Allemans gek van Richard Russo
Recensie door Guus Bauer (10 juli 2017)
De Amerikaanse schrijver Richard Russo (1949) won in 2002 de Pulitzer-prijs voor zijn tragikomische roman Empire falls, waarin hij het dagelijkse overleven van goedbedoelende mensen in een stadje op retour beschrijft, zoals in al zijn werk met veel mededogen. Russo is een rasverteller, zoals ook blijkt uit Nobody’s fool, een klassieker uit 1993, die in 1994 met Paul Newman in de hoofdrol werd verfilmd, en afgelopen jaar in het Nederlands verscheen onder de titel Niemands gek.

Een logische keuze van de Nederlandse uitgever, want ook tot zijn eigen verbazing was Russo in 2011 teruggekeerd naar het stadje Nort Bath waar Niemands gek zich afspeelt, om er schrijftechnisch bijna vijf jaar te blijven. Met als resultaat: opnieuw een lijvige inkijk in de beweegredenen van de bewoners, in het Nederlands uitgebracht als Allemans gek. Je zou kunnen spreken van een vervolg – het decor en de spelers zijn hetzelfde – maar beide delen zijn los van elkaar te lezen en wat opzet en perspectief betreft totaal verschillend. Russo is er in Allemans gek in geslaagd om ‘meer van hetzelfde’ te vermijden. Een eerste kennismaking met het werk van Russo via deze roman kan net zo vervullend zijn, als wanneer iemand Niemands gek heeft gelezen. Russo heeft gekozen voor de algemene nuance, ook door de Russo-blanke lezer op te pikken. Een ware krachttoer.

Het plaatsje Nort Bath is gemodelleerd naar Ballsten Spa in de staat New York, een gehucht dat ernstig leed onder het droogvallen van de natuurlijke bronnen, gelegen op een slordige vijftig mijl van Gloversville, de plaats waar Russo zelf opgroeide. In het nabijgelegen Schuyler Springs (Saratoga) floreert de toerisme-industrie, gaat ogenschijnlijk eigenlijk alles goed. Ze zijn daar met de tijd meegegaan, hebben een hippe universiteit en dito uitgaansgelegenheden.

Het verval in Nort Bath heeft zich in Allemans gek echt ingezet. Muren van oude fabrieken vallen om, er komt een stinkende gele smurrie uit de grond en bij elke hoosbui spoelen de graven op het kerkhof weg, wel alleen de rustplaatsen van de armelui. Nort Bath lijkt totaal af te kalven, recht de afgrond in. De bewoners die in Niemands gek zich nergens iets van aantrokken, de moed er tegen de keer inhielden, lijken ook niet anders te kunnen doen dan zich over te geven.

De ster van de gemeenschap in Niemands gek, de oorlogsheld en kroegtijger Sully, een carbon copy van Russo’s vader, heeft het ernstig aan zijn hart. Al wil hij dat eigenlijk niet weten en is de lezer de enige die er aanvankelijk kennis van neemt. De rondscharrelende bouwondernemer Carl is aan zijn prostaat geopereerd. Deze aandoening houdt hij angstvallig geheim, blijft voor de vorm grietjes oppikken. Van de slonzige advocaat Wirf, drinkmaat en moppenaangever van Sully, is alleen nog zijn kunstbeen over op een ere-plek in het café.

Iedereen is ouder geworden en vecht krampachtig tegen het eigen vaak onwillige lichaam. Men houdt elkaar en zichzelf voor de gek. Heel veel oud zeer wordt verborgen. Nieuw zeer probeert men niet toe te laten. Alsof het lot is te bespelen. Maar wie is nu allemans pispaal? De sullige agent Doug Raymer is, uiteraard in deze gemeenschap, gepromoveerd tot commissaris. Hij wordt, eventueel achter het handje, bespot door iedereen. Het uniform is zijn enige verweer, maar door zijn weifelende optreden, zal het niet lang meer duren voordat ook zijn outfit geen bescherming meer biedt. Doug weet het zelf ook, en doet er na het bizarre overlijden van zijn vrouw Becka, ook niets meer aan om zijn imago te verbeteren.

Als vanzelf valt hij, bevangen door de warmte, tijdens de begrafenis van de rechter die hem zo vaak in zijn rechtszaal bespotte in diens vers gedolven graf. Allemans gek is doorspekt met ‘kolderieke’ scènes, maar Russo weet ze zo natuurlijk, zo terloops te brengen dat ze waarheidsgetrouw zijn. Het leven dat de fictie maar weer eens inhaalt.

Ene Roy, schoonzoon van Sully’s minnares Ruth, komt vervroegd vrij, wegens goed gedrag, zegt hij, maar het is omdat de gevangenissen overvol zitten en goed personeel ontbreekt. Hij geeft voor dat hij zijn leven heeft gebeterd. Maar houdt het maar een paar uur vol. Roy vertegenwoordigt het geweld, de slechtheid. Allemans gek is beslist een paar tikkeltjes donkerder dan de voorganger, maar de slechtheid, de doortraptheid van Roy past in de gemeenschap. Niets zo louterend als een flink vuistgevecht. Werkelijk duister zijn de manipulaties van een docent waarmee burgemeester Gus te maken heeft gehad tijdens zijn werk als professor. Een man die mensen ongekend vals tegen elkaar opzet, eenvoudigweg omdat hij er goed in is, omdat hij er plezier aan beleeft. Dat zijn zaken die niet passen in het wezen van Nort Bath.

De ontwikkeling van Doug Raymer in deze roman is roerend, tekenend ook voor de nieuwe tijd. De rol van de media die bijna elk gezond verstand teniet doet. De oude ‘vijanden’ Sully en Doug groeien naar elkaar toe. De sullige echtgenoot van Sully’s minnares Ruth, blijkt altijd toch daadkrachtiger te zijn geweest als gedacht. Niets is wat het lijkt. Doug Raymer wordt van allemans gek langzaam tot niemands gek. In die zin is het een ontwikkelingsroman met een happy end. Denk daarbij niet aan suikerzoet Hollywood-gedoe. Daarvoor zijn de personages te echt, te doordesemd. Men berust in het lot, maar behoudt nog wel een zekere reserve. Allemans gek is opnieuw een uiterst menselijk boek.