Alles van waarde van Lodewijk van Oord
Recensie door Guus Bauer (22 augustus 2016)
Lodewijk van Oord (1977) woont sinds 2014 in Italië, waar hij adjunct-directeur is van een internationale school. In dat jaar debuteerde hij met de roman Albrecht en wij. Een portret van een directeur van een Amsterdamse dierentuin, de laatste neushoorn Albrecht en een Zuid-Afrikaanse neushoornspecialiste. Wat zet een mens op het spel om zijn ambities te verwezenlijken, hoever ga je mee in mediageiligheid? Het bekende tv-boekenpanel prees het vanwege de humor. NRC Handelsblad vond het een uitstekende vorm van maatschappijkritiek, zag er een snedige schets in van de huidige culturele tendensen.

In Van Oords tweede roman, Alles van waarde, schetst hij een weinig rooskleurig, maar daarom niet minder waarachtig beeld van de academische wereld. Wijnand Struif is de aangewezen persoon om zijn professor Simon Jagtman op te volgen aan het instituut van de Leidse universiteit dat zich bezighoudt met munten uit de klassiek oudheid. Er is weinig keus. Wijnand is na het emeritaat van Jagtman de enige die aan het instituut verbonden is, studenten zijn er al jaren niet meer. Hij is een teruggetrokken verstrooide professor, beslist geen mediapersoonlijkheid zoals zijn promotor Simon. Iemand die de klassieken op populaire wijze wist te verbinden aan het heden, ook op tv. Zijn boeken vinden gretig aftrek. Je ziet hem bij wijze van spreken zo een populairwetenschappelijke lezing geven in de DWDD-academie.

Nee, Wijnand is een Leidse binnenvetter die zich alleen op en rond Rapenburg op z’n plek voelt, die al hoogtevrees heeft wanneer hij op de spreekwoordelijke krant staat, die niets met lichamelijkheid heeft, waarschijnlijk nog nooit iets met een ander heeft gehad. Hij is een behoorlijk saaie piet, een vakidioot, iemand die zich goed voelt in zijn beroepsdeformatie. Laat hem maar lekker in zijn stoffige kabinet artikelen schrijven, gedegen betogen met noten en appendices. Geen geronk, geen bombastische taal in zijn wereld. Van Oord houdt het wat taal betreft aangaande Wijnand vrij droog. Poëzie zou ook niet bij de professor passen. Hij raakt al uit balans wanneer een jaargang van een handboek niet in de bibliotheek aanwezig blijkt. Raadplegen mag, uitlenen is niet toegestaan.

Maar de bibliothecaresse Taziri, een bijbanende studente met hoofddoek, maar verder rokend en drinkend, maakt zich er niet druk om, net zo min als Simon of de andere professoren. Taziri vertegenwoordigt de nieuwe tijd, de tijd waarin de connectie met de oudheid, met de academische traditie niet meer vanzelfsprekend is. Wijnand heeft moeite met de lossere benadering, maar wanneer hij Taziri een kontje geeft op een trapje om voor hem een boek te pakken, dringt zij langzaam in zijn beperkte wereld binnen. Is het daarom dat hij veelvuldig Latijn citeert? Uitdrukkingen die overigens door Van Oord gelukkig niet worden verklaard.

Alles van waarde, ja, ja, is weerloos. De krappe zesduizend munten vertegenwoordigen een lieve som geld, een bedrag dat in de miljoenen loopt. Waarom niet het instituut opheffen en het geld elders gebruiken waar het tot meer prestige voor de universiteit zal leiden? Een lid van het bestuur, ene Sjuul van Baarlo, heeft daar wel oren naar en handelt zonder enige consideratie voor de wetenschap.

Wijnand is natuurlijk niet bepaald een strijdbaar type, maar Simon ziet hierin een kans om zijn pensioen met ‘een hobby’ te vullen. Hij schrijft ronkende mails aan collega-instituten over de hele wereld. De internationale reputatie zal de universiteit wel niet op het spel willen zetten. En hij heeft nog een enorme troef achter de hand: een beeldschone studente archeologie, ook nog eens van Marokkaanse afkomst, die goed is met computers. Jawel, Taziri de bibliothecaresse. Zij kan mooi de digitalisering van de munten op zich nemen. Daarvoor is van overheidswege een subsidie verstrekt.

Het bestuur haalt bakzeil en houdt het instituut voor numismatiek nog een jaar draaiende. Alles voor de juiste publiciteit immers. Van Oord werkt de beroepsrelatie tussen Wijnand en Taziri goed uit. In een van de mooiste, meest intense scènes, vindt Wijnand een wimper van haar in het toilet. Hier is van Oord kraakhelder en genuanceerd. De academische protagonisten zijn stuk voor stuk behoorlijk karikaturaal, vooral bestuurder Sjuul is net iets te dik aangezet. Het verhaal heeft een kalme tred, passend bij de wandeling die Wijnand dagelijks rond het instituut loopt, waarbij hij de stappen precies telt. Afwijken is eigenlijk geen optie. Inspirerende kalmte is wat Wijnand eigenlijk graag wil. Van alle kanten wordt er aan zijn kleine bastion gemorreld.

Stukken tekst met geschiedenis over de munten in de oudheid zijn aardig ingebed, maar langer hadden ze beslist niet moeten zijn. De plot van Alles van waarde is niet super verrassend, maar wel sterk. De weg ernaartoe is wat bedaagd, maar de personages leven wel. Van Oord is in deze roman een goede verteller, taaltechnisch kan het niet altijd bekoren. Maar dat kan natuurlijk aan de vocabulaire van Wijnand liggen. ‘Impromptu terrassen aan de gracht.’ ‘Repen zonlicht vielen door de lamellen naar binnen en wierpen zich als bladmuziek over de tafel.’ Wijnand, geen poëtische uithalen! En laat die dromen voortaan ook maar achterwege. Hou het bij het kleine geluid. Bij sterke observaties als: mompelen is een beproefde methode om een teleurstelling te bezweren.

Sjuul van Baarlo verdient echt een veeg uit de pan. Wat een platte humor zeg. Hij heeft eerder bij KLM tweehonderd stewardessen de zak gegeven. ‘Niet mijn eigen zak natuurlijk. Niet allemaal tenminste, haha.’ Van Oord neemt een duidelijk standpunt in aangaande de academische wereld. De sluiting van het instituut is een symptoom voor de teloorgang van het zelfvertrouwen van de westerse cultuur. Ieder voor zich, maar toch houden de universiteiten elkaar angstvallig in de gaten, willen het liefst elkaar kopiëren. De tijd van de eenheidsworst. De echte wereld waaraan ook iemand als Wijnand zich helaas niet kan onttrekken. Al neemt hij moedige besluiten. Zijn populaire typoscript ‘Wintersport bij de Romeinen’ laat hij onuitgegeven. Chapeau! Blijf trouw aan jezelf. Hij perst het zowaar in een mooie oneliner:

Maar inzicht is per definitie onbaatzuchtig, en werkelijke waarde zal altijd ongrijpbaar blijven. Dat is de banaliteit van het waardevolle.