Aung San Suu Kyi van Jesper Bengtsson
Recensie door Guus Bauer (11 januari 2012)

De Zweedse auteur Jesper Bengtsson (1968) houdt zich als lid van Reporters Without Borders al tien jaar bezig met de politieke snelkookpan die Birma heet. Zojuist is van hem een biografische schets verschenen over het land en het icoon van de democratische beweging: Aung San Suu Kyi : strijd voor de vrijheid in Birma.

Eind 2010 werd Nobelprijswinnares voor de Vrede Aung San Suu Kyi vrijgelaten door de generaals van de Birmese junta. In totaal had zij sinds 1989 vijftien jaar af en aan in huisarrest gezeten, verstoken van contact met haar omgeving, haar partijgenoten en haar gezin. Bengtsson heeft haar in februari 2011 uitgebreid gesproken en daarnaast zoveel mogelijk mensen in haar omgeving en uit haar verleden geïnterviewd. Het levert een opmerkelijk portret op van een geweldloze vrijheidsstrijdster tegen wil en dank. De auteur durft het daarbij ook aan om een minder eenduidig beeld te schetsen. De cultstatus brengt nu eenmaal ook beperkingen met zich mee.

Aung San Suu Kyi leek al vanaf haar geboorte voorbestemd om een belangrijke rol te gaan spelen bij de democratisering van Birma. Haar vader was de charismatische generaal Aung San, die met hulp van de Japanners het land bevrijdde van het Engelse koloniale bewind. Pas later bleek dat de nieuwe bezetter nog wreder was. ‘De Engelsen behandelden ons als vee, de Japanners als honden.’ Vlak voordat Aung San de eerste premier van een democratische staat zou worden, werd hij samen met een aantal ministers doodgeschoten. Hij groeide daardoor uit tot een door alle partijen vereerde mythische held. Suu was toen pas negen jaar oud.

Een van haar voorvaderen was een beroemde guerrillastrijder die in 1880 door de Britten was onthoofd. Een adellijke neef van haar moeder streed in de jaren dertig tegen de kolonisator. Suu kon bijna niet ontkomen aan de historische ballast.

Haar moeder nam de kinderen mee naar India en aanvaarde een post als ambassadrice. Na een paar jaar legde ze haar functie neer omdat ze zich niet meer kon verenigen met de opvattingen van de generaals die in 1962 via een staatsgreep aan de macht waren gekomen. Ze doopten Birma om in Myanmar, de naam van een oud koninkrijk, en maakten daarmee hun feodale bedoelingen duidelijk. Het land dat op de kaart staat, heeft in feite nooit bestaan omdat veel etnische bevolkingsgroepen het centrale gezag nooit hebben erkend.

In India kwam Suu in aanraking met de leer van Ghandi. Toen ze daarna in Oxford ging studeren, maakte ze kennis met de vrije opvattingen van de studenten en keek ze van de zijlijn toe bij de vele protestdemonstraties. In Engeland ontmoette ze ook haar latere man Michael Aris. Hij werd leraar Engels in het despotische staatje Bhutan. Suu kreeg een betrekking bij de Verenigde Naties. Hun prille relatie overleefde de grote afstand.

Toen de moeder van Suu ernstig ziek werd, vertrok Suu naar Rangoon. Op dat moment werden in Birma studentenprotesten bloedig onderdrukt. Als vanzelf rolde Aung San Suu Kyi in de rol van voorvechter voor mensenrechten. Als dochter van de verzetsheld hield ze een door honderdduizenden bijgewoonde toespraak bij de historisch belangrijke Shewedagon-pagode.

Het ongekend wrede regime van de generaals wist niet goed wat het aan moest met de ontwapende persoonlijkheid, dochter van een held die zij zelf ook voor hun karretje hadden gespannen. Ze besloten haar monddood te maken. Ze kreeg huisarrest. In de staatsgecontroleerde pers werd ze afgeschilderd als een verrader, een spion, iemand die door haar huwelijk met een voormalige kolonisator haar geboorteland verkwanselde. Geen Birmees die de berichten geloofde. Onbedoeld heeft het regime met haar opsluiting haar cultstatus versterkt. Suu, klein van stuk, maar onwrikbaar in haar opvattingen, kreeg de bijnaam de IJzeren Vlinder. De bewegingsvrijheid die haar in haar geboorteland werd gegund, kan men zien als een soort barometer van de relatie tussen het regime en de buitenwereld.

De details van het huisarrest zijn gruwelijk. Suu had geen telefoon, mocht slechts een enkeling ontvangen en had niet of nauwelijks contact met haar in Engeland verblijvende man en zoons. Ze overleefde door een op boeddhistische grondslag geënte discipline. Elke ochtend stond ze heel vroeg op. Ze wiedde de tuin, speelde piano totdat het instrument geen normale toon meer voorbracht en las romans en non-fictieboeken. Haar man was er namelijk in geslaagd om toestemming te krijgen om haar pakketjes te sturen. Vooral de biografie van Nelson Mandela gaf haar de kracht om door te gaan.

Meermaals kreeg zij toestemming om te vertrekken naar Engeland, maar zij weigerde omdat dan alle strijd voor niets was geweest. De generaals hadden haar vast het land niet meer ingelaten. Toen bij haar man terminale kanker werd geconstateerd, kreeg hij geen visum om Suu te bezoeken. Een trieste apotheose van de onmenselijkheid. Ze wisten nog een paar keer met elkaar te telefoneren, totdat ook deze sluipweg door de junta werd afgesneden. Is dat een van de laatste persoonlijk offers geweest van Aung San Suu Kyi?