Beste vriend van Robert Vuijsje
Recensie door Guus Bauer (31 januari 2012)

Voor zijn debuutroman Alleen maar nette mensen ontving Robert Vuijsje (1970) in 2009 De Gouden Uil. Het boek werd een bestseller. De verfilming is bijna klaar. Na een verzamelaar van krantencolumns is er nu een tweede roman: Beste vriend.

Sam Green is een Joodse jongen uit Amsterdam-Zuid. Hij heeft het helemaal gemaakt, want hij wordt voor quizzen en spelprogramma’s op tv uitgenodigd, staat op de covers van de grote bladen en is een graag geziene gast bij premières en vernissages. Iedereen kent Sam, maar waarmee is hij ook al weer beroemd geworden?

Zijn vader is ook een VIP-persoon, al is zijn roem tanende. Hij is een wetenschapper die als eerste op televisie iets over HIV en AIDS kon vertellen. Eerst was Sam de zoon van, nu is senior de vader van. Sam heeft een verhouding met de Surinaamse Venus. Hun zoontje van zes heet Sammie. Beste vriend begint met een typische Vuijsje-zin: ‘Hij heeft het lichaam van een neger en de hersens van een jood.’

Gaat de auteur verder op de maatschappijkritische weg die hij met zijn succesvolle debuut is ingeslagen? Jawel, maar op een nieuwe, frisse manier. Vuijsje beschrijft op laconieke wijze mensen met een Blackberry als ‘prothese’. Berichten via Twitter, Facebook, MSN, ping, WhatsApp, sms en e-mail scrollen over de pagina’s. Roem is de nieuwe religie. Sam is ‘iemand’. Hij is tot het niveau doorgedrongen waarop het op tv er niet meer toe doet waarvan je ook alweer bekend bent. ‘De enige manier om op televisie te komen, is door op de televisie te komen. (…) De mensen die bepalen wie op televisie komt, halen hun inspiratie uit kijken naar de televisie.’

Een vraag op tv is niet een vraag zoals in het echte leven. Met een normaal gesprek heeft het niets te maken. Het is eigenlijk niet de bedoeling dat je antwoord geeft. Het is een rollenspel. Sam lijkt het koste wat kost te willen spelen. Je bent je eigen onderwerp geworden. In dat kader is zijn absolute doel te verklaren: de eenmalige glossy SAM die in een oplage van honderdduizenden dient te verschijnen.

Tussen alle hilarische beschreven beslommeringen in de wereld van de Bekende Nederlander door staan dagboekstukken gericht aan de Beste vriend. Wie dat is, blijft lang in het midden. Deze intermezzo’s zijn haarscherp. In het stuk ‘De ranglijst’ bijvoorbeeld analyseert Vuijsje lekker vilein het ouderschap op een schoolplein. Bovenaan staan ouders die het gelukt is om bij elkaar te blijven en om uitsluitend met elkaar kinderen te maken. Onderaan staan de alleenstaande vaders.

Eerst kon Sam met zijn problemen nog wel terecht bij zijn jeugdvriend Vincent, maar ze zijn uit elkaar gegroeid. ‘Gewone burgers hebben nu eenmaal geen idee wat er allemaal bij de beroemdheid komt kijken,’ aldus Rocky, de mental coach, een ‘echte vriend’. Sam verliest langzaam de realiteit uit het oog. Mooie scène in dit kader is als Sam en Venus naast elkaar in bed liggen en alleen het geluid van de toetsen van hun slimme telefoons te horen is.

Twee straten van zijn huis huurt Sam een etage als werkruimte. Een tabloid plaatst na een tijdje een artikel vol halve waarheden: Sam zou de etage gebruiken als seksappartement. Venus gooit de relatie in het (nieuwe) slot. Ze vertrekt met Sammie naar Suriname. Komt Sam bij zinnen?

Vuijsje heeft een aangename staccato-stijl, die heel goed in de tijdgeest past maar tegelijk meer oproept dan je zou verwachten. Hij is de man van de lichte draai. Wat te denken van dit stukje: ‘Ze was de moeder van mijn kind. Ik hield van haar als van een zus. Alleen had ik geen zus.’ Prachtig.

Wie de auteur een beetje kent, weet dat hij een ingetogen man is die beschouwend is ingesteld. Beste vriend lijkt ingegeven door de rol die de auteur als BN’er is toebedeeld. Maar het boek zit ook vol met schaamte, schuld, pijn en twijfel. Op papier geeft Robert Vuijsje zich volledig.