Natuurlijk van Jan Terlouw
Recensie door Guus Bauer (11 maart 2018)
Het Boekenweekessay Natuurlijk van natuurkundige, politicus en terecht zeer gevierd (jeugd)auteur Jan Terlouw (1931) is een fijnzinnig pleidooi voor duurzaamheid. Na lezing word je er nog meer bewust van dat het echt tijd wordt om zuiniger met de aardkloot om te gaan springen. Als het al niet bijna te laat is. De economische mens is weerbarstig en heeft geen langetermijn-gen.

Het na-ons-de-zondvloed-denken is helaas gemeengoed in de tijd waarin de nadruk wordt gelegd op ‘ontplooiing van het individu tot het uiterste’, waarin oog voor de wereld om ons heen, voor de samenleving, ook voor de dialoog tussen mens en natuur, een lage prioriteit heeft, waarin de leegte in de mens met steeds meer hebbedingetjes, steeds meer producten gevuld schijnt te moeten worden. (Op mijn conto dit.)

Terlouw blaast niet hoog van de toren, springt niet meer vurig op de barricaden. Hij is in dit essay geen activist maar een oprecht liefhebber van alles wat groeit en ons telkens weer boeit. Juist die benadering, die kalme, wijze toon zorgt ervoor dat de boodschap beklijft. Het is de reflectie van een man die een rijk leven heeft gehad en die dat vooral ook generaties na ons gunt. Daardoor is Natuurlijk werkelijk een boek voor alle leeftijden. De verwondering van Terlouw is oprecht. Het is een ‘lief’ essay, daarmee beslist niet bedoelend dat het sentimenteel is. De ontroering start bij de opdracht. Terlouws memoreert zijn creatieve en liefdevolle vrouw Alexandra, die een halve eeuw met maximale toewijding zijn teksten van deskundig en constructief commentaar heeft voorzien. Als laatste dit essay. Zij is op 23 augustus gestorven.

Terlouw is opgegroeid in een boerendorp op de Veluwe. Als kleuter dacht hij dat wanneer het stormde de bomen woedend op elkaar waren. Niet veel later wist hij wel beter, maar ergens in zijn hart sluimert die eerste gedachte nog steeds. Een voorbeeld van de schrijftechnische, poëtische kwaliteit van het geschrift, naast de pamfletwaarde. Het moge duidelijk zijn dat het essay niet bedoeld is als afschrift van de kennis over de natuur van de schrijver. Hij gebruikt voorbeelden om het wonder aan te tonen, stelt zich op als bepleiter, als verdediger. De gevaren die hij schetst zijn reëel. Nergens heeft de tekst het karakter van de allesweter met het belerende vingertje. Terlouw presenteert zijn stelling subtiel, als een gentleman. Nee, het heeft niets met politieke voorzichtigheid te maken. Hij is duidelijk genoeg.

‘De essentie van het menszijn is moraal. Dat was het nieuwe, dat maakt dat nieuwe organisme uniek. En ook al weten we dat mensen vreselijke dingen doen, de betekenis van het woord menselijk is toch in morele zin in de eerste plaats zachtzinnig, met mededogen.’ Het is de vraag of een wereld die drijft op commercie, die economische groei als enige oplossing voor problematiek predikt, die halsstarrig vasthoudt aan fossiele brandstoffen, dat op tijd inziet. Mededogen ook met de natuur, een andere meer duurzame samenlevingsvorm. Liefde voor de natuur wordt bepaald door het karakter van een persoon, van een samenleving.

Terlouw weet wel degelijk dat hij veel te danken heeft, ook aan zijn lezers. Hij is de bevoorrechte bezitter van enkele hectares weidegrond. Mooie observaties van eigen bodem. ‘En zo is de natuur altijd aanwezig, als vriend, als vijand, als bron van inspiratie.’ De natuur kan ongelooflijk wreed zijn, maar is uiterst efficiënt. Maar tegen de efficiëntie van bijvoorbeeld de fabrieksmatige overbevissing kan geen populatie tegenop. De moderne mens heeft over het algemeen de neiging om weg te kijken, maar de cijfers aangaande de uitstoot van CO2 liegen niet. In Nederland is de biodiversiteit nog maar vijftien procent van pakweg een eeuw geleden. Tijd om terug te schakelen naar de eerste versnelling. Terlouw roept op tot een partnerschap met de natuur. Hopelijk is hij niet een roepende in de woestijn. Een woestijn die nakende is wanneer klimaatontkenners als Trump hun oliezinnen doorzetten. Leve de zonne-energie!
Delen
Koppelingen
Boeken