Boud van Eva Rovers
Recensie door Guus Bauer (14 november 2016)
De biografie Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch, van Eva Rovers wordt, geheel terecht, ondersteund met een op YouTube en Spotify af te luisteren eigen soundtrack. Caleidoscoop Büch was minstens zo begeistert van muziek als van de dood en de literatuur. In de epiloog geeft de biografe aan dat ze boogt heeft om een wat genuanceerder beeld te scheppen van de dichter, schrijver, presentator en verzamelaar, van het totaalfenomeen Büch. Na het bezinken van de tekst, blijkt dat ze daar wel in geslaagd is, binnen de lastige grenzen die haar onderwerp zelf heeft opgeworpen. Het is een enorme opgave om een geloofwaardig beeld te scheppen van een individu, al zeker van een welhaast ongrijpbaar gevoels- en antigevoelsmens als Büch. De tegenstrijdigheid die je bij veel, zo niet alle, schrijvers treft, maar zelden in zulke sterke mate als bij hem.

De eerste paar honderd pagina’s van de biografie staan bol van de fantasie en de werkelijkheid die in Büchs leven in elkaar overlopen en tegelijkertijd elkaar in de weg zitten. Wat moet deze man zich verschrikkelijk ongelukkig hebben gevoeld. Daarmee niet de gecultiveerde status van gemankeerd dichter en romanticus bedoelend.

Hij heeft zich, voornamelijk om aan geld te komen voor zijn boekenverslaving, in heel wat vreemde bochten gewrongen. Lastig om je ‘agenda’ daarbij op orde te houden. Aan wie heb ik wat verteld? Nee, hij had geen studies Duits en filosofie afgerond, maar wat zou het? Met zijn kennis, met zijn ongelooflijke bijna niet te stillen leeshonger, wist hij menig doctorandusje op de knieën te krijgen. Zelfs in zijn donkerste periodes kon hij het op tv opbrengen om de meest uiteenlopende zaken met veel elan onder de aandacht te brengen. Net zoals Joost Zwagerman inzake kunst voor even uit zijn diep depressieput kon klimmen.

De roep om aandacht van Büch was niet alleen commercieel, zijn enorme productie in bladen en kranten niet uitsluitend voor het geld. Het was een overlevingsmechanisme, een noodkreet om echte persoonlijke intensiteit. En tegelijkertijd wist hij dat hij nooit iemand écht door de poort zou laten. Hij had het idee dat hij bij niemand, ook bij zijn opeenvolgende geliefden niet, zijn ware gezicht kon tonen. Een behoorlijk lastig uitgangspunt ook voor een biograaf. Je kunt zakenrelaties, kennissen en vrienden blijven interviewen. Het beeld zal daardoor uiterst divers zijn.

Büch gaf velen het idee dicht in de buurt te zijn. Zijn personage kon innemend zijn. Hij wist – eigenlijk net als zij broer Menno, degene waar hij het beste mee kon vinden – goed waar het grote publiek behoefte aan had. Ja, hij heeft heel wat gekoketteerd met taboes. Hij was zogenaamd homo en niet praktiserend pedofiel. Heel wat ziektes, alsook de dood van een fictief zoontje – of een her en der overdrachtelijk geleend jong kind – heeft hij ge- c.q. misbruikt. Maar het ging daarbij voornamelijk om het overbrengen van emoties, het zorgvuldig verbergen van (doods)angsten.

Naar gelang de tekst vordert, ontstaat een wat genuanceerder beeld, krijgt men meer oog voor de bijzondere gedrevenheid, het over-enthousiasme – we zijn immers geboren om enthousiast te zijn – en de behoefte om mooie dingen met anderen te delen. Dat was toch zijn belangrijkste drijfveer. Journalisten gingen steeds serieus op het (schrijf)werk van Büch in. Zelf nam hij zich, getuige ook de presentatie bij zijn eigen boeken- en reisprogramma’s, zijn hilarische optredens in reclamespotjes – totaal ondenkbaar voor schrijvers in die tijd – niet heel erg serieus.

Ja, hij was maar wat graag als ‘groot schrijver’ geëindigd. Dat is hem niet gelukt, eenvoudigweg omdat zijn teksten noodzaak ontbeerden, de latere romans hebben een hoog broodschrijverijgehalte. Maar Büch heeft wel aan de wieg gestaan van de wijze waarop schrijvers zich in de media moeten verkopen. Een VARA-programma als De wereld van Büch kan gerust worden beschouwd als een opmaat voor De wereld draait door. Vrijwel hetzelfde concept. Ook zo langzamerhand een persoonscultus. Waarbij moeten worden aangetekend dat Büch zich kon beroepen op een enorme feitenkennis. Of de door hem voorgeschotelde wetenschap altijd hout sneed, was niet altijd duidelijk, maar het deed en doet er in het geheel niet toe. Büch was een aimabele, en voor zijn omgeving lastige, professionele bullshitter. Zijn verdienste is dat hij menigeen aan het woord, aan een gepassioneerde hobby heeft geholpen.

Rovers houdt in een vlot leesbare stijl goed de grote lijn goed vast, en trekt zelfs voorzichtige conclusies. Soms schemert er wel iets van bewondering door de tekst heen, hebben passages een hagiografisch element. Nu ja, het is geen gedetailleerde Büch-encyclopedie. Daarvoor is een enkel deel ook niet voldoende. Rovers focust op de verhoudingen met familie, vrienden, geliefden en zakelijke relaties, laat het patroon zien dat bijna altijd wordt gevolgd. Het geeft een beeld van een ogenschijnlijk openhartig mens, een man met lekker scherpe humor, een vileine roddeltante, maar ook iemand die geen tegenspraak duldde, om het minste of geringste met een persoon kon breken. Absolute loyaliteit was vereist.

Boud is de biografie van de eenzaamheid, het levensverhaal van een man, zo beducht voor het ondergaan van emoties – aangaande mensen, niet aangaande bijzondere boeken of memorabilia – dat hij vaak slechts een karikatuur, een gemaakt mens van zichzelf presenteerde. Iemand die een muur om zich heen bouwde. En daardoor uiteindelijk vereenzaamde, de conservator werd van een imago en, in het geval van Büch, ook de conservator van een thuisbibliotheek van ongekende omvang. Een man die paranoïde trekken kreeg. Die zijn hele werkzame leven heeft geprobeerd om de dood met de taal te neutraliseren. De taal, de boeken, die hij heeft gebruikt om van zichzelf een personage te maken. Om zich, al is het maar een beetje, in een soort Goethe te veranderen.

Ja, hij had succes, verdiende uiteindelijk veel geld, was beroemd, maar alles waarnaar hij in zijn jeugd zo hevig had verlangd, was niet voldoende om de leegheid te vullen die ontstaan was door de verkoop van zijn ziel. Büch de spelbepaler die een kluizenaar werd.

‘Was eerst de dichter Büch verdrongen door de journalist Büch, en had later de mediapersoonlijkheid het overgenomen van de schrijver: uiteindelijke overvleugelde verzamelaar Büch ze alle vier.’