Het verhaal van een huwelijk van Ger Gulliksen
Recensie door Guus Bauer (27 augustus 2018)
Het verhaal van een huwelijk is de eerste roman die in het Nederlands is vertaald van de Noorse schrijver Geir Gulliksen (1963). ‘Redacteur van Knausgård’, staat er op het bijgevoegde promotie A-4tje. Niet al te prominent, maar toch. Echt van belang is het niet, maar het valt gezien de privé-inkijk van deze roman te begrijpen dat men het verband wil leggen. Gulliksens roman is, hoe gek dit ook moge klinken, veel authentieker dan het uitgesponnen werk van zijn successchrijver. Het is toch echt onmogelijk om alles tot in het detail op te schrijven wat je zo meemaakt. Het blijft een romaneske uitvergroting c.q. samenklontering van het bestaan. Schrijven is verschuiven, is net even kantelen van de werkelijkheid, teneinde vragen op te roepen.

Het verhaal van een huwelijk gaat voorbij het ‘autobiografische element’, is een onderzoek naar mogelijkheidsvoorwaarden. Een analyse van wat eens was. Zo helder als maar enigszins mogelijk. En dus versluierend. Ook door de originele vorm die Gulliksen heeft gekozen. Hoofdpersoon Jon doet verslag van de werdegang van zijn huwelijk. Twintig jaar hebben hij en zijn gade een voorbeeldig leven geleid. De grote liefde van het leven. Een speciale harmonische band voor de eeuwigheid. Hoe is het mogelijk dat daar de klad in is gekomen? Jon, wellicht zelf iets wijzer geworden, probeert de situatie vanuit haar perspectief te bekijken. Ergens toch tevergeefs. En dat maakt deze roman zo sterk, zo intens menselijk.

Hoe spijtig ook, een ander is nooit helemaal te doorgronden. Er zullen altijd vragen zijn. Sterker nog: de vragen zullen zich alleen maar ophopen. Aannames op aannames. Een ontelbaar aantal scenario’s. En weet zijn vrouw zelf eigenlijk wel wat de ware redenen zijn voor de breuk, kan zij zichzelf tot op de bodem doorgronden. Zelfs daar zit een element in van vergeefsheid. Het is zoals het is, een voldongen feit. De mens die geleid wordt door niet helemaal te duiden krachten. Waarom blijven we het toch elke keer proberen, waarom stellen we ons bloot aan de liefde, terwijl die vaak eerder pijnlijk is dan vervullend?

Alle fases van woede en verdriet komen aan bod. Jon verliest zich in verschillende draaiboeken, maar Gulliksen blijft helder in zijn taalgebruik. Daarmee laat hij de verwarring, de vertwijfeling juist heel duidelijk zien. Je kunt daardoor meegaan in het gedachtegoed van de protagonist. Denk aan de vormtechnisch sterke song van ABBA, het nummer The Day Before You Came. Een vrouw beschrijft haar routines voor de ontmoeting met een grote liefde. Op een bepaalde manier is de roman van Gulliksen een tegenhanger. Het beschrijft in feite het naspel. The Morning After, de stilte na de liefdesstorm. ‘Lange tijd is er geen andere manier om hieraan terug te denken dan als aan een onverwacht en onverdiend geluk.’ De grote liefde van Jon en zijn vrouw. Voor hetzelfde geld kun je hier ook ‘ongeluk’ invullen. Jon voelt zich verraden. Hij probeert het te duiden met verschillende herinterpretaties.

Gulliksen zorgt voor gelaagdheid door het toevoegen van een aantal belangwekkende aspecten. Allereerst heeft Jon zijn eerste vrouw en jonge dochter plotsklaps verlaten voor de vrouw waarmee hij twintig jaar het grootse geluk op aarde heeft gekend. Zijn eerste vrouw voelde zich bekocht, verraden. In haar wanhoop riep ze uit dat ze hoopte dat hij een dergelijke allesvernietigende pijn ook nog eens een keer voor zijn kiezen zou krijgen. Heeft Jon daarnaast met zijn gedrag zijn vrouw niet in de armen van zijn rivaal gedreven? Enerzijds is hij jaloers, anderzijds heeft hij het vertrouwen dat de relatie zelfs een affaire kan verdragen, is hij nieuwsgierig naar de intimiteit tussen die twee, zou hij zelfs wel bij een liefdesdaad tussen hen willen toekijken, of tenminste achter de deur willen luisteren.

‘we hadden zo’n onderlinge soepelheid bereikt dat we alles konden delen, dachten we.’

‘Dachten we’, een belangwekkend bijzinnetje. Want dat is zijn gedachte, de aanname van Jon. Als puntje bij paaltje komt, kan hij het toch niet verdragen. Het mooie is dat de verschillende invalshoeken die Jon bekijkt eigenlijk nog het meeste zeggen over hemzelf als persoon. Je krijgt een behoorlijk totaalbeeld van de complexiteit van gevoelens, van de strubbelingen in intermenselijk gedrag. Het meest pijnlijk is de conclusie dat wat ooit geweest is, er niet meer is. Dat de legitimatie van de liefde ook is verdwenen. Dat zelfs die twintig jaar samen in harmonie zijn vervluchtigd. Ja, er zijn nog twee liefdesbaby’s geboren. Die zijn met hen opgegroeid. Gulliksen laat – door zoiets plastisch als het uitruimen van de gemeenschappelijke spullen in de koelkast – de walging zien van de oudste jongen ten opzichte van zijn vader, ten opzichte van de situatie. Ergens heeft het er allemaal niet toegedaan en dat is hartverscheurend.

‘Degene die ze was toen ze bij mij was, is er sowieso niet meer. Degene die ik was toen ik bij haar was, is er ook niet meer. […] Ze is buiten bereik van wat er plaatsvond, en ik ook.’

De gezamenlijke toon van twee mensen is verstomd. Mensen die samen kinderen kregen, om de wereld rijker te maken, om bezig te zijn met iets meer dan alleen overleven. En juist op het hoogtepunt. Wanneer ze volwassen en sterk zijn – Jons vrouw rent en skiet dagelijks door de bossen, is succesvol als arts, Jon werkt als journalist vanuit huis, zorgt voor het huishouden en de kinderen – ontmoet ze die intrigerende man. Harald, geen adonis, maar iemand met voor haar een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De mens die denkt dat het bestaan onder controle is, het lot überhaupt te controleren is.

Zelden trouwens een roman tegengekomen waarin de liefdesdaad zo natuurlijk is beschreven. Gulliksen weet heel subtiel de verhouding tussen Jons vrouw en de aanstaande minnaar te laten aansterken en tegelijkertijd Jon steeds drastischer en dramatischer te laten reageren. Hij moet zijn angst steeds maar weer benoemen, delft daarmee eigenlijk zijn eigen ondergang, drijft haar steeds dichter naar Harald toe. Alles wat er te gebeuren stond, had hij zich vele malen al voorgesteld. Bittere ironie: Jon noemt dat een voordeel.

‘Geluk, je overgeven aan een ander, heeft altijd iets machteloos. […] Degene die wordt verlaten raakt machteloos gebonden aan degene die verlaat.’ De vraag blijft: wat te doen met plotselinge begeerte die eenieder weleens aanraakt. Is het de mens die steeds weer ‘verbetering’ zoekt? De liefde is onbegrensd en eigenlijk onmogelijk om te identificeren. Je zult er steeds weer romans over moeten schrijven.
Delen
Koppelingen