008)

Mortier proeft de woorden

De Vlaamse schrijver Erwin Mortier werkt naar eigen zeggen aan een historische roman over België, maar maakte nog even een uitstapje naar wat hem blijkbaar na aan het hart ligt en het grondthema van zijn werk lijkt: de binnenwereld van een jongetje temidden van een grote familie op het Vlaamse platteland.

Zowel in zijn debuutroman Marcel ( 1998) als in Mijn tweede huid (2000) en Sluitertij (2002) draait het om een kind in een wereld van verval en dood. In het grote huis van zijn de (over)grootouders, ouders, onkels en tantes gevangen in de tijd. Hun leven ligt geborgen tussen de mottenballen in kasten met pakken en jurken van de doden.

Het jongetje heeft een dubbele positie. Enerzijds is hij de enige hoop op een toekomst, belichaamt hij de moderne wereld, die de familietradities zal voortzetten, anderzijds duikt hij onder in hun verleden, aan het zicht onttrokken van het heden. Hij beluistert hun gesprekken als ze bij elkaar komen en mompelen over gebeurtenissen die al lang voorbij zijn, maar nog vers in het familiegeheugen liggen opgeslagen. Als terugkijkende volwassene wil hij met woorden de tijd stilzetten en het verleden van de familie behoeden voor de teloorgang.

In de novelle Alle dagen samen is het sensitieve, slimme luistervinkje Markus getuige van het overlijden van overgrootvader Edouard. Aan het begin van het verhaal ligt de 93-jarige op sterven, de komst van de oude dorpsdokter herinnert Markus aan een zomer, toen hij met hoge koortsen op bed lag. De kamers van het huis beginnen zich in de dagen van de voorbereiding van de begrafenis te vullen met door elkaar heen lopende en pratende familieleden. Pijnlijke herinneringen komen bovendrijven. Aan de oorlog, aan de dood van een zusje dat verdronk in een vijver, aan een vader die met zijn paard onder de trein verongelukte en een moeder die aan kanker leed en langzaam wegteerde.

Markus vangt hun woorden op, ze gloeien in zijn handpalm. Hij proeft ze zelfs: ‘Het is een kersenwoord, omgeven door een dunne schil waar je met duimen putjes in kunt duwen maar die onverwacht weerstand biedt als je erin bijt.’ Alle dagen samen loopt niet zo vlekkeloos als Marcel. Het verhaal komt nogal chaotisch bij de lezer over, omdat Mortier het perspectief steeds verlegt, de ene keer ligt het bij het kleine koortsige jongetje, dan weer bij de oudere jongen of de volwassen man die terugkijkt op deze periode en het allemaal heeft bewaard en opgeschreven. Ook de dialogen tussen grootmama en de tantes zijn vaak wollig.

Daarnaast moet ik zeggen, dat ik bij dit laatste boek van Mortier last krijg van een zekere beeldmoeheid, de mooischrijverij, de talrijke metaforen, het gaat je op den duur vervelen. Zeker als door de herhaling van het thema het verrassende eraf is. Het wachten is nu toch echt op de historische roman.

Bron: De Telegraaf, 19 november 2004