Naakt onder wolven van Bruno Apitz
Recensie door Guus Bauer (15 mei 2013)

Pleidooi voor de menselijkheid

De serie Cossee Century groeit langzaam uit tot een waardevol fonds met klassiekers ‘met een randje’. Stuk voor stuk zijn de titels belangwekkend en goed geschreven. De kwaliteit staat zogezegd buiten kijf. Maar de ontstaansgeschiedenis en de discussie die de romans vaak oproepen, zorgen voor een extra dimensie. Met de achtergrond, de publicatiegeschiedenis en de waarde van het werk voor de auteur en de maatschappij vallen boekdelen te vullen.

De perikelen rond de verschijning en ontvangst van Naakt onder wolven van Bruno Apitz (1900–1979) vormen hierop geen uitzondering. De roman was verplichte schoolkost in de DDR en verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren. Het maakte van het twaalfde en jongste kind van een wasvrouw, opgeleid tot stempelsnijder en uiteindelijk tot boekhandelaar, min of meer tegen zijn eigen wil een internationaal gevierd auteur.

Het is februari 1945 en de Poolse Jood Jankowski komt met een transport in concentratiekamp Buchenwald aan. Hij sjouwt een koffer met zich mee met een wel heel ongebruikelijke last: een driejarig jongetje. De in het bagagedepot tewerkgestelde gevangenen, voor het merendeel leden van een communistische ondergrondse cel, besluiten tegen alle regels in om het kind te verstoppen en het zo wellicht te redden van verdere deportatie en een wisse dood.

In de beste boeken staat het dilemma voorop. Ook in Naakt onder wolven worden de personages heen en weer geslingerd tussen eigenbelang en opoffering. In het begin is men het erover eens dat het kind bij de poort moet worden afgeleverd om de relatieve rust in het kamp te waarborgen en de ondergrondse beweging veilig te stellen. Maar als het erop aankomt, doet men er het zwijgen toe en laat men zich liever bijkans of helemaal doodslaan. Apitz introduceert de menselijkheid, een wezenlijk, maar ook uiterst gevaarlijk, onderdeel van de overlevingsstrategie. Het individu dat zich ondanks alles niet klein laat krijgen door het kwaad. Het kind dat symbool staat voor een sprankje hoop. (Getuige ook een van de oorspronkelijke titels: Het bundeltje leven.)

De achtbaan waarin de gevangenen verstrikt raken, wordt versterkt doordat Apitz heeft gekozen om de roman te laten spelen in de weken voor de op handen zijnde bevrijding. Een afloop die de lezer met de kennis van nu wel weet, maar de personages natuurlijk niet. Het zorgt voor een ongekend benauwende spanningsboog. Zullen de SS’ers in paniek al het bewijsmateriaal vernietigen? Wordt het menselijke schroot neergemaaid door de mitrailleurs op de wachttorens of bestookt met gasbommen? Hoe gaan de nazi’s zich indekken? Wordt het kind wellicht hun alibi?

De roman is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Stefan Jerzy Zweig die met zijn vader op driejarige leeftijd in Buchenwald terechtkwam en daadwerkelijk enige tijd door de communisten werd beschermd. Ze voorzagen hem zelfs van kampkleding op maat en handgemaakte laarsjes, terwijl ze zelf in lompen gekleed waren en houten schoenen droegen. Maar in werkelijkheid heeft dit jongetje zijn leven vooral te danken aan de doortastendheid van zijn vader die zich in de laatste dagen voor de bevrijding her en der schuilhield.

Net als Apitz zelf, die maar liefst acht jaar in Buchenwald doorbracht, terwijl hij als lid van de Duitse communistische partij voordien bij elkaar al bijna drie jaar in hechtenis had gezeten in Colditz, Sachsenburg en het tuchthuis Waldheim. Een paar dagen voordat Buchenwald op 11 april 1945 door Amerikanen werd bevrijd, verstopten medegevangenen hem in een kanaalschacht. Het verklaart wellicht waarom het laatste deel van het boek moeizamer tot stand is gekomen, zoals is te lezen in het uitgebreide en zeer waardevolle essay achterin deze nieuwe uitgave. Hierin wordt eens te meer duidelijk hoe lastig de weg van een auteur kan zijn. Het script dat Apitz in eerste instantie schreef, werd geweigerd, evenals een werkbeurs voor een roman. Men twijfelde aan zijn schrijfcapaciteit. De eerste concepten van zijn tekst moesten worden aangepast. Een roman is een mozaïek, het bezinksel van de ervaringen van de auteur, zijn waarheid en niets dan zijn waarheid. Handen thuis!

Apitz: ‘Met dit boek groet ik onze dode strijdmakkers uit alle volken, die wij op onze met offers bezaaide weg in kamp Buchenwald moesten achterlaten. Om hen te eren heb ik veel figuren in dit boek hun naam gegeven.’

Feitelijk heeft hij zijn eigen rol weggecijferd. Hij overleefde het kamp door zichzelf de beeldhouw- en sierkunst aan te leren. Zijn werkstukken waren geliefd bij de kopstukken van de SS. Hij heeft waarschijnlijk met een aantal van hen ‘op goede voet gestaan’. Dat zou de rake beschrijvingen kunnen verklaren.

Het met toestemming van de partijtop van de DDR in september 1958 gepubliceerde boek hoort bij de canon van klassiekers met een duidelijke antifascistische boodschap, maar het is van grote waarde dat de oorspronkelijke versie nu in Nederlandse vertaling is verschenen. In deze editie is de rol van de communisten minder prominent. Apitz nuanceert, zwakt de door de leiding van de DDR gewenste heroïek van ‘de kameraden’ af en maakt ze weer tot normale mensen in een extreme situatie, met al hun positieve kanten en gebreken. Ook de ijdele arrogantie van de SS’ers brokkelt af. De vele met alcohol doordrenkte gesprekken van de kampleiding laten duidelijk het onvermogen, de twijfel en de angst zien.

Het kamp is goed georganiseerd, maar de feitelijke dagelijkse leiding is in handen van de door gevangenen bezette posten, zoals de kampoudste, de barakhoofden en de kampwacht. Het is duidelijk: niemand heeft het goede antwoord in tijden van chaos. Af en toe moest men zich wel van het systeem van de gehate vijand bedienen om de invloedrijke positie niet te verliezen en mensen te kunnen redden.

Apitz: ‘Een schrijver moet ook schurk zijn. [...] Hoe kan ik een schurk neerzetten als ik niet de beleving van een schurk in mij heb. Dan wordt het alleen maar papier. Ik heb ook geprobeerd de fascisten als mens voor te stellen. Alleen wat voor mensen! [...] Ik was elk van mijn figuren.’

Men kan er eenvoudig niet genoeg op hameren. De realiteit is niet zwart-wit, maar een grijsgebied. Apitz vraagt met Naakt onder wolven om begrip voor gevangenen die in de strijd om te overleven een kampfunctie op zich namen en aan wiens verzet ook hij de bevrijding te danken had.