Blauw slik en De oude wereld moe van Stefaan van den Bremt
Recensie door Ezra de Haan (31 oktober 2013)

Elke kronkel vingerlezend

Stefaan van den Bremt (1941) debuteerde als dichter in 1968. Inmiddels zijn er ruim twintig poëzietitels van zijn hand verschenen. Tevens is hij een groot essayist en vertaler. Uit het Frans vertaalde hij Franstalige Vlamingen als Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck en hedendaagse dichters als Marc Dugardin en André Doms. Uit het Spaans maakte hij grote dichters als Nicolás Quillén, Octavio Paz, José Lezama Lima, Jaime Sabines, Pablo Neruda, Ramón López Velarde, Marco Antonio Campos, Juan Gelman en Juan Manuel Roca toegankelijk voor de Nederlandse lezer. Maar ook de gedichten van Kafka, Brecht en Pietrass vallen onder zijn vertalingen. Zijn noeste arbeid werd in Mexico beloond met de Internationale Poëzieprijs van Zacatecas.

Blauw slik wordt in de Van Dale verklaard met ‘diepzeeafzetting langs de randen der continenten’. Het is een afzetting als gevolg van een levenlang lezen, leren en vertalen. Stefaan van den Bremt stelt hoge eisen aan zichzelf en aan zijn lezers. Zijn gedicht ‘De poëzielezer’ zou je als een handleiding bij het lezen van gedichten kunnen zien.

De poëzielezer

Over het blad gebogen
speurend naar de nerven
als naar de levenslijn
in de uitgestoken hand,
elke kronkel vingerlezend,

ook de stilte naproevend
op de tong of de taal
tussen de regels wil
bezinken in het wit,

spelt hij, slijpt betekenis
aan wat zo ongezeglijk
het oog ontspringt.


De bundel bestaat uit drie afdelingen: ‘Staande voor de sfinx’, ‘Een smaak van tijd’ en ‘Ga maar er is geen weg’. De woorden die je in de gedichten tegenkomt, tonen een Vlaming en de taalrijkdom die daarbij hoort. Zet je de mooiste woorden op een rij, dan ontstaat al een gedicht. Orewroet, steltletters, stuifwater en zuurte. Knarrentijd, knoeselvoeten en kribbebijt. Meteen denk je als Hollander aan Guido Gezelle. In het gedicht ‘Sneeuwijs’ klinkt zijn stem door.

Sneeuwijs

Wat onder je schoenen knerpt
is niet de sneeuw, het is
de wintertijd die kwettert
dat hij barst van kindertijd
die knirpt, van knarrentijd
die knarst, van krappe tijd
die krimpt, ijsvijvertijd
die smelt, die smaalt dat het
onder je knoeselvoeten knerst.


Gezelle is niet de enige dichter die doorklinkt in deze bundel. Martinus Nijhoff ontlokt Van den Bremt een gedicht, net zoals Roca, Borges, Machado en Nietzsche. Ook beantwoordt de dichter een vraag die zelfs Hölderlin niet kon beantwoorden in het gedicht ‘Zeggen en zijn’. Van den Bremt kent het werk van deze dichters als geen ander en dat merk je aan de woorden en toon van ieder gedicht dat aan hen opgedragen is. Maar ook als de dichter het zonder zijn voorbeelden moet stellen, schrijft hij heerlijke poëzie. Wat genoot ik van het titelgedicht ‘Blauw slik’ met zijn ‘kwijlt kwelders’, ‘schorre kleibank’ en ‘slikopwaarts’. Toch is een klein, verstild gedicht van Stefaan van den Bremt mij het liefst. Door de taal, door het pure en de eerbied voor het kleine. Het gedicht ‘Kwee’.

Kwee

Kwee, late bloeier met je dwaze, late peer –
de mensen van hier plukken je niet meer…
Hard en zuur, maak je tanden sleeuw,
plakt klef aan het gehemelte, ruik reeuws.

Maar eenmaal van je steencellen bevrijd,
met liefde ingemaakt, wat rins en gekonfijt,
of op mijn tong gelegd als kweeperengelei,
smaak ik slechts nectar en proef malvezij.


Eigenlijk zou je het lezen van deze gedichtenbundel moeten combineren met de consumptie van een ander boek van Van den Bremt: De oude wereld moe. In deze essaybundel houdt hij zich bezig met de vernieuwers en voortzetters in de literatuur. Als goed vertaler heeft Van den Bremt zich verdiept in het oeuvre van de dichters die hij vertaalde. Soms resulteerde dat in eigen gedichten waarvan de inhoud, taal of gedachte tot door hem vertaalde dichters te herleiden is. Juist doordat hij inzicht geeft in dichters als Nijhoff, Roca, Apollinaire, Paz of Neruda, wordt hun werk nog interessanter. Blauw slik en De oude wereld moe vormen een twee-eenheid en daarom horen deze boeken ook naast elkaar in de boekenkast van iedere poëzieliefhebber te staan. Juist de combinatie zal keer op keer tot herlezen leiden. Waar de Colombiaanse dichter Juan Manuel Roca een monument voor Niemand schreef, koos Stefaan van den Bremt voor vele monumenten voor Iemand.