De Latino’s van Leo Pleysier
Recensie door Jef van Gool (4 juli 2007)
De meeste romans van Leo Pleysier zijn in de Kempen gesitueerd, maar als hij over de lotgevallen vertelt van uitgezwermde familieleden, spelen ze ook in China (De Gele Rivier is bevrozen), India (De trousse) of Nigeria (Zwart van het volk). Anna en Toon in De Latino’s, een uitgave van De Bezige Bij, zijn bezeten van een ander continent. Als studenten in de jaren ’70 zijn ze zo in de ban van Dom Helder Camara en Ernesto Cardenal dat ze ‘de Latino’s’ worden genoemd. Hun levensbestemming staat vast: als ontwikkelingswerkers naar Latijns-Amerika. ‘Niets anders. Nergens anders.’

Als dat een wensdroom lijkt te blijven, zakt Toon weg in lethargie. Des te meer leeft hij op als ze kunnen gaan werken aan een ontwikkelingsproject in een indiaans bergdorp in Ecuador. Hij moet als landbouwingenieur een bergrivier indammen, Anna geeft jonge moeders onderricht in hygiëne en voeding. Hun gevoel van verbondenheid met de gemeenschap is zo groot dat ze, als ze een kind krijgen, dat Miguel noemen en de Ecuadoraanse nationaliteit geven.

Anna en Toon zijn idealistisch en bevlogen maar ook naïef, zeker wat betreft hun eigen mogelijkheden. Achteraf zal blijken dat ze niets hebben bijgedragen aan het behoud van het dorp. Als ze worden getroffen door een persoonlijk drama en niet eens meer met elkaar kunnen communiceren, verliest het dorp al zijn vroegere charme, hoezeer de bewoners ook met hen meeleven. Nog voor de afgesproken drie jaar zijn verstreken, keren ze terug naar België.

Pleysier heeft een subtiele en intense roman geschreven over het teloorgaan van idealen en het onvermogen tot communicatie. Vooral de sensitieve en sterke Anna is een personage dat je bijblijft. Anders dan de rigide Toon behoudt zij haar idealen, tot jaren later na een bezoek aan Ecuador en een mislukt Derde-Wereldfeest de conclusie onontkoombaar is dat de tijden voorgoed veranderd zijn.

Bron: Camé Magazine