Boks van Didi de Paris
Recensie door Ezra de Haan (2 februari 2012)

Liefde is een uppercut

Didi de Paris (Leuven, 1957) is een gedreven dichter, auteur en performer. Zo schreef hij diverse romans en verhalenbundels, waaronder Maladie d’Amour (1987), Hors d’Oeuvre (1989) en Voyeur (1995). Wie De Paris ooit heeft zien optreden, is hem nooit vergeten. Als een Vlaamse variant op Johnny (van Doorn) de Selfkicker heeft hij menig podium doen schudden door een spervuur van woorden. Didi de Paris is een fenomeen.

Boks bestaat uit drie delen, drie rondes. ‘Zeer’ opent met een gedicht over Arthur Cravan en daarmee wordt niet alleen de toon van deze bundel gezet maar ook een sleutel geboden. Cravan was een eenmansfractie, een onmogelijke combinatie van bokser en dichter, wellicht daardoor ook de allereerste performer. Wat we van zijn leven weten, roept meer vragen op dan antwoorden. Arthur Cravan verdween in 1918 in Mexico, ergens op zee.

Het eerste gedicht in deze bundel dat Didi de Paris aan hem wijdt, is ‘Zeer vrij / naar Cravan’, opgedragen aan De Schoolmeester. Al denk je na de tweede regel ook aan Paul van Ostayen of aan de Dadaïsten. Hier is een dichter aan de gang die alle regels, als die al bestaan, aan zijn laars lapt. Hij schrijft woorden zoals hij dat wil () , gebruikt archaïsch taalgebruik, (Ziet hier den laatsten dyslectieker!) en is fier op zijn Vlaams (verkoopt vaak ambras). Deze dichter ziet zichzelf als een dansende bokser. Hij belooft de lezer geen pardon en geeft hem er dus het liefst van langs.

Een dichter wikt zijn woorden
hangt vaak in de koorden.
gaat recht door zee, leeft op het scherp
van uw gulden snee.


Veel gedichten in ‘Zeer’ gaan over het België van Didi de Paris. Zo krijgt zijn geboortestad Leuven een ode in ‘Leuvenis’, zij het van een ander kaliber dan men gewoon is. De stad wordt vergeleken met een gevangenis en met è meiske dat bedrogen is. Vervolgens worden alle kroegen opgesomd en ook de kroegen die de dichter is vergeten.

Leuven is een grote black-out
volgebouwd en volgestouwd
met stella, pel-lel
& stout in de Marengo
& in de Jiezekes Boom.


De eindeloze opsomming doet zijn werk. Steeds meer waan je je dronken, ga je mee in de roes van Didi de Paris en zie je de werken van Boon, Ensor en Breughel voor je. De haat-liefdeverhouding van de dichter met zijn stad is typerend voor hem. Liefst was hij er altijd.

Het leven had zoveel mooier kunnen zijn
als ik altijd thuis had kunnen blijven
om poëzie te schrijven.


Maar hij moet eruit, de barricades op, het onrecht bestrijden als Lambiek in De koene ridder. Bedreigde bossen, kernafval in Mol of kernkoppen in Kleine Broghel, altijd is er wel een reden om op te staan tegen het onrecht. En ook als het ‘verjaard’ is, ziet Didi de Paris nog kans er een gedicht aan te wijden zoals in ‘Misère à Louvain’. Dit gedicht gaat over de Katholieke Universiteit van Leuven die pas in de ‘roaring twenties’ besloot, als laatste in Europa, haar deuren voor vrouwen te openen.

‘Vrijgevochten’ is het tweede deel van Boks. De inmiddels op toeren gekomen dichter/bokser de Paris heeft de eerste ronde gebruikt om de lezer af te tasten. De tweede ronde is er een van plaagstoten. De gedichten ontstaan uit een bijzondere mix van literatuur en historische feiten. Deze schijnbaar tegenstrijdige onderwerpen - boksen en dichten - worden met twee gedichten bij elkaar gebracht. ‘Voorzichtigheid is geboden’ en ‘Jack in de box’ leveren mooie regels op. Humoristisch is:

Voorzichtigheid is geboden
als een bokser u een rondje
aanbiedt.


