Moederzorg
Recensie door Jef van Gool (29 maart 2007)
Als lezeressen inderdaad in hoge mate de verkoop van een boek bepalen, dan had Moederzorg, onlangs verschenen bij Meulenhoff, als een komeet de top tien in moeten schieten. Rond de cyclus van geboorte, huwelijk en dood heeft Jayne Anne Phillips een zeer invoelbare, intieme en intense roman geschreven over het kantelpunt tussen dochter zijn en moeder worden.

De roman speelt in het turbulente jaar dat de 31-jarige Kate Tateman zowel kindermeisjes als stervensbegeleidsters over de vloer heeft en het evenwicht moet vinden tussen uiterst tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds is er de vreugde om de geboorte, op kerstdag, van Alexander, het zoontje van haar en Matt, de internist met wie ze sinds enige tijd samenwoont. De kans om rustig in het moederschap te groeien heeft ze echter niet. De twee zonen uit Matts eerste huwelijk, die een paar dagen per week bij hen logeren, zijn niet alleen vrijgevochten, maar nemen het haar aanvankelijk kwalijk dat hun vader bij hun moeder is weggegaan. Bij dat alles is er de afgrond van de terminale ziekte van haar moeder, die sinds ze chemotherapie ondergaat, niet meer voor zichzelf kan zorgen en ook bij haar in huis woont.

In cursief gedrukte passages is in de roman het relaas verweven van het bezoek dat Kate aan haar moeder bracht toen die nog zelfstandig woonde en van de paar maanden die ze daarvoor doorbracht in Sri Lanka, India en Nepal. Haar verruimde bewustzijn was na terugkeer meteen aan scherven geslagen toen bleek dat haar moeder kanker had.

Jayne Anne Phillips is in 1952 geboren in Buckhanan, een stadje in de heuvels van de Appalachen. Als schrijfster is ze mede gevormd door de Iowa Writers Workshop, waar eind jaren '70 ook Raymond Carver de lessen creative writing volgde. Carver prees Zwarte kaartjes, haar derde bundel, over mensen die lichtjaren verwijderd zijn van de Amerikaanse droom, als ‘a crooked beauty’. In deze en haar andere verhalenbundels en in de roman Machinedromen staat de familie centraal.

Zomerkamp Shelter (1994) was haar tweede roman. Het in 1963 gesitueerde verhaal over het seksueel misbruik van een jongetje van acht door zijn stiefvader is ingebed in de belevenissen van vier meisjes in een zomerkamp. ‘Mijn roman beschrijft een queeste naar de volwassenheid, de reis die elke ziel van jongs af aan moet ondernemen door een onderwereld van dood en dreiging,’ zei ze in een interview.

Bron: Camé Magazine