Alleen met de goden van Alex Boogers
Recensie door Ezra de Haan (6 juli 2015)

Schijnbaar achteloos en uiterst trefzeker

Alex Boogers (1970) schreef inmiddels zeven romans, waaronder het terecht zeer geprezen Alle dingen zijn schitterend (2012). Met Alleen met de goden schreef hij het boek waar ik al jaren op zat te wachten. Niet dat de eerder geschreven boeken niet goed genoeg waren, nee er zijn andere dingen aan de hand. Zo gaat het bij interviews altijd over Alex zijn ‘verrotte jeugd’ , over de vraag hoe een voormalig kickbokser tot schrijven komt, over het moeizame schrijversbestaan…

Kortom: men wil het over de ‘waarheid’ achter de roman hebben. Het gaat dus om de schrijver niet om het boek. Niet dat dit vreemd is in een tijd waarin programma’s als DWDD de dienst uitmaakt. Je zou echter van recensenten verwachten dat ze dieper graven. Tegelijkertijd doet zich een ander fenomeen voor: het koketteren met een crimineel verleden van schrijvers als Őzan Akyol in zijn ‘schelmenroman’ Eus. Of het schrijven over kickboksen door Abdelkader Benali in de roman Bad Boy. Beide heren meten zich een wereld aan waaraan ze niet eens hebben kunnen ruiken. Alex Boogers kent dat leven echt en dat klinkt door in iedere zin die hij schrijft. Wie werkelijk wil weten hoe een hard leven is, moet zijn boeken lezen. Hij geeft stem aan mensen die niet aan lezen toekomen, die denken dat het niets voor hun is. En dat terwijl Boogers de man is die volksstammen tot lezen kan gaan brengen…

Wie lekker kritisch wil zijn, zou kunnen schrijven dat Boogers weer hetzelfde verhaal heeft geschreven. Harde jeugd, kickboksen als uitweg, het uiteindelijke succes en vervolgens het ongeluk dat aan alles een einde maakt. Mij maakt het feit dat een auteur een thema heeft niets uit. Integendeel, het kenmerkt hem. Het is eerder de vraag hoe je een verhaal opschrijft dan wat je te vertellen hebt. Volgens mij is Alex Boogers er bij deze dikke roman van 519 pagina’s eindelijk eens goed voor gaan zitten. Soms legt hij misschien iets te duidelijk uit, een andere keer is het wellicht voorspelbaar wat er komt, maar dat dondert niet. Ik voorzie dat Boogers met Alleen met de goden het boek heeft geschreven dat niet-lezers wakker gaat schudden. En dan mag je best even op je hurken gaan zitten. Waar het om gaat, is dat hij duidelijk maakt hoe het straatleven werkt, en vervolgens hoe je daar uit kunt komen. De woorden van Gerard, de donkere vriend van Aaron Bachman, de verteller in het boek, zijn poëtisch en helder tegelijk.

‘Ik had je nog gewaarschuwd,’ zei hij. ‘Je moet niet meer met die gasten omgaan, daar komt herrie van.’
‘Daar heb je niks mee te maken.’
‘Uiteindelijk heeft het altijd daarmee te maken. Als je maar lang genoeg op straat rondhangt, waait het straatvuil vanzelf tegen je aan.’


Het hangen, vechten, neuken, min of meer uit verveling speelt een belangrijke rol in het leven van Aaron. Zelden kom je in die periode van zijn leven iets van nadenken tegen. Afstomping door fysiek of verbaal geweld heeft deze jongeren gemaakt zoals ze zijn. Onder hen is het geile buurmeisje, een homo, een zelfmoordenaar, een donkere jongen die zich aan alles ontworstelt, een motorrijder annex buschauffeur. Allen vertegenwoordigen ze een keuze. Dat Aaron een andere weg in kan slaan wordt hem meermaals duidelijk gemaakt. Het duurt echter lang voor het tot hem doordringt. Hij heeft ook genoeg aan zijn hoofd. Een stiefvader die in de lik zit, een moeder die hem zowel met haar handen als met haar tong raakt waar ze maar kan en vervolgens kanker krijgt… Eerst piekert Aaron vooral over zijn leven. Pas later gaat hij over tot actie.

‘Ik wilde niet dat de omstandigheden waarin ik leefde en de slechte beslissingen die mijn ouders hadden genomen bepaalden wat er van mij terecht zou komen, maar soms viel er weinig aan te doen, in elk geval leek het zinloos. En dat was nog wel het ergste, dat mensen het idee gaven dat het zinloos was.’

De misère van zijn moeder, mede als gevolg van de dagelijkse dwangbevelen en schuldeisers, brengt Aaron ertoe Arturo op te zoeken, een trainer die in hem al veel eerder een mogelijk kickbokstalent zag. Zolang hij betaald wordt, is Aaron tot alles bereid. Hij wil kampioen worden. Inderdaad, dit doet aan veel Amerikaanse romans en bioscoopfilms denken. Met dit verschil dat niet alleen het succes, maar ook de lijdensweg die erbij hoort, met kennis van zaken wordt beschreven. Jongens die zoveel klappen kunnen incasseren zijn het gewend. Ze zijn ‘leeg, gepijnigd, gekweld, verslagen, vermoeid, verdoofd en gebroken’. En toch gaan ze door. Twee mannen zorgen voor een andere ontwikkeling van Aaron. Zowel zijn leraar Broere als zijn opa sturen of geven hem boeken. Het boek van Musashi leert hem dat schrijven en vechten iets met elkaar gemeen hebben. Beter gezegd een eenheid vormen.

‘Welke Nederlandse schrijver hield zich bezig met het trainen van zijn vuisten en schreef boeken waarin het niet draaide om de vaste thema’s die steeds in een andere vorm terugkwamen en waar niemand op straat zich echt in kon herkennen? vraagt hij zich af.’

Listig last Alex Boogers in deze roman heden en verleden aan elkaar. Oorzaak en gevolg. De brieven die zijn opa hem vanuit het buitenland schrijft, de gesprekken met familieleden of zijn stiefvader, het zijn allemaal puzzelstukjes die je steeds meer inzicht geven in het leven van Aaron en zijn moeder. Daarnaast maakt je zijdelings het leven van zijn vrienden mee, van wie hij zich afkeert zodra zijn sportcarrière belangrijker wordt. Bijzonder mooi vond ik de manier waarop dat leven als kickbokser in beeld gebracht wordt. Amper vechtscènes, veel trainen en gelazer met zijn moeder. Je kruipt min of meer in het hoofd van de vechter en leert hoe benauwd het daar is. Hoogtepunt van het boek en tot dat moment de cliffhanger is het gevecht in Amerika. In deze passage is de kickbokser meer in gevecht met zichzelf en de demonen die zijn leven beheersen dan met de klappen en kicks die hij moet verduren. De waanzin van het doorgaan, ondanks alles, of misschien juist wel daardoor, wordt excellent door de auteur in kaart gebracht. De liefde van Boogers voor zijn sport spat ervan af.

‘Ik ben een… vechter,’ zei ik. Vechtkunstenaar klonk interessanter, alsof je er daadwerkelijk iets voor zou moeten studeren.’ In Hemingway ziet hij een voorbeeld. Ook een schrijver en een bokser. ‘Hemingway vocht met zijn verhaal, met zijn personages, met zijn zinnen en woorden. Hij smeet ze op papier, ogenschijnlijk achteloos, maar elke keer met de trefzekerheid van een samoerai die met een zwaaiende beweging zijn tegenstander uitschakelt.’ Deze woorden had ik ook over Alex Boogers kunnen schrijven. Schijnbaar achteloos en uiterst trefzeker.

Alleen met de goden moet de doorbraak van Alex Boogers worden. De roman is de betrouwbare gids voor al het gajes dat nu eindelijk eens een boek moet gaan lezen. Een boek waarin ze zichzelf zullen herkennen en dat hun wakker zal schudden. Hier wordt man en paard genoemd. Alleen met de goden is de Joe Speedboot van 2015. Wat zeg ik… Tommy Wieringa mag wel oppassen. Alex Boogers komt eraan!