Maar ook poëtisch kan het zijn, een spelen met woorden die direct metaforen vormen.

Jack in the box (fragment)

Zoals overal elders
komt het erop aan
de juiste toon
aan te slaan,
elkander te treffen
op de juiste plek.

Meer ringinzicht
dan een huwelijk
vergt een boksmatch.
Op het laken
is het zoeken,
een va-et-vient
een aftasten
en dan scoren op punten……


Het zijn goede gedichten waarin ook de typografie een belangrijke rol speelt. Didi de Paris schuwt geen middel om het effect te bewerkstelligen dat hem voor ogen staat. Hij schokt bewust en juist daardoor slaat hij regelmatig raak. Eén uitspraak staat als een huis en verdient in het groot citatenboek te worden opgenomen:

Oorlog is als literatuur: de belangstelling ervoor is niet groot.

Zoals ik eerder schreef, trekt heel België aan je voorbij in deze bundel. Wie je niet verwacht en die desondanks toch veel aandacht krijgt, is Buffalo Bill. Vier pagina’s lang beschrijft Didi de Paris het bezoek van deze legendarische cowboy en circusartiest aan Antwerpen. Het is een wonderlijk gedicht. De dichter weet een bombardement op Antwerpen waarbij veel slachtoffers vielen en de film Buffalo Bill in de bioscoop Rex tot een geheel te boetseren. Zelfs Elvis komt daarbij van pas. Didi de Paris verstaat de kunst in poëzie verhalen te vertellen en ze humor te geven zonder dat ze cabaretesk worden. Integendeel. Ondanks de lach ontroeren ze ook.

‘Naar Cravan’ is het derde en laatste deel van de bundel. En ook het sterkste, ondanks de kwaliteit van de gedichten in ‘Zeer’ en ‘Vrijgevochten’. Op een paar gedichten na vormt deze afdeling een biografie in gedichten. Vaak klinkt de aanvallende, opgewonden toon van Arthur Cravan door in de poëzie.

Paris (fragment)

Ik had het meteen gezien
van bij de eerste lettergreep,
toeslaan, opblazen die handel
tot het klapt bij windkracht 8!
Uitspugen! Mondstuk!
Ik sla lettergrepen uit het verhemelte
als straatstenen uit het wegdek
geworpen.

Paris (fragment 2)

Boksen is gezonder dan schrijven,
elke mep een uitlaatklep,
stukken minder kans op letsel
en meer aanhang.


Didi de Paris leert ons waar Arthur Cravan zijn naam aan ontleende en wat ‘cravanter’ betekent. Ook schrijft hij over het liefje van Cravan, Mina Loy, een dichtende dame die opviel in surrealistische kringen. Het einde van Cravan, zijn vlucht naar Mexico en vervolgens de zee worden prachtig verwoord.

Dia de los muertes (fragment)

Zo kan het verhaal
voor eeuwig en drie dagen
alle kanten uit.

Golfslag, roeislag, hartslag…
En de horizon die tot de hemel opklom.
Een stip uit de kustlijn
dreef af, loste op in het perspectief
verdween door een scheur in de tijd.


Didi de Paris bewijst met deze bundel alle registers van de taal te kunnen bespelen. Hij is in staat als een Majakovski voetbalstadions met taal te manipuleren maar weet ook de stille lezer met zijn bundel te ontroeren. Uit alles blijkt een enorme lef. Zelfspot, woede en zelfs het ouderwets ‘schone’ krijgen een plaats in deze voorbeeldig vormgegeven dichtbundel. Voor wie het boek op ouderwets papier niet genoeg is, bevat Boks ook een DVD waarop 14 gedichten van Didi de Paris als clip te zien zijn. Het Vast Verbond van Losse Medewerkers legde de dichter en ook anderen die zijn poëzie voorlazen, vast in steevast opmerkelijke filmpjes. Hierdoor is Boks een lust voor oog en oor geworden.