Kleine hellen van Anne Moon Disko
Recensie door Guus Bauer (2 april 2018)
Vorm is alles, en experimenten in dat kader zijn altijd meer dan welkom. Maar soms kan een vorm een verhaal onnodig in de weg zitten, zoals bij Kleine hellen van Anne Moon Disko, beeldend kunstenaar, schrijfster van kortverhalen en in dit geval van een romandebuut. Een aantal boekhandelaren is door de uitgever enthousiast gemaakt en speculeert driftig over wie er wel achter die bijzondere naam schuil kan gaan. Thomas Verbogt, superbegeleider van schrijfsters in wording, wist het kennelijk al lang geleden: ‘Dat boek komt er, ik geloof in je talent.’ Dus het kan goed zijn dat er ooit een schrijfcursus is gevolgd.

In het huidige literaire ellebogenklimaat is het nodig om te ronken, maar doe dat nou niet: het boek op de achterflap daarnaast ook nog een ‘hoogst intrigerende debuutroman’ noemen. Dat heeft, nu ja, iets onaangenaam hoogneuzigs. Wat intrigeert is de vraag waarom de uitgever c.q. een redacteur de schrijfster niet heeft beschermd, heeft behoed voor dit samenvoegsel. Debutanten gebruiken vaak meerdere perspectieven. Wederom niets op tegen, in alternerende hoofdstukken vanuit verschillende gezichtspunten de zaak belichten, bepleiten. Een roman in verhalen. Het lijkt gemakkelijker dan het daadwerkelijk is. Het gevaar dat op de loer ligt, is dat de lezer zich er steeds weer toe moet zetten om mee te gaan met de nieuwe setting. Dat vereist ongekend stilistisch vakmanschap. (De romans van Richard de Nooy zijn in dat kader stuk voor stuk meesterproeven, om even binnen de landsgrenzen te blijven.)

Er ontbreekt bij dit debuut een bindende onderliggende stroom, zodat de afhaakmomenten legio zijn. Nu zou men zomaar uit het voorgaande kunnen concluderen dat Kleine hellen terzijde moet worden gelegd. Nee, de lezer mag best wat werken, volharding tonen.

Vera is een beginnend schrijfster die een innige band heeft met haar jongere broer Max, een gewild schilder. Vera is ongeneeslijk ziek en er is dus geen reden meer om jeugdherinneringen nog langer verborgen te houden. (Een weerwoord van de schrijfster zou kunnen zijn: ‘Door de pijnstillers komen de gedachten, de herinneringen in flarden.’ Ja, in flashes zoals, een beetje flauw, in een disco. Het geheugen werkt inderdaad als een hakketak, zeker in die omstandigheden.)

We beginnen met een dagje aan het strand. Vera aan het woord over broertje Menko en de wrede weidsheid van de zee, die in dit geval de peuter opslokt. Twee pagina’s verder zijn we in het atelier met Max en Vera. Dat is duidelijk na een alinea of drie. Vera refereert daarvoor aan een uitbarsting toen de twee respectievelijk elf en vijf waren. De eerste cesuur. Pagina zeventien, Max is in Frankrijk, als volwassene welteverstaan. Dat Max aan het woord is wordt duidelijk bovenaan pagina achttien.

Even tussendoor: Met de stijl van Disko is niet veel mis, duidelijke zinnen, af en toe een net verschoven gemeenplaats, wat mooie observaties. Max is als schilder natuurlijk visueel ingesteld. Hij weet van jongs af aan wat hij wilde worden, maar wist niet nog niet hoe hij naar zichzelf moest luisteren. Goed. Max krijgt per telefoon het nieuws van de uitzaaiing te horen. ‘Ook al praatte Vera zacht, ik hield de telefoon een stukje van mijn oor alsof ze schreeuwde. In de verte hoorde ik haar stem. Volkomen verkeerd woord ook, uitgezaaid… Zaaien roept beelden op van oogsten, van groenten en bloemen, niet van de alvleesklier en de lever…’ Sterk.

Vervolgens gaan we over in de derde persoon. Een verteller heeft het over Max en Monica, de ex-vriendin van Vera. Vera is er ook, ze vraagt of Max nog met Monica heeft afgesproken. Op dat hij niet alleen achterblijft. Een sterke observatie. Max zegt dat het te ingewikkeld is nu. Tegelijkertijd heeft hij spijt van het woord ‘nu’, omdat hij het daarmee ook indirect over ‘later’ heeft, de tijd zonder Vera. Kijk, dat is schrijven. Dat zijn haken waar je wel graag aan blijft hangen.

Pagina eenendertig. Een logeerpartij bij opa en oma. De ouders zijn de begrafenis aan het regelen en de oppassende lezer weet dan dat het relaas alleen maar vanuit Vera kan worden verteld, aangezien Max nog niet geboren is. Daar kan men niet over klagen. Dan doet Max weer een duit in het zakje van het heden, vervolgens ook nog uit zijn verleden. En daarna zijn we weer terug in het heden. Er wordt een bed naar beneden gebracht voor Vera en Monica en Max komen, tja, tot elkander. Op pagina drieënvijftig is Vera aan het woord, dat wordt wederom een pagina later duidelijk. Dat hoofdstukje zweet een beetje. Dat wil zeggen dat er te veel met kunstkennis wordt gesmeten.

Een verkorte handleiding voor het restant van de perspectieven: Vera – Max met de scheiding van de ouders – derde persoon – Vera met een mooi stuk over de opa die haar door het leven heeft leren dansen – Max, gelijk duidelijk!, die lesgeeft op school, een jongetje abusievelijk met Menko aanspreekt – Vera of Max, een mogelijke herkenning van de lang geleden verdwenen vader – een mooie scène in het atelier tussen Max en Vera, een geslaagd kortverhaal op zich – Vera die een herinnering aan de scheiding ophoest – Max die een geweldige actie uithaalt, poëtisch, een goede vondst – Vera in een flashback bij haar vader en zijn veel jongere (zwangere) vriendin – Max die na vier jaar op bezoek gaat, grote stappen echt geen bezwaar, bij zijn nieuwe zusje – een sterk open einde.

Op driekwart komt er meer richting in de roman. Moon Disko kan wel schrijven, maar had, nogmaals, voor het gegoochel met vertelperspectieven en tijden behoed moeten worden.