Alles wat is van James Salter
Recensie door Ezra de Haan (28 november 2013)

Een leven van schone schijn

Sommige schrijvers hebben, zeker als ze wat ouder worden, de neiging zich te herhalen. Slechts een enkeling slaagt erin als wijn te rijpen en met de jaren beter te worden. James Salter ( 1925) is zo’n uitzondering die de regel bevestigt. Onder schrijvers en liefhebbers van de Amerikaanse literatuur was hij al jaren een geheimtip. Zijn laatste roman Alles wat is zal, binnen een oeuvre dat al vol hoogtepunten zat, zijn beste boek blijven. Alles wat is zal op een dag zelfs tot de klassiekers van de Amerikaanse literatuur gaan behoren.

Het is het verhaal van Philip Bowman, een marinier die na de Tweede Wereldoorlog naar Amerika terugkeert. De oplettende lezer merkt meteen op dat Salter voor die hele Tweede wereldoorlog slechts dertien pagina’s nodig heeft. Wie zuinig schrijft, heeft niet veel woorden nodig. En een beeld zegt vaak meer dan honderden voorbeelden van wreedheid. Neem deze observatie: ‘Na afloop stonden de palmbomen aan de kust er naakt als palen bij, omdat alle bladeren waren weggeschoten.’ Het gaat Salter niet echt om die oorlog, het gaat erom wat die heeft aangericht, wat die met de overlevenden heeft gedaan en hoe ze vervolgens verder moesten.

Na de oorlog wordt Bowman redacteur bij een uitgeverij en maakt hij al snel deel uit van een wereld die van luxe appartementen en wilde feesten aan elkaar hangt. Vrouwen en de liefde beheersen zijn gedachten. Maar ondanks financieel succes blijkt de liefde voor hem een probleem. Zijn eerste huwelijk, nota bene met zijn ‘droomvrouw’ Vivian, mislukt. Salter legt uit hoe dat komt door haarfijn weer te geven hoe de nog naïeve Bowman Vivian ziet.

‘Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden. Haar gezicht zag eruit alsof het nog niet helemaal af was, met broeierige trekken, een mond die niet graag lachte, een opwindend gezicht dat God had voorzien van een simpel antwoord op het leven. En profil was ze nog mooier.’

‘Hij zag zichzelf al met haar stoeien tussen het beddengoed en de zalige geur van het huwelijk, de maaltijden en de vakanties, de gedeelde kamers, de aanblik van haar, half gekleed, haar blonde haar, het bleke dons tussen haar benen, de seksuele rijkdom die altijd zou blijven.’

‘…zag hij dat ze in slaap was gevallen. Haar hoofd was schuin weggegleden en haar mond stond een beetje open. Hij werd overvallen door sensuele gedachten. Haar gladde kousenbenen, om de een of andere reden dacht hij aan beide benen afzonderlijk - de lengte en de vorm ervan. Hij realiseerde zich hoe smoorverliefd hij was. Ze had het in zich om iemand immens gelukkig te maken.’


Bowman komt niet verder dan zijn fantasie en het uiterlijk. En daarin staat hij niet alleen. Door typische ‘mannengesprekken’ weer te geven komt de ware aard van mensen naar boven. Soms is dat ontluisterend. Zoals veel in deze roman die iedere vorm van romantisch denken onderuit trekt. Het gesprek van Amussen met Peter Connors is daarvan een goed voorbeeld. Amussen is oud, getrouwd en rijk. Hij heeft een oogje op Darrin die liever Dare genoemd wil worden. Nomen est omen, denk je dan meteen, want zo jong als ze is heeft ze geen moeite met een man als Amussen. Ze is ad rem en reageert gevat op zijn vragen.

‘Mevrouw Pry? Van Graywillow Farm? Ik heb nog op school gezeten met haar dochter, Sally.’
‘Dat dacht ik al, ja.’
‘Ik bereed al haar paarden en de stalknechten bereden haar.’


Haar grap is een inleiding op de wereld van mensen en paarden. Voor Amussen is er nauwelijks onderscheid tussen vrouwen en paarden. Je kunt ze beiden berijden. Dat blijkt maar al te pijnlijk als hij Dare met Peter Connors bespreekt.

Hij (Peter) was onzeker, hij wilde advies. Het ging over Dare, hij was verliefd op haar maar wist niet zeker wat ze van hem vond.
‘U zat vanmiddag met haar te praten, ik bedoel, ze zweeg ineens toen ik binnenkwam, dus ik vroeg mij af of het over mij ging. Ik weet dat ze u bewondert.’
‘We hadden het niet over jou. Het is een energieke meid,’ zei Amussen, en die zijn soms moeilijk te hanteren.’


Na dit gesprek bevolken wilde dromen over Dare de gedachtewereld van Peter. Op een dag vindt hij de moed om ’s nachts op haar kamerdeur te kloppen. Het is echter Amussen die opendoet met de autoritaire woorden: ‘Ga naar bed.’

En ook in het leven van Bowman blijft het tobben. Een tweede huwelijk komt niet eens tot stand en ook zijn derde kans op geluk gaat in rook op. Steeds weer zien we Bowman na een liefdesdrama opkrabbelen en zich in de volgende affaire storten. Typerend voor Salter is de prachtige stijl waarin hij schrijft. Belangrijker nog is zijn ongelooflijke inlevingsvermogen. Hij weet wat mannen én vrouwen denken. Hij kent de, vaak foute, fantasieën van mannen over de vrouw en durft ze ook neer te schrijven. Vaak komen die zelden overeen met de geliefde. En zelfs als dit het geval is, zoals bij de onverzadigbare Griekse in het verhaal, blijkt het uiteindelijk toch heel anders te zijn dan de verliefde Bowman dacht. De manier waarop Salter mensen en hun gevoelens beschrijft is open. Het doet aan een gesprek met je beste vriend denken. Dat de lezer hierdoor ook opmerkingen leest die ‘je niet kunt maken’ zorgt juist voor de echtheid ervan.

‘Wat vond je van Philips nieuwe vriendin?’
‘Is ze nieuw?’
‘Nou, niet helemaal nieuw, maar zeker ook niet oud.’
‘Nee, ze is een stuk jonger.’
‘Hij ziet er zelf ook een stuk jonger uit.’
‘Ja, dat wordt beweerd, hè?’.


Ook dit is weer typisch Salter, hij ziet kans ‘tussen de regels’ te schrijven. Het is de combinatie van verschillende momenten en opmerkingen die het kwartje bij de lezer doen vallen. James Salter heeft, op zijn oude dag, een meesterwerk geschreven dat moeiteloos kan worden vergeleken met een ander meesterwerk uit de wereldliteratuur, De goede soldaat van Ford Maddox Ford. Het zijn beide romans die de illusie onderuit trekken dat gelukkig leven mogelijk is. Pijnlijk prachtige boeken…