Bizar van Paul Dentz
Recensie door Guus Bauer (7 september 2009)

Een prettige verzameling

Waar in het Engelse taalgebied de ‘short stories’ niet zijn aan te slepen, is dit genre in Nederland het spreekwoordelijke ondergeschoven kindje. Boekhandelaren slaan die titels in de aanbiedingsfolders bijna net zo snel over als dichtbundels. Zelfs bij ‘de grote namen’ blijven de verkoopcijfers meestal steken bij enkele duizendtallen. Met hangen en wurgen persen auteurs hun korte verhalen samen tot iets waaromheen een uitgever een omslagje kan doen met ‘roman’ op het voorplat.

Er is de laatste jaren een voorzichtige kentering gaande. Joost Zwagerman droeg daar met zijn vuistdikke verzamelaar aan bij. En de jury’s van de diverse grote prijzen schroomden niet om steeds vaker een verhalenbundel als winnaar te kiezen. (Een kind van God van Rachida Lamrabet, Witte Veder van Sanneke van Hassel, Sleur is een roofdier van D. Hooijer. ) Ook voor de beroepslezer kan een verhalenbundel een prettig ‘tussendoortje’ zijn. Zonder dat daarbij sprake hoeft te zijn van een lichte snack. Vooral op dagen dat er moet worden gereisd, geïnterviewd of geschreven, kan men fijn afleiding zoeken op de korte baan.

Onlangs verscheen van auteur Paul Dentz de bundel Bizar, met daarin eenentwintig op zichzelf staande geschiedenissen. Dentz viel al eerder op met een aantal egodocumenten, waaronder de roman Wees, een relaas over een, de titel zegt het al, verweesde jongen die het tot tandarts schopt. Een fraai inzicht in de studietijd van de naoorlogse jaren. Herkenbaar voor velen. Maar met Bizar maakt Dentz een grote stap voorwaarts, juist door afstand te nemen van de persoonlijke noot. Hij schiep weliswaar een massa aan personages en gebeurtenissen, maar mits gedoseerd gelezen stoort dit niet. Vooral in het begin van de bundel zijn de verhalen sterk en hebben een verrassende frappe in de trant van Roald Dahl. Prachtig is bijvoorbeeld het goed gecomponeerde titelverhaal, waarin een jonge vrouw haar ziekelijke hang naar ‘de extreme uitdaging’ niet kan onderdrukken.

Verder is Dentz ‘zijn tijd ver vooruit’. Toekomstverhalen waarin de ideale kinderen worden gecomponeerd, er contact is met het hiernamaals en waarin een doodzieke vrouw bij zelfdoding de hulp inroept van een huisrobot. Vrouwen met waanideeën, duistere spelonken en mannen die gebukt gaan onder tirannieke vrouwen. (Daar komt, het eerdere werk van Dentz kennende, toch weer even de persoonlijke nood om de hoek kijken.)

Alles bij elkaar een prettige verzameling. Dat liever dan bijvoorbeeld Denvis van Leon Verdonschot. Een heuse rockroman. Vermakelijke hapsnap-literatuur. Een zanger moet bij een eenmalig optreden in Zwitserland met een erectie uit een taart springen. Meer dan een semibiografische schets over een rockidool is het feitelijk niet. Het overstijgt nauwelijks het ‘en-toen-en-toen niveau’. Toch dient er hulde te zijn voor doorzetter Verdonschot. Door zijn Bekende Nederlanderschap en door zijn vlotte, journalistieke stijl zal hij ook veel jongeren aan het lezen houden